Wereldwijd nemen inkomens af door coronacrisis

Economie Huishoudens in Azië, Afrika en Latijns-Amerika hebben minder te eten en minder inkomsten sinds het begin van de coronacrisis.

Peruanen staan in de wachtrij voor soep uit een gaarkeuken, in een buitenwijk van Lima.
Peruanen staan in de wachtrij voor soep uit een gaarkeuken, in een buitenwijk van Lima. Foto AFP

Minder werk, minder inkomen, minder eten. De coronacrisis heeft veel huishoudens in midden- en lage-inkomenslanden (verder) de armoede in geduwd, en hun voedselonzekerheid verhoogd. Dat blijkt uit een studie die deze vrijdag is gepubliceerd in Science Advances. In negen landen, verdeeld over Afrika, Azië en Latijns-Amerika, werden ruim 30.000 huishoudens telefonisch geënquêteerd.

Het effect van de coronacrisis op lage- en middeninkomenslanden was tot nog toe onduidelijk, schrijven de auteurs. Deze landen hebben weliswaar niet het geld om programma’s op te zetten voor de bescherming van werknemers, huishoudens, ondernemers, zoals rijke landen. Maar de bevolking is er relatief jong, en daarmee minder kwetsbaar voor het coronavirus. En nationale data over werk en inkomen geven geen compleet beeld, omdat die de informele economie missen waarin, afhankelijk van het land, uiteenlopende delen van de bevolking hun brood verdienen. Toch waren er al signalen dat zich voor de armsten een ramp aftekent. Directeur David Beasley van het Wereld Voedsel Programma waarschuwde in september dat wereldwijd 270 miljoen mensen „op de rand van uithongering” staan.

Om meer duidelijkheid te krijgen namen de onderzoekers tussen april en juni 2020 contact op met 30.000 huishoudens in negen lage- en middeninkomenslanden. Vanwege corona werden ze op afstand – telefonisch – geënquêteerd.

Het percentage ondervraagden dat aangeeft er in inkomen op achteruit te zijn gegaan, varieert erg per groep en loopt uiteen van 8 tot 87 procent – de mediaan ligt op 67 procent. Bij die 8 procent gaat het om een groep vluchtelingen in Kenia, bij die 87 procent om het nationale cijfer in Colombia. Daarnaast geeft tussen de 5 en 49 procent (mediaan 30 procent) aan dat ze minder werk hebben. En tussen de 9 en 87 procent (mediaan 45 procent) zegt wel eens een maaltijd te missen, of minder te eten te hebben.

‘Middenklasse krijgt klappen’

„Dat het hen gelukt is van zoveel huishoudens gegevens te krijgen, is een hele prestatie”, zegt ontwikkelingseconoom Luuk van Kempen, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij was niet bij het onderzoek betrokken, maar enquêteert zelf ook huishoudens, onder meer in Zimbabwe. Hij zegt dat de achteruitgang in werk, inkomen en voeding, hem nog meevalt. „Ik had erger verwacht. Maar het onderzoek is aan het begin van de coronacrisis uitgevoerd.”

Wat hem opvalt is dat de grootste achteruitgang niet steeds bij de armsten wordt gezien. In hun data hebben de onderzoekers de ondervraagde groepen opgesplitst in lagere en hogere sociaal-economische klasse. Bij sommige groepen in Bangladesh, Kenia, Nepal en Sierra Leone gaat de hogere sociaal-economische klasse er het meest op achteruit. Van Kempen: „Je kunt je voorstellen dat de middenklasse, mensen met winkeltjes bijvoorbeeld, harde klappen krijgen, omdat ze dicht moeten.” Volgens Van Kempen vergroot de coronacrisis de kloof tussen de rijke top in een land en de rest. Maar of dat ook het geval is tussen de lage- en middeninkomens, is voor hem nog een vraag.