Mama timmerde haar kinderen niet in elkaar

Wie: Elisabeth

Kwestie: kindermishandeling, drugsbezit, overtreden contactverbod

Waar: rechtbank Utrecht

De Zitting

‘Moeder van vijf kinderen verdacht van kindermishandeling’, zou de krantenkop hebben kunnen luiden. Elisabeth werd in 2019 hardhandig gearresteerd in haar woning – de politie vermoedde een wapen. Bij het gesprek met twee van haar kinderen die, gevlucht naar hun tante, de politie belden, was de term ‘mama’s pistool’ gevallen. Ze vertelden dat ze waren geslagen en dat mama dat vaker doet. Tante bevestigde het. Oma wist er ook van. Zij zou „als een furie” tekeergaan. Het wapen vond de politie niet, maar in de vriezer wel zes gram amfetamine.

Elisabeth is drie kwartier te laat – ze raakte in paniek van de navigatie, die ‘omkeren’ zei, terwijl ze heus wel wist waar de rechtbank is. Het dossier telt vijfhonderd pagina’s verdriet en ellende, waarvan „hier maar een klein deel aan de orde is”. Geen van de vijf kinderen woont nog bij moeder, wier problemen zo ongeveer in 2015 begonnen.

De eerste tien minuten snikt, huilt en praat ze met horten en stoten. De rechter vraagt of ze iets heeft geslikt. „Er zijn middelen waarvan je gaat hyperen.” Maar dat ontkent ze. Dan hervindt Elisabeth zichzelf. Ze praat nu continu, maar zelden over wat haar is gevraagd. Vrijwel altijd over wat er eerder is gebeurd, wat voor kutleven ze heeft, hoe ze heeft moeten vechten, met Jeugdzorg, met Veilig Thuis, hoe haar zus haar haat. Dat iedereen maar de politie belt. En dat „wij inderdaad luidruchtig zijn”. Maar van geweld en ‘gooien met goederen’, zoals gerapporteerd, is geen sprake.

Intussen probeert de rechtbank steeds dat ene incident op te helderen dat haar ten laste is gelegd. Die avond dat ze haar puberdochter zou hebben afgeranseld, tegen een kast gegooid, over een plantenbak getrokken en geslagen. Omdat ze haar telefoon niet wilde inleveren. Maar dat incident gaat tijdens de zitting kopje onder in de reality-woordenstroom van Elisabeth. Daarin komt ze op voor haar kinderen van wie een aantal belastende verklaringen heeft afgelegd, maar dat moet hun niet kwalijk worden genomen. „Er wordt bij ons niet geslagen”, zegt ze pertinent.

Dat zowel moeder als zus haar opvoedstijl samenvatten als ‘mama’s wil is wet’ en ‘wie niet gehoorzaamt wordt in elkaar getimmerd’ is een leugen. Het bewijs rust vooral op verklaringen van de kinderen. En van haar zus en moeder over wat zij van de kinderen hoorden en zagen, aan blauwe plekken en schaafplekken. Op verzoek van de verdediging zijn die verklaringen gecontroleerd. Bij de rechter-commissaris werden ze genuanceerd of ingetrokken. De advocaat zal de zaak karakteriseren als ‘zwartmakerij’, gebaseerd op gemanipuleerde verklaringen en jarenlange familievetes. Door Elisabeth samengevat als „dat gelul allemaal, ik kan er niks mee, ik hou van m’n kinderen”.

Inmiddels heeft ze weer regelmatig contact met twee kinderen. De officier „gunt het Elisabeth” dat ze weer „in rust en liefde verder kunnen met elkaar”. Maar er moet ook afgerekend worden. Hij vindt de 24 dagen hechtenis die Elisabeth al onderging voldoende en eist tachtig dagen cel waarvan 56 voorwaardelijk, een taakstraf van zestig uur en toezicht van de reclassering.

Bij de psychiater is een stoornis noch afhankelijkheid van drugs of alcohol vastgesteld. Wel vinden de deskundigen haar ‘heftig’ en ‘intens’ bij persoonlijke relaties. De kans op herhaling is laag.

De advocaat ziet zo veel gebreken in het onderzoek dat geen enkel bewijsmiddel aan de eisen voldoet. Zij bekeek de kindverhoren op video en stelde vast dat, op één uitzondering na, niet is gewezen op het verschoningsrecht. En toen dat wel gebeurde was het verhoor al 32 minuten verder. Er is bovendien tevoren met tante overlegd over wát er precies verteld moest worden.

De rechtbank spreekt haar twee weken later vrij van de mishandeling, maar veroordeelt haar voor het bezit van speed en het overtreden van een contactverbod tot tachtig uur taakstraf. De verklaringen van de kinderen zijn onderling tegenstrijdig, deels afgenomen in elkaars aanwezigheid. Objectief bewijs van letsel, foto’s of verklaringen, is er niet of onvoldoende.

Folkert Jensma