Opinie

NRC en het activisme van De Hond: over onderzoek en wederhoor op de valreep

De ombudsman

Wanneer is een onderzoek fit to print? Je kunt zeggen: als er relevante feiten in staan, geen onjuistheden en er wederhoor is verleend aan de betrokkene. Je kunt ook zeggen: als de strekking en bedoelingen ervan duidelijk waren, het wederhoor ruimhartig is aangepakt en het resultaat meer vragen beantwoordt dan oproept.

De eerste test doorstaat het artikel dat NRC bracht over Maurice de Hond en zijn guerilla tegen het coronabeleid, bij de tweede is dat nog maar de vraag.

Voor wie het miste: het artikel beschrijft hoe De Hond (die al vroeg beweerde dat Covid-19 vrijwel uitsluitend wordt verspreid via aerosolen en veel maatregelen onzin waren, behalve ventileren) contacten onderhoudt met onder anderen complotdenker Willem Engel en de ventilatiebranche probeerde te mobiliseren.

De opiniepeiler reageerde verbijsterd en tekende protest aan bij de auteurs, bij de hoofdredactie en bij mij. Hij voelt zich belazerd. Eind oktober had hij bezoek gekregen van een NRC-redacteur die geïnteresseerd was in zijn rol in het debat en zei een stuk te gaan maken. In december volgde een telefoongesprek waarin De Hond nadere vragen kreeg en hem werd gezegd dat nog aan het stuk werd gewerkt. Weer een maand later kreeg hij donderdag rond 12.00 uur een telefoontje dat hem een artikel was gemaild dat „eind van de dag” online zou gaan, met het dringende verzoek vóór 16.00 uur te reageren.

De Hond, verrast door het stuk, ontstak in woede, maakte bezwaar tegen enkele passages en kreeg per kerende post een tweede versie met een nieuwe deadline van 18.00 uur. Daar reageerde hij niet meer inhoudelijk op.

Resultaat: een lezenswaardige maar ook hybride reportage. Deels portret van de man en zijn invloed, deels een weging van zijn beweringen over aerosolen (eerder gedaan door Wetenschap), deels onderzoek naar zijn netwerk „achter de schermen”. Het laatste was het interessantst en onthullend. In De Honds mobilisatie van de ventilatiebranche, inclusief de promotie van een apparaat met de gezellige naam Virobuster, had wat mij betreft zelfs een apart, groter verhaal gezeten.

Al maakt hij zelf van die banden ook geen geheim, de krant baseerde zich onder meer op een „persconferentie” van hem waarin de Virobuster werd aangeprezen. De Hond ontkent er zakelijke belangen bij te hebben – het tegendeel bleek niet uit het stuk.

De chef Binnenland en de hoofdredactie staan vierkant achter het onderzoek: zij wijzen erop dat er twee gesprekken zijn geweest met De Hond, dat die voldoende ruimte heeft gehad voor weerwoord, dat het stuk kortom af was en feitelijk correct.

Enkele verwijten van De Hond zijn ook in mijn ogen onterecht of niet te bewijzen. Hij claimt dat hem was toegezegd dat delen van het gesprek off the record waren. De krant bestrijdt dat. Tja, tenzij duidelijke afspraken zijn vastgelegd over de inhoud van een gesprek (wat niet het geval was) kan een journalist daar gewoon uit putten. Ook zie ik geen feitelijke onjuistheden of aperte beschuldigingen zonder wederhoor.

Toch heeft De Hond een punt, over dat weerwoord.

Op de valreep commentaar of weerwoord vragen (in minder dan de 24 uur die de NRC Code aanbeveelt) gebeurt natuurlijk veel vaker. Er is ook niets op tegen bij urgent nieuws of het verifiëren van losse feiten. Bij de wekelijkse profielen die de krant ooit bracht, was het zelfs expliciet niet de bedoeling om contact op te nemen met betrokkene – dan zou die de bronnen maar beïnvloeden.

Maar het ligt anders bij een zo breed, op de man gericht onderzoek, zeker als dat maanden geleden begon met een gesprek met het lijdend voorwerp. Dan ligt het voor de hand, al is het niet ‘noodzakelijk’, om nog een keer langs te gaan om je bevindingen door te spreken. Je kunt je afvragen of het veel had uitgemaakt – De Hond is overtuigd van zijn gelijk – maar het is fair, levert wie weet nieuwe informatie op en voorkomt dat iemand zich het slachtoffer voelt van overval-journalistiek.

De krant houdt staande dat De Hond ook die middag nog alle ruimte kreeg en uitgebreid van zich liet horen. Dat gaat eraan voorbij dat hij moest reageren op een pasklare tekst, die (om voor hem onduidelijke redenen) met spoed online moest, en waar alleen zijn commentaar nog in hoefde te worden verwerkt. Bovendien, je krijgt dan wederhoor van iemand die zich overrompeld voelt en emotioneel reageert – ook niet ideaal.

Dat geldt nog eens extra bij de turbulentie rond het coronabeleid – een bewegend doelwit. In de pandemie buitelen de ontwikkelingen over elkaar heen. Het gesprek met De Hond vond plaats toen er nog geen vaccins waren, geen Britse variant of nieuwe besmettingscijfers (die De Hond ook bestrijdt), laat staan een avondklok. Het stamde dus zogezegd nog uit het vroege Aerosool.

En waarom moest het stuk per se die dag online? Die haast kwam vooral doordat het tv-programma Propaganda die avond om 21.00 uur ook met een uitzending over De Hond en corona zou komen. Het lukte net om het artikel daarvoor (20:53 uur) te publiceren.

Nu is niet gescoopt willen worden een legitieme afweging, maar de timing van een maandenlang onderzoek werd zo wel bepaald door de televisie – niet sterk.

Dat was overigens, in weerwil van wat De Hond vermoedt, geen „gecoördineerde actie”. Het programma was gewoon aangekondigd, de NRC-redacteuren kenden de inhoud niet. Dat bleek, want het nieuws van de uitzending – De Hond kreeg 100.000 euro van een exploitant van vakantieparken – werd naderhand in een kadertje aan hun stuk toegevoegd.

Was de televisie de krant toch nog iets te snel af geweest.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.