Necrologie

Diplomatiek orkestdirecteur in roerige tijden

Jan Willem Loot 1943-2021 Orkestmanager Jan Willem Loot was veertig jaar lang een baken van rust in een voor de Nederlandse orkesten roerige tijd – met fusies en bezuinigingen als constante.

Orkestmanager Jan Willem Loot
Orkestmanager Jan Willem Loot Ronald Knapp

De witte kuif op het frontbalkon. Zo heet de in 2009 gepubliceerde biografie over orkestmanager Jan Willem Loot, en zo ook zal hij herinnerd worden: als de man die ruim twintig jaar op de eerste rij van het balkon van het Concertgebouw zat, eerst als directeur van het Nederlands Philharmonisch Orkest, later van het Koninklijk Concertgebouworkest. Loot, orkestmanager in een periode waarin het Nederlands orkestbestel onder hoge druk veranderde, overleed vrijdagnacht.

Loot, opgegroeid in een gezin waarin iedereen vanaf half 8 de dag startte met een half uur muziek studeren, begon zijn carrière als jurist. Met zo’n beroep, zo redeneerde hij, zou hij tijd overhouden om lekker cello te spelen, onder meer in het Groningse studentenorkest Bragi. Voor de jonge jurist Loot pakte die combinatie inderdaad uitstekend uit: nog maar net afgestudeerd solliciteerde hij als directeur bij het Overijssels Philharmonsch Orkest, dat hem eerst aannam als adjunct-directeur, maar waar hij binnen het jaar doorgroeide naar de post van algemeen directeur. Dat hij pas 28 was, viel niet op, zo memoreerde een musicus: Loot was al jong formeel, altijd in pak, vroeg grijs.

Bij het OPhO balde Loot onder meer zijn vuist tegen een destijds nog gebruikelijke anomalie bij orkesten: de voor het leven benoemde chef-dirigent. Daarnaast verweerde hij zich succesvol tegen een fusie met het Gelders Orkest. Met zijn echtgenote, politica Winnie Sorgdrager, ontving hij solisten in die „niet al te drukke” jaren gewoon thuis, en dan werd er „zelfs geflipperd”.

Onbekende Oost-Duitser

Op Overijssel volgde wat de grootste uitdaging van Loots carrière zou blijken. In 1979 stapte hij over naar het Amsterdams Philharmonisch Orkest en werd daar directeur in een periode dat het APhO moest fuseren. Samen met het Utrechts Stedelijk Orkest en het Nederlands Kamerorkest ging het Nederlands Philharmonisch Orkest heten. De orkestcombinatie Nederlands Philharmonisch Orkest/Nederlands Kamerorkest werd het grootste orkestbedrijf van Nederland. Extra uitdagingen waren daarbij dat het personeelsbestand moest krimpen, terwijl het orkest zich moest opmaken voor een nieuwe kerntaak: het NedPhO zou ook het vaste orkest worden van De Nederlandse (thans Nationale) Opera – een complex proces dat zich langjarig en met veel pijn en strijd voltrok.

Het was Jan Willem Loot die de nog onbekende Oost-Duitser Hartmut Haenchen aantrok als chef-dirigent, die op zijn beurt ook weer strubbelingen ondervond met de in 1988 aangestelde operadirecteur Pierre Audi. Aan Loot de taak het NedPhO in die machtsstrijd tussen de belangen van de opera en die van het orkest te verdedigen. En dat lukte: met Haenchen boekte het NedPhO grote successen, zowel in de opera als in de symfonische thuisbasis die Loot had weten te bemachtigen: de Beurs van Berlage.

Sfinx

Omstanders prezen Loot om de diplomatieke rust waarmee hij zulke processen in goede banen leidde: de ‘Sfinx’ werd hij genoemd. In 1998 volgde – geen onverwachte, wel een ongewone transfer – zijn benoeming tot algemeen directeur van het Koninklijk Concertgebouworkest. Loot trok de in 2020 gepensioneerde Joel Ethan Fried aan als artistiek manager, die hem prees om zijn lef de serie voor modern repertoire te verdubbelen, ondanks de vele commerciële motieven dat níét te doen. En toen de relatie tussen de musici en de toenmalige chef-dirigent Riccardo Chailly sleets raakte, wist Loot de favoriete kandidaat van de musici, de al 61-jarige Let Mariss Jansons, te tekenen. Ook zette hij een eigen cd-label op, RCO Live. Zo was hij ook bij het Concertgebouworkest tot zijn pensioen in 2008 een baken.

Loot was geen charismatisch of cholerisch manager; sommigen noemden hem saai of passief, anderen memoreerden dat hij juist een goed stuurman in bewogen tijden was door te zijn wie hij was: kalm en onverstoorbaar, goed in delegeren.

Kort pensioen

Zijn pensioen duurde kort, al na een half jaar werd hij, op zijn 66ste, directeur van het Orchestre National de France, waar hij aanbleef tot 2012. De Parijse chef-dirigent was toen Daniele Gatti: voor Loot een oude bekende uit Amsterdam, waar Gatti toen al vaak als gast-dirigent voor het Concertgebouworkest stond.

Gatti vroeg Loot om zijn directeur te worden en Loot accepteerde, want „Parijs, dat leek me toch wel spannend”. Gatti werd in Parijs door Loot nog bijgepraat over belang, aard en wezen van het symfonische repertoire en ‘de Amsterdamse stijl van werken’. Hij werd chef-dirigent in Amsterdam in 2016 – tot zijn ontslag in 2018 na beschuldigingen van ongepast gedrag.

Jan Willem Loot werd 77 jaar.