Drek en tranen in het verscheurde CDA

Zap De documentaire ‘Het gedoogdrama’ blikt terug op de formatie van Rutte I in 2010. Het CDA worstelde toen met deelname van de PVV. Geen fraaie rollen van Donner en Bleker.

Oud-Kamerlid Kathleen Ferrier (CDA) in Het gedoogdrama
Oud-Kamerlid Kathleen Ferrier (CDA) in Het gedoogdrama BNNVARA

Het was maandag op tv alsof het halve land zichzelf opinie-ijsvrij had gegeven. Erop gokkend dat tijdige dooi hun het terugkrabbelen zal besparen, liet een campagnegestuurde meerderheid van de Tweede Kamer weten een Elfstedentocht later deze maand te steunen. „Aan het ijs ligt het niet”, orakelde Margriet van der Linden in M – en ergens verslikte een rayonhoofd zich in zijn Beerenburg. Het ligt altijd aan het ijs. Bij Op1 fantaseerde Hugo Borst over een Elfstedentocht zonder publiek – uiteindelijk wordt alles een televisieprogramma.

Het opinie-ijsvrij zal nog wel een tijdje aanhouden, vijf weken voor de verkiezingen. Dat we daarna ook nog een formatie voor onze kiezen krijgen, daaraan werden we herinnerd door de bij vlagen ontluisterende documentaire Het gedoogdrama (BNNVARA) van Piet de Blaauw en Frénk van der Linden. Die film behandelde ontstaan en ondergang van het eerste kabinet-Rutte, wat begon met de buik van Ivo Opstelten. Na de verkiezingen in 2010 had dat lichaamsdeel, zo verklaarde de oud-minister, gezegd dat er ‘over rechts’ geregeerd moest worden: met CDA en PVV dus.

Dat die formatie vervolgens het CDA verscheurde, wisten we al, maar Het gedoogdrama voegde pijnlijke details toe die ik nog niet kende. De hoofdrol was voor Kathleen Ferrier, het CDA-Kamerlid dat vond dat regeren met Geert Wilders de partij op een ‘glijdende schaal’ zou plaatsen. Ze werd op een dag met twee mede-dissidenten bij minister Donner van Sociale Zaken geroepen. Hoewel Donner zou moeten weten wat „zonder last of ruggespraak” betekent, wilde hij zijn partijgenoten een document laten tekenen waarin zij zouden beloven hun zetel ter beschikking te stellen indien het CDA-congres vóór regeren met Wilders zou stemmen.

We zagen daarna de beelden terug van dat legendarische congres, waar partijleider Verhagen, partijvoorzitter Bleker en het gepensioneerde wonderkind Camiel Eurlings de ogen niet droog konden houden. Er is een type man dat door niets zo ontroerd kan worden als door zichzelf.

Op een ander moment in het drama kwam Henk Bleker aan Ferrier de royementsprocedure van het CDA voorlezen. Dat noemt hij nu „een vrij klinische benadering” – zo klinisch zie je het ook wel in films over strak georganiseerde Italiaanse organisaties met specifieke handel en dienstverlening als kernactiviteiten.

Lubbers als tragische held

Bleker leek trouwens zelf op de glijdende schaal beland te zijn die Ferrier noemde: hij zei niet van plan te zijn op het CDA te stemmen, een partij die volgens hem vooral „een warm huis voor 80 procent van de PVV-kiezers” moest zijn. Tussen de bedrijven door noemde Hero Brinkman (toen PVV) Ferrier „een backbencher die alleen vanwege haar achterban op de lijst stond”. Ferrier is geboren in Suriname.

De tragische held van Het gedoogdrama was de man die helaas niet meer kon worden geïnterviewd: Ruud Lubbers. De oud-premier en informateur verzon de gedoogconstructie, maar leek verrast te worden door de „ferme wil” van Rutte, Verhagen en Wilders om daadwerkelijk samen in zee te gaan. Toen het kabinet er eenmaal zat, bracht hij privé-bezoeken aan minister Gerd Leers (CDA) om hem te stimuleren een kabinetscrisis te forceren. Zoals de gezijspoorde PvdA-leider Job Cohen zei: „Dan moet hij echt spijt gehad hebben.”

Het is in alle treurigheid een prachtig beeld: de premier die jarenlang alles kon regelen in Nederland, die zich op zijn oude dag in de schaduw van de achterkamertjes meldt om iets recht te zetten in een wereld waar hij geen vat meer op heeft. Je kunt veel van Lubbers zeggen, maar politiek ijsvrij gunde hij zich niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.