Geen nieuwe kleding, dán maar je huis leuk aankleden

Design Terwijl we sinds corona nauwelijks nog kleren kochten, gaven we wel meer uit aan ons interieur. Steeds meer modemerken verkopen nu ook designobjecten.

Spiegel met kunsthars van Sabine Marcelis, voor RiRa
Spiegel met kunsthars van Sabine Marcelis, voor RiRa Foto N / J Studio

Het zou zomaar kunnen dat uw bijzettafel, dekbedovertrek of theepot niet van een interieurwinkel afkomstig is, maar van een modemerk. Ketens als Zara, H&M en Arket verkopen al jaren vazen, opbergdozen en loungestoelen, vervaardigd van modieuze materialen als rotan, blank hout en gewassen linnen. Het assortiment wordt, net als de kledingcollecties, slim aangeprezen met goed gefotografeerd sfeerbeeld van slaap- en woonkamers, geschilderd in precies de taupe- en terratinten die je momenteel veel in woonbladen ziet. Het zal niet verbazen dat de modeketens, net als bij hun confectie, ook hier niet veel geven om authenticiteit. Een kopie van de bekende Vitra-kapstok met bolletjes? H&M Home verkoopt die vanaf 3,99 euro.

Ook bekende internationale modehuizen als Armani, Versace en Gucci brengen interieurcollecties uit. Deze bestaan uit vooral kussens, theekoppen en geurkaarsen, veelal bezaaid met logo’s en andere symbolen die typisch zijn voor het specifieke modehuis: een kussen met groot gouden Medusa-hoofd bij Versace (655 euro), een jacquard leunstoel met Gucci-logo (4.900 euro).

Er zijn ook modeontwerpers en -huizen die design ontwikkelen dat niet alleen in modekringen, maar ook in de designwereld hoog aangeschreven staat. Zo ontwerpen Rick Owens en Virgil Abloh (de man achter Off-White en de mannencollecties van Louis Vuitton) meubels die onder de noemer ‘functionele kunst’ door de vooraanstaande designgalerie Carpenters Workshop Gallery (Londen, Parijs, San Francisco en New York) verkocht worden.

Schaal van epoxyhars van Vincent de Rijk, voor RiRa

Minder schoenen, meer vazen

Het afgelopen jaar zijn meer modemerken en -retailers spullen voor in huis gaan verkopen. Luxe modewebwinkels Browns, Ssense en Matches bijvoorbeeld hebben sinds 2020 naast designermode ook interieurobjecten. Verwonderlijk is dat niet. Cijfers van het CBS tonen aan dat de omzet van kleding- en schoenenwinkels (in Nederland) sinds maart 2020 fors is gedaald, terwijl die van meubelwinkels enorm is gestegen. In april 2020 bijvoorbeeld, was de omzet van kledingwinkels 57,7 procent lager dan een jaar daarvoor. Terwijl meubelwinkels tussen juni en augustus 2020 het beste halfjaar ooit draaiden, met omzetstijgingen tot wel 25,6 procent in juni – een niet eerder gemeten hoog groeipercentage in deze branche.

Het is een beeld dat Elza Wandler, de vrouw achter het internationaal succesvolle tassen- en schoenenmerk Wandler, herkent. Afgelopen november presenteerde Wandler objecten van glas en keramiek. „Veel mensen zijn door corona en het vele thuiszitten weinig met mode bezig”, zegt ze. „Er zijn geen feesten en events, dus voor wie zou je je mooi aankleden? Dat merkte ik het afgelopen jaar aan onze verkoopcijfers. Maar als je de hele dag thuiszit, kijk je graag tegen iets moois aan. Daarom was dit een goed moment voor een designcollectie.”

Samen met keramist Fleur Hulleman en glasblazers Helle Mardahl en Jochen Holz selecteerde Wandler een aantal reeds bestaande ontwerpen van hen, en liet die uitvoeren in andere, modieuze kleuren. Alle objecten sluiten wat betreft kleur en textuur aan bij de tassen en schoenen uit haar laatste collectie: glanzend glas doet denken aan lakleer en de typische Wandler-kleur appelgroen komt terug in zowel objecten als modeaccessoires. Wandler: „Ik vind het, net als veel jonge mensen, niet belangrijk één discipline te kiezen, waar ik me mijn hele leven op toeleg. Maar het vormgeven van deze designstukken voelde niet als onbekend terrein. Tassen en schoenen zijn, net als een vaas, driedimensionaal.”

Mondgeblazen glazen kan van Jochen Holz, in samenwerking met Wandler

Mode op slot

Wandler maakt deel uit van het Amsterdamse Parrot, een modeagentschap dat ook een paar eigen merken heeft. Ook eigenaar Bart Ramakers en Gijsje Ribbens – freelance artdirector en stylist, onder meer voor Vogue – besloten zich na het uitbreken van de pandemie, naast hun normale werk, op design te richten. Vlak voor Kerst lanceerde het tweetal RiRa, een designplatform dat handgemaakte stukken verkoopt van Sabine Marcelis, Vincent de Rijk en Muller Van Severen. T Magazine nam RiRa op in ‘The T List’, een wekelijks terugkerende lijst met culturele aanbevelingen. Onlinewinkels Browns, Ssense en Matches meldden zich als verkooppunt.

Ramakers: „De modewereld bevroor tijdens de eerste lockdown. Reizen kon niet meer en ook productie en distributie kwamen stil te liggen. Als je kleding naar een boetiek in India stuurde, kwam die nooit in de winkel terecht. Daarnaast merkte ik al een paar seizoenen dat grote internationale moderetailers verder begonnen te kijken dan alleen kleding. Als we onze merken presenteerden in Parijs, richtten we de showroom altijd in met designobjecten die goed bij de kleding, schoenen en tassen pasten, en ineens kwam van bijna alle retailers de vraag: waar kunnen we die designstukken inkopen?”

„Ik miste vooral iets in het aanbod”, zegt Gijsje Ribbens. „Aan de ene kant zijn er exclusieve objecten van grote namen uit de designwereld, die heel kostbaar zijn. En aan de andere kant heb je Ikea. Wie op zoek is naar een uniek interieurstuk voor vijf- of achthonderd euro, kan bijna nergens terecht. Dat middensegment, waar de modewereld wél in voorziet, willen we met RiRa bedienen.”

We vroegen ons af: welke kleur schaal zou die vriend met zijn Berlijns betonnen minimal interieur kopen?

Door een modebril

Ribbens en Ramakers noemen de designstukken van RiRa ‘design gecureerd met een modeoog’. Het resulteert in Sabine Marcelis-spiegels met een klodder kunsthars die doet denken aan uitgelopen nagellak, glanzende schalen van Vincent de Rijk in kleuren als felblauw en zachtroze en een bank van Muller Van Severen in hetzelfde canvas met oliecoating als de jassen van Ramakers’ jassenmerk Kassl. Ribbens: „Wij zijn ervan overtuigd dat een designstuk net zo begeerlijk kan zijn als een prachtige schoen of tas. Dat je bij een vaas, net als bij een glitterjurk, kunt denken: ik heb dit niet nodig, maar het gaat mijn leven wel léúker maken. RiRa’s stukken zijn tactiel, glanzend en niet zo serieus. Sommige mensen zullen dat misschien oppervlakkig vinden, maar ik denk dat er niets mis mee is om simpelweg te genieten van een aantrekkelijke vorm.”

Ze beschrijft hoe ze met een tas vol kleurstalen naar de werkplaats van Vincent de Rijk togen. „We vroegen ons af: welke kleur schaal zou die vriend met zijn Berlijns betonnen minimal interieur kopen, welke zou Rinke Tjepkema, de hoofdredacteur van Vogue, willen? We kozen kleuren die Vincent normaal gesproken niet gekozen zou hebben, maar hij vond alles prima. Ik vind dat het leukste dat er is: uit vijf stalen oranje kiezen welke de mooiste is en het beste bij deze tijd past. Kijk naar modehuis Bottega Veneta en het hardgroen dat zij momenteel in de collectie hebben – die wil je toch direct dragen?’

De vraag die zich hier aandient is natuurlijk hoe tijdloos dergelijke modische designobjecten zijn. De modewereld staat er immers om bekend dat een bepaalde vorm of kleur het ene moment ‘in’ is, maar een volgend moment rücksichtslos weer ‘uit’. Ramakers: „Ik denk niet dat een object per se beige of heel simpel van vorm hoeft te zijn, om blijvend te zijn. Als ik denk aan stukken die mij dierbaar zijn, zijn dat juist opvallende objecten, zoals een felgroene kandelaar die van mijn oma is geweest. Juist die bijzondere stukken blijven een leven lang boeien.”

In een eerdere versie stond ten onrechte dat Gijsje Ribbens mode-ontwerper is bij Parrot-merk Gauge81. Dat is inmiddels aangepast.