Filmstudent in coronatijd: korte lontjes, minder creativiteit

Kunstonderwijs in lockdown Het praktijkonderwijs op de Filmacademie in Amsterdam is noodgedwongen flink teruggeschroefd. De rek is er na een jaar coronarestricties wel uit. „De creativiteit is minder dan we gewend zijn.”

Feben Demoz (24) begon dit jaar haar opleiding aan de Amsterdamse Filmacademie.
Feben Demoz (24) begon dit jaar haar opleiding aan de Amsterdamse Filmacademie. Foto Andreas Terlaak

Directeur Bart Römer van de Nederlandse Filmacademie is een optimistisch mens. Dus ook in deze rare coronatijden focust hij bij voorkeur op alles wat wél goed gaat. Zijn school is nog fysiek open – docenten en studenten mogen alleen komen als zij heel gericht een ingeplande praktijkopdracht moeten doen – en de leerachterstand als gevolg van maandenlang online lesgeven lijkt mee te vallen. Het ziektepercentage onder de docenten is historisch laag en, mede dankzij strenge protocollen, er heeft nog niemand een coronabesmetting opgelopen binnen de muren van de school.

Maar tegelijkertijd is de rek er inmiddels wel uit, erkent hij met een zucht per Zoom vanuit zijn woonkamer; directeur is een functie die het grootste deel van de tijd ook vanuit huis kan worden uitgeoefend. „Je merkt dat iedereen murw is na tien maanden improviseren en flexibel zijn”, legt Römer uit. „De lontjes bij zowel studenten als docenten zijn korter. En de creativiteit is minder dan we gewend zijn, aan beide kanten. We lopen gevoelsmatig een marathon en we zitten op 35 kilometer: het moment waarop je eruit stapt of nog net genoeg adem vindt voor de laatste ronde.”

De schoolleiding heeft al aan het begin van de crisis besloten voor welke studenten het praktijkonderwijs het meest noodzakelijk was. De academie telt 340 leerlingen, deze kunnen als de coronaregels worden gehanteerd onmogelijk allemaal tegelijk in het gebouw aanwezig zijn.

Ode aan de nacht

Het primaire doel was om vooral de vierdejaarsstudenten, die voor de zomer hun eindexamenfilm moeten maken, te blijven faciliteren – in kleine groepjes, volgens de coronarestricties. Maar dit betekende ook dat bijvoorbeeld tweede- en derdejaarsstudenten dit jaar nauwelijks in de school konden werken. „het derde leerjaar heeft tot nu toe netto het meest te lijden onder deze aanpak”, erkent Römer. „Vooral bij fictiefilms heb je te maken met een grote crew, die fysieke ruimte hebben we op dit moment niet. Het propedeuseprogramma en het tweede jaar bestaan vooral uit theorie-onderwijs; dat kunnen we wel vrijwel helemaal online doen. Ons educatieprogramma voldoet ook in de aangepaste vorm kwalitatief nog steeds aan alle normen.”

Feben Demoz studeert aan de Nederlandse Filmacademie.

Foto Andreas Terlaak

Feben Demoz studeert aan de Nederlandse Filmacademie.
Foto Andreas Terlaak
Feben Demoz studeert aan de Nederlandse Filmacademie.
Foto’s Andreas Terlaak

De directeur merkt wel dat in alle opzichten de speling nu volledig uit de planning is. „We hadden mazzel dat alle eindexamenstudenten half maart net klaar waren met draaien van hun producties toen de eerste lockdown zich aandiende. Postproductie is iets dat je gemakkelijker thuis kan doen.” Maar dit jaar lopen veel studenten vertraging op met het draaien, vooral als het gaat om fictiefilms. „De film van een van onze studenten heet Ode aan de nacht. Alles was gepland toen opeens de avondklok werd ingesteld; dat kan je niet voorzien. We hebbben de deadline voor deze producties al verplaatst, deze lichting zal pas in het najaar afstuderen.”

Schoksgewijs omdenken

Het turbulente jaar heeft tegelijkertijd inzichten geboden over hoe de Filmacademie, ook in het nu nog zo verre post-coronatijdperk, op bepaalde punten kan innoveren. „We zijn gedwongen schoksgewijs een stap naar voren te maken als het gaat om online denken”, legt Römer uit. Zo blijken bepaalde feedbackgesprekken via de camera veel beter uit te pakken dan live. „Vaak zijn studenten als ze tegenover een docent zitten nog wel eens nerveus. Online blijkt een deel van die stress weg te vallen, wat kan leiden tot veel inhoudelijker gesprekken.”

Ook de open dagen bleken digitaal beter uit te pakken dan verwacht. „We kregen online veel meer geïnteresseerden ‘over de vloer’ dan wanneer we ons fysiek in het gebouw presenteren. De drempel om eens een kijkje te nemen blijkt veel lager. Die kennis kan ons in de toekomst helpen nieuwe groepen aan te boren die hun weg naar de academie nu niet weten te vinden.”