Recensie

Recensie Theater

Kille vervreemding in ‘De Panter’ van Dunja Jocic

Mens en technologie, vrouwen in oorlog, onderdrukte vrouwen – tijdens de slotdagen toonde het online festival Cadance de wereld van nu vanuit een vrouwelijk choreografisch perspectief.

‘De Panter’, choreografie van Dunja Jocic
‘De Panter’, choreografie van Dunja Jocic Foto Marinus Groothof

Dit kan in dans: zonder woorden gedachten en angsten verbeelden die je besluipen, bekruipen en beklemmen. Waardoor je uit evenwicht wordt gebracht, terneergeslagen. Waartegen je je verzet, die je bevecht. Jammer dus dat Ramsey Nasr in De Panter, een choreografie van Dunja Jocic, telkens in een voice-over het onbehagen van de nieuwe bewoner van een appartement/virtuele ruimte/lichaam verduidelijkt; de vrouwenstem aan begin en eind waren voldoende.

Des te welsprekender is de lichaamstaal van danser Simon Bus, die aanvankelijk ontspannen zijn nieuwe woonruimte inspecteert. Die wordt gesymboliseerd door een grijze kubus boven de vloer. Als Ornella Dufay-Miralles en Lukas Karvelis het toneel betreden, lijkt hun vervreemdende aanwezigheid Bus’ sensatie te belichamen van voortdurend gadegeslagen en beheerst te worden. Door anderen, of door (onzichtbare) hedendaagse gadgets. Met kronkelende, verwrongen bewegingen tronen zij Bus steeds verder mee sciencefictionachtige sferen in, waar hij transformeert tot een angstig wezen, klaar om ‘en garde’ zijn belagers, al dan niet virtueel, te weerstaan.

Jocic varieert mooi met bewegingskwaliteiten en sferen. De Panter lijkt door de kille vervreemding een theatralere versie van het werk van de hitchoreografen Sharon Eyal & Gai Behar. Interessante variant.

De Panter is onderdeel van het van het online Cadance Festival. Tijdens het slotweekend zorgde de double bill Feminale met ruim 700 livestreamtickets voor een mooie piek in de kijkcijfers (bijna 3000), niet in de laatste plaats dankzij Scala, de nieuwe choreografie van Krisztina de Châtel. Centraal staat een bijna onafgebroken ronddraaiende, bijna vier meter hoge, monumentale trap (een ontwerp van De Châtel en Theun Mosk) die met in een flauwe bocht weglopende, smalle treden een imposant ruimtelijk-optisch effect creëert. Op die trap vijf strijdbare vrouwen in zwart uniform, die met strakke passen en stramme of gehoekte armen marcheren, hoofd opzij als bij een militaire parade.

Het is De Châtel ten voeten uit: strijdbare vrouwen, die in volle concentratie minimalistische patronen uitvoeren. Het is ook De Châtel anno nu: evenzeer geïnspireerd door ruimtelijke uitdagingen als maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen. Want Scala gaat over vrouwen in oorlogssituaties, wier idealistische overtuiging langzaam taant, zoals deel twee toont. De bewegingen worden zachter, vrouwen leggen hun hoofd bij elkaar te rusten, tonen hun wanhoop en zoeken kracht bij elkaar. Geen woorden nodig. Wel ruimte – eeuwig zonde dat Scala niet live te zien is. Maar dat komt ongetwijfeld nog.

Aanstormend talent Astrid Boons houdt het simpel. In Arise worden drie vrouwen ‘klein’ gehouden: in verwrongen en gespannen houdingen, ogen en monden pijnlijk opengesperd, bewegen ze laag boven de vloer, onder een hemel van horizontale tl-buizen in rotten van vier. Hun lijven pulseren in een uitputtend, machinaal ritme. Als ze tot stilstand komen, zakt plots een tl-buis scheef; verandering op komst! Een beetje voorspelbaar is het wel, maar mooi van consequente intensiteit. Daarmee toont Boons zich een geestverwant van de 77-jarige De Châtel.