Opinie

Nederlanders hebben geen idéé hoeveel mensen in de wereld op de vlucht zijn

Het recht op asiel wordt volgens de UNHCR bedreigd door geweld aan Europa’s grenzen. Vluchtelingen zijn overal onwelkom, ziet .

Dwars

Als beginnetje heb ik eens een keer goed nieuws voor u: president Biden haalt de Jemenitische Houthi-rebellen weer van de terroristenlijst waarop president Trump hen vlak voor zijn aftreden had gezet. Niet omdat ze geen terroristen zouden zijn, werd erbij gezegd, maar omdat het anders haast onmogelijk zou worden om de burgers onder Houthicontrole eten te geven. Hiervoor hadden de VN en alle andere hulporganisaties Trump gewaarschuwd maar hij verkoos niet te luisteren. Dus de permanente humanitaire crisis wordt (nog) geen humanitaire ramp.

Terzake. Een kort tijdje geleden constateerde de Stichting Vluchteling dat Nederlanders geen idéé hebben hoeveel mensen in de wereld op de vlucht zijn (ú weet het wel, 79 miljoen, inclusief ontheemden), laat staan waar de meeste worden opgevangen. Een op de drie denkt zelfs dat Nederland een van de drie landen is waar de meeste vluchtelingen terechtkomen. Dat is natuurlijk niet waar – lang niet. Nederland valt zelfs buiten de toptien, met een kleine 100.000 erkende vluchtelingen tegenover de 880.000 van nummer 10, Bangladesh. Maar alles wat als bedreigend wordt gezien, wordt algauw overschat – zie ook de perceptie van het aantal moslims in Europa (de perceptie veel hoger dan de werkelijkheid, zie het onderzoek Perils of Perception, Ipsos).

Op Duitsland na zijn die toptienlanden allemaal buren van vluchtelingenproducenten, want de meeste vluchtelingen willen uiteindelijk gewoon weer terug. Met name de buren van Syrië dat de allergrootste leverancier is en blijft zolang het regime van Assad er aan de macht is. Ik pik het kleine Libanon eruit, waar 20 procent van de bevolking vluchteling is – tegen 0,6 procent in Nederland.

Libanon leeft al jaren in een economische crisis door corruptie en wanbeleid, en daaroverheen kwamen nog een mislukte revolutie, corona en van de zomer de enorme ontploffing in de haven. De Libanezen zijn de klos, maar de ongeveer een miljoen Syrische vluchtelingen zijn dat nog méér. Ander onderzoek, van The Refugee Protection Watch, gaf eerder deze maand aan dat negen op de tien Syrische families in nog extremere armoede leven dan ze al deden, dat ze worden gediscrimineerd en niet of nauwelijks in aanmerking komen voor gezondheidszorg (corona!) en dat de druk van overheid en Libanese omwonenden groeit om hen naar hun land terug te drijven. Brandstichting in hun kampjes en zo.

Het antivluchtelingengevoel is aan de overkant van de Middellandse Zee in het rijke Europa niet veel minder. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR waarschuwt dat het recht op asiel wordt bedreigd door systematisch geweld aan de grenzen. „Boten met vluchtelingen worden teruggesleept. Mensen worden opgepakt nadat ze aan land zijn gekomen en vervolgens weer de zee opgeduwd.”

Er is onderzoek ingesteld naar de EU-grenswacht Frontex, maar dit soort praktijken is gewoon de vertaling van de politieke sfeer in veel lidstaten. Oost-Europa hoef ik niet eens te noemen, maar ik was toch wel verbaasd over de Deense premier Mette Frederiksen, die in haar parlement vorige maand zei het aantal asielaanvragen tot nul te willen beperken: „We kunnen dat natuurlijk niet beloven [..], maar we kunnen wel een visie creëren.” Of neem onze eigen Bente Becker (VVD), die het Vluchtelingenverdrag wil herzien. Als we nou eens in plaats van muren op te trekken meer moeite deden om de Syrische oorlog op te lossen?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.