Brieven

IJs

Coronaproof Elfstedentocht moet kunnen

Foto Kippa

Hoe langer ik nadenk over een coronaproof Elfstedentocht, hoe meer ik denk dat het kan. Er zijn onconventionele maatregelen mogelijk die een en ander mogelijk moeten maken. Want om hoeveel rijders gaat het nu eigenlijk? Er zijn zo’n 30.000 startgerechtigden, waarvan doorgaans 80 procent komt: zo’n 24.000 deelnemers. Waarom moet iedereen in dezelfde stad beginnen? Je hebt het over 200 kilometer ijs. Dat is 133.000 keer anderhalve meter. Wanneer vroeg in de ochtend in elk van de elf steden mag worden gestart heb je het over zo’n 2.200 personen die per stad van start gaan. Rijden voor eigen risico: als deelnemer weet je sowieso wel dat 200 kilometer door de vrieskou schaatsen niet geheel zonder gevaar is. Het is deel van de heroïek.

En het stempelen dan? Er zijn allerlei alternatieven. Van stempelautomaten tot het rijden met chips – heel gebruikelijk bij hardloopwedstrijden – die ervoor zorgen dat een stempel helemaal niet meer nodig is. Schaatsers zijn van top tot teen ingepakt: knappe jongen die vanonder drie lagen thermokleding en vanachter de bivakmuts een medeschaatser besmet. Na het finishen kan gedacht worden aan sneltests en quarantaine. Publiek overtuigen om zich te verspreiden zal wellicht nog het lastigst zijn. Nu het steeds duidelijker wordt dat het coronavirus de wereld nog jaren blijft bezighouden, moeten we manieren zoeken om ons niet als slaaf van het virus op te stellen. Een evenement dat al 24 jaar niet meer is gehouden en de nationale gemoedstoestand kan oppeppen moet met zorgvuldigheid heroverwogen worden. Ik hoop dat de Koninklijke Vereniging de Friesche Elf Steden, waarvan ik lid ben, snel groen licht krijgt van de veiligheidsregio Fryslân om alle mogelijkheden nogmaals te onderzoeken. En dat het blijft vriezen, natuurlijk.

Zaandijk