De Omgevingswet gaat volgens de Eerste Kamer tot chaos leiden

Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet stuit op praktische bezwaren in gemeenten. Bijna de helft van de wethouders wil uitstel of afstel. De Eerste Kamer vreest chaos in de uitvoering.

Demissionair minister Kajsa Ollongren onlangs tijdens een bezoek aan Urk.
Demissionair minister Kajsa Ollongren onlangs tijdens een bezoek aan Urk. Foto Ramon van Flymen/ANP

Het zou de grootste wetswijziging moeten worden sinds de grondwetsherziening door Thorbecke, in 1848. Maar de Omgevingswet, die tientallen wetten en honderden ministeriële regelingen over inrichting van de buitenruimte moet samenvoegen, van geluidsnormen tot horecaregels en milieuwetgeving, stuit op verzet in gemeenten. Wethouders die verantwoordelijk zijn voor de invoering van deze wet, die januari 2022 in werking moet treden, vrezen ict-drama’s en een financieel debacle. Uit onderzoek van het vakblad Binnenlands Bestuur en de landelijke Wethoudersvereniging blijkt dat bijna de helft van de 177 ondervraagde wethouders zich verzet tegen de invoering. Van hen wil 37 procent uitstel en 11 procent zelfs afstel van de wet.

Gemeenten testen sinds begin dit jaar de software en de ict-systemen die de nieuwe wet in de praktijk moet laten werken. Maar veel gemeenten komen daar niet aan toe, zo blijkt uit het onderzoek. De testfase strandt op veel plaatsen in het land op niet-werkbare software. Met name kleinere gemeenten kunnen de nieuwe wet in de praktijk ook al niet aan omdat maatregelen rond de coronacrisis nu al hun aandacht vergen. Ambtelijke capaciteit voor andere prioriteiten is daardoor nauwelijks voorhanden. Bovendien slokt de coronacrisis in hoog tempo de financiële reserves van gemeenten op.

Eerste Kamer houdt wet tegen

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) had de wet nog vóór de verkiezingen door de Tweede en Eerste Kamer willen loodsen. De Tweede Kamer ging eind vorig jaar akkoord met de wet, en riep de minister per motie op om ervoor te zorgen dat de wet op tijd wordt ingevoerd. Maar de Eerste Kamer houdt dat tegen, uit vrees voor chaos in de uitvoering bij gemeenten en provincies.

Kleinere gemeenten kunnen de nieuwe wet in de praktijk niet aan omdat maatregelen rond de coronacrisis al hun aandacht vergen

De VNG, de brancheorganisatie van Nederlandse gemeenten, schreef eind vorig jaar nog aan de Tweede Kamer dat het allemaal wel zou lukken. Wet- en regelgeving leken tijdig op orde, net als de softwaresystemen om daar in de praktijk mee aan de slag te kunnen. De minister kon er volgens de VNG op vertrouwen dat de hele operatie op januari 2022 verantwoord op orde zou zijn.

Lees ook: Ministerie hield zorgen over omgevingswet achter

Maar de praktijk is volgens de ondervraagde wethouders helemaal niet zo rooskleurig. Ruim een derde zegt dat zijn gemeente er volgend jaar januari helemaal niet klaar voor is. Driekwart van de ondervraagden heeft geen vertrouwen in de kwaliteit van de softwaresystemen van het Rijk, 61 procent voorziet ernstige financiële problemen en 39 procent heeft er door corona de ambtelijke capaciteit niet voor.

Ollongren zegt in reactie op het onderzoek dat verder uitstel de operatie alleen nog maar duurder maakt. Ze zegt begrip te hebben voor „gemeenten waar invoering een grote opgave is”, maar houdt vast aan de invoeringsdatum. Het is nu de vraag of ze de Eerste Kamer kan overtuigen. Die moeten daar eerst nog mee instemmen.

Lees ook: Nationale Ombudsman waarschuwt voor onzorgvuldige Omgevingswet, burger de dupe van slechte voorbereiding Lees ook: Wilde westen dreigt in ruimtelijk ordeningsbeleid, een bureaucratisch wonder op de tekentafel