Opinie

Nederland was in de zaak Poch naïef en goedgelovig

Uitlevering

Commentaar

Als het rapport over de affaire van de exTransavia-vlieger en vrijgesproken oorlogsmisdaadverdachte Julio Poch iets oplevert, dan is het een onthutsend kijkje in de onkritische, goedgelovige samenwerking tussen Nederland en Argentinië. In het bijzonder als er onder de radar een verdachte Nederlander van het ene naar het andere land moet worden verplaatst. Daarheen waar de meest kansrijke vervolging kan plaatsvinden.

Ook na de studie van de Commissie ‘Dossier J.A. Poch’ blijft het beeld van een verkapte uitlevering staan. En is ‘rommelen’ het woord dat maar niet wil verdwijnen. Dat vlieger Poch vrijwillig een reguliere vlucht naar Valencia uitvoerde, en dus niet zou zijn gelokt naar een land waar hij gearresteerd zou worden – het overtuigt niet. Het blijft een val die dichtklapte, onder gezamenlijke regie, met politieke instemming. Dat Hirsch Ballin als minister van de rechtmatigheid hiervan door het OM overtuigd moest worden, siert hem. Alleen niet al te lang, want hij ging vervolgens ook akkoord met wat achteraf een doortrapte list was.

De verdedigingslinie van het OM doet ook nu nog vroom aan. Zeker in het licht van wat na de uitlevering gebeurde – de commissie kan nog net uitspreken dat acht jaar voorarrest in Argentinië ‘zwaar’ moet zijn geweest. Maar het blijft Poch óók als een verdachte zien, wiens vrijspraak nog niet onherroepelijk is.

Voor studenten van het fenomeen van ‘tunnelvisie’ is het instructief om te lezen hoezeer de oppervlakkige verdenking dat Poch als militair vlieger aan verdwijningen bijdroeg, heeft verhinderd dat hij zich tijdens het politie-onderzoek ertegen mocht verweren. De vrees dat het onderzoek daardoor zou worden ‘gedwarsboomd’ woog steeds zwaarder dan het recht op wederhoor.

Ook de goedgelovigheid van het Nederlandse gezag over de veronderstelde rechtsstaat Argentinië is pijnlijk. Het is één en al diplomatieke wederkerigheid, onderling vertrouwen, wederzijds respect, veronderstelde grondrechtenbescherming dan wel afwezigheid van redenen er anders over te hoeven denken. Juridisch en bestuurlijk mag zoiets ‘kloppen’, moreel overtuigen doet het niet. Politiek is het naïef.

Lees ook: „Is die zaak nu nodig? Het is zo pijnlijk voor Máxima”

Er zijn bovendien nog open eindjes. Hoe kan een kennelijke medewerker van het kabinet van de Koning al vroeg hebben gelobbyd tégen het vertrouwelijke Poch-onderzoek omdat het voor toenmalig prinses Máxima pijnlijk zou zijn? Het is ook nogal teleurstellend dat de commissie zich bij haar gesprekken geheel heeft beperkt tot Nederlandse overheidsfunctionarissen. Terwijl ze toch ook de samenwerking met de Spaanse en Argentijnse autoriteiten moest beoordelen. En met Poch is wederom niet gesproken.

De commissie stelt vast dat er zich aan de kant van de Nederlandse overheid juridisch geen onregelmatigheden hebben voorgedaan. Dat zij dan zo, maar tegelijk is het ook moeilijk voorstelbaar dat de Staat het een volgende keer weer precies zo zal willen doen. Hoezeer hij ook wil bijdragen aan de internationale opsporing van Nederlandse verdachten van oorlogsmisdaden.

Er liggen voor minister Grapperhaus (Justitie, CDA) nog kansen om eigen conclusies te trekken. Niet alles wat juridisch ‘mag’ is daarmee ook juist, verstandig of voor herhaling vatbaar. Die conclusies moeten verder strekken dan de toekomstige samenwerking met Argentinië, waar dus acht jaar voorarrest tot de mogelijkheden behoort. Er is alle reden om het leed dat Poch is aangedaan te erkennen en te compenseren.