Reportage

Mallorca valt diep zonder toeristen

Coronacrisis Dankzij het toerisme groeiden op vakantie-eiland Mallorca de bomen tot in de hemel. Maar nu de coronapandemie voortduurt, groeien alleen nog de rijen voor de gaarkeukens.

Gaarkeuken Tardor voorziet dagelijks zo’n achthonderd mensen van een maaltijd.
Gaarkeuken Tardor voorziet dagelijks zo’n achthonderd mensen van een maaltijd. Foto’s Patrick Morarescu

Ze zouden er een gouden toekomst tegemoet gaan. Maar nog voordat hun vliegtuig op 29 februari 2020 was geland, sloeg het noodlot toe voor het echtpaar Iordohg: Tibisay (64) kreeg op weg van Boedapest naar het Spaanse vakantie-eiland Mallorca in de lucht een hartaanval. Terwijl ze aan de zijde van haar wakende echtgenoot Imre (64) in het ziekenhuis langzaam weer op krachten kwam, stak het coronavirus de kop op, en kwam het toerisme op Mallorca stil te liggen. Een jaar later wonen ze nog altijd op het vakantie-eiland – zonder een euro aan inkomsten en tussen tientallen andere daklozen.

„Ik had nooit voor mogelijk gehouden dat dit me zou kunnen gebeuren”, verzucht Imre Iordogh in een kleine kamer waarin niet meer dan een bed en een kast staan. „Door de hartaanval waren we in razend tempo door al ons geld heen en van al onze plannen om als BBQ-master en golfleraar een nieuw bestaan op te bouwen kwam niets terecht”, vertelt hij met trillende stem. Hij houdt de hand van zijn echtgenote vast en vervolgt: „We hebben niet eens geld om bloedverdunners voor mijn vrouw te kopen. We hebben alleen elkaar nog.”

Het verhaal van het Venezolaans-Hongaarse echtpaar Iordoghs staat niet op zich. Sinds 22 november wonen ze aan de rand van Palma in opvanghuis Llar Kurt van de stichting Tardor, tussen tientallen Spanjaarden, een Peruaan en een Colombiaan, die ook aan lager wal zijn geraakt en afhankelijk zijn van de hulp van vrijwilligers. De slaapvertrekken zijn klein, de gezamenlijke ruimte is beperkt en het risico om corona op te lopen in het gebouw waar de bewoners amper mondkapjes dragen lijkt aanzienlijk.

Maar hier is het virus niet de grootste zorg. Llar Kurt is het laatste vangnet voordat mensen op straat komen te staan. „Dat Mallorca in zó’n crisis terecht zou komen had niemand voor mogelijk gehouden”, zegt psychiater Miguel Lázaro Ferreruela (63). „Uit alle lagen van de bevolking zijn de mensen hard getroffen. Het eiland verkeert in een shock.”

Lázaro – voorzitter van de vakbond SIMEBAL voor medici op de Balearen – ziet de ellende op Mallorca met de dag groter worden. Zeker nu de horeca alweer weken achtereen gesloten is. Met 262 besmettingen op 100.000 inwoners in de laatste veertien dagen zit het eiland volop in de derde golf van de pandemie. Als de psychiater door de straten van hoofdstad Palma naar zijn werk loopt, komt hij op het Plaza de España tal van daklozen tegen. Voor zijn gevoel zijn het er met de dag meer.

Imre en Tibisay (r) Iordogh in het opvanghuis Llar Kurt

Voedselbanken

Uit recent onderzoek van het Observatori Social de les Illes Balears (OSIB), waarin verschillende wetenschappelijke partijen vertegenwoordigd zijn, blijkt dat nu 320.000 van de 1,2 miljoen bewoners van de Balearen onder de armoedegrens leven. Daarvan leeft 10 procent onder extreme omstandigheden. En het aantal mensen dat op Mallorca op straat slaapt of in tenten in de bossen leeft is in een jaar verdubbeld naar zo’n achthonderd.

Volgens Lázaro weet niemand zich goed raad met de onverwachte crisis waarbij de toeristen in ‘de goudmijn van Spanje’ in rap tempo plaats maakten voor rijen met hongerende mensen. Het doet de oudere generatie weer denken aan het Spanje van dictator Francisco Franco, toen Mallorca leefde van een beetje landbouw. Sinds het toerisme in de jaren zestig van de vorige eeuw op gang kwam, heeft Mallorca vrijwel constante economische groei gekend. Zelfs de bouwcrisis van 2008 liet geen heel diepe sporen na. De voorbije jaren groeide het aantal buitenlandse gasten naar recordhoogten. In 2019 kwamen er circa 13,6 miljoen toeristen naar de Balearen die 14,8 miljard euro uitgaven.

Lees ook deze reportage over het ingestorte toerisme op de Canarische Eilanden

Overleven

Maar daarvan was in 2020 nog maar zo’n 13 procent over. „Als je bedenkt dat 90 procent van het toerisme leeft, dan hebben heel veel mensen hier een probleem”, stelt Lázaro. „Het is overleven totdat iedereen is gevaccineerd.”

Hoewel er zicht is op het geld uit het toegezegde steunfonds van de Europese Unie, waarin 70 miljard euro voor Spanje zit, slaagt de regioregering van de Balearen er nu niet in om de grootste nood te lenigen. Zonder de inzet van organisaties van vrijwilligers en de hulp van kerken zou de ramp op Mallorca niet te overzien zijn. Zo zijn er binnen een mum van tijd 75 voedselbanken op het eiland geopend. Die draaien grotendeels op giften van particulieren. In Palma zijn er verschillende gaarkeukens die dagelijks duizenden bewoners van een maaltijd voorzien. Zoals Comedor Tardor waar zich dagelijks al ver voor 12.00 uur in de middag een enorme rij vormt.

In een mum van tijd zijn op het eiland 75 voedselbanken geopend

Joan Darder, de 26-jarige zoon van oprichter en Tardor-voorzitter Jonny Darder, heeft deze dag de leiding. Terwijl vrijwilligers binnen in dampende pannen met paella roeren, uien snijden of linzen opscheppen, leidt hij zijn bezoek rond door de keuken. „Vijf jaar geleden is het initiatief ontstaan om mensen die het tijdens het laagseizoen moeilijk hadden bij te staan. Omdat de huren zo snel omhoog gingen moesten ze vaak kiezen tussen een dak boven hun hoofd of een bord eten”, legt Darder uit. „Destijds ging het om ongeveer tachtig mensen. Dat zijn er nu tien keer zoveel. Sommigen zijn voor hun eten volledig van ons afhankelijk.”

Voor de ingang van de gaarkeuken, waar vanwege de coronamaatregelen nu niet meer mag worden gegeten, maakt Matías Coll Pizá (60) zich klaar voor de eerste ‘klant’. Als manusje-van-alles helpt hij dagelijks bij het uitdelen van de maaltijden. Als het nodig is sust hij een ruzie, als een soort portier. „Het doet pijn om te zien dat de mensen echt honger lijden”, verzucht de eilandbewoner, die als kelner nu leeft van een uitkering. Hij snakt zelf ook naar werk. „Steeds als er een beetje hoop was, dan kwam er daarna weer slecht nieuws. Je kunt niet anders dan zoveel mogelijk binnen blijven en van dag tot dag leven.”

Kostwinner

Esteban Pizarro (60) leeft volgens datzelfde adagium. Als kostwinner – levend van een uitkering van nog geen 1.000 euro – zit er voor hem niets anders op dan de dagelijkse gang naar de gaarkeuken te maken. „Ik had nooit kunnen bedenken dat ik hier zou staan”, zegt hij met een wit tasje vol eten in zijn handen. „Maar met een huur van 800 euro per maand zijn we als gezin gewoon op deze keuken aangewezen. Want als we ons huis kwijtraken dan is alles voorbij.”

Een paar kilometer verderop maken Imre en Tibisay Iordogh hun dagelijkse rondje over het industrieterrein bij het opvangcentrum Llar Kurt. Om de benen te strekken. Om te luchten. Om de tijd te doden. „Om niet in een gek makende routine van slapen, eten en solliciteren te komen proberen we elke dag anders in te delen”, legt Imre Iordogh uit, die ooit in Venezuela een goede baan had als ingenieur bij de nationale oliemaatschappij. Vier jaar geleden moesten hij en zijn vrouw, op de vlucht voor het regime van Nicolás Maduro, zijn geboorteland verlaten. In zijn tweede vaderland Hongarije vond hij werk bij computerbedrijf IBM, totdat hij de lokroep uit Mallorca niet meer kon weerstaan. Iordogh verspeelde daarmee vrijwel alles. „Maar ik heb hier wel mijn vrijheid. Ondanks alles ligt onze toekomst hier.” En dan lachend: „Het kan toch alleen maar beter worden?”