‘Rustig thuis? Ik wil in mijn leven een doel hebben’

Spitsuur Wendy Koolhoven (71) is volop actief. Ze is bijna klaar met haar studie tot cellodocent, waardoor sporten er even bij inschiet. Luxe doet haar weinig. „Dertig smaken kattenvoer in de supermarkt. Daar blijf ik me over verbazen.”

Wendy: „Ja, ik heb een rijk leven. De klimaatverandering en de plasticsoep baren me zorgen, maar over mijn privéleven ben ik heel positief.” Foto David Galjaard
Wendy: „Ja, ik heb een rijk leven. De klimaatverandering en de plasticsoep baren me zorgen, maar over mijn privéleven ben ik heel positief.”

Foto David Galjaard

Wendy: „Sinds mijn veertiende speel ik cello. Mijn hele familie was muzikaal, mijn vader was arts én violist. Ikzelf heb een blauwe maandag aan het conservatorium gestudeerd, maar die studie voelde niet zo nuttig. Ik zat uren op mijn kamer te studeren terwijl de wereld doordraaide en ik daar voor mijn gevoel geen deel aan nam. Toen ben ik verpleegkundige geworden en heb ik jaren in Nicaragua en Ghana gewerkt. In 1991 ben ik teruggekomen naar Nederland en in 2015, een jaar na mijn pensioen, ben ik begonnen aan een deeltijdopleiding tot cellodocent. Dat ik op latere leeftijd weer ben gaan studeren, doe ik omdat ik zo van leren hou.

„Ik ben nu aan mijn scriptie bezig, over improvisatie in de cellopraktijk, een vrij nieuw terrein voor klassieke cellisten. Nog twee examens en dan hoop ik volgend jaar af te studeren. Ik heb inmiddels twee stages afgerond: bij een cellodocent in Eindhoven en bij een cultureel centrum in Amstelveen. Ik doe nu een stage bij een docent in Baarn die de Suzuki-leerfilosofie toepast. Ik wilde een paar stages doen om een beter beeld te krijgen van lesgeven en van leerlingen. Ik heb nu zelf drie leerlingen, maar na mijn afstuderen wil ik graag meer gaan lesgeven.

„Eind 1978 ben ik als verpleegkundige naar Ghana vertrokken, voor hulporganisatie Memisa. Daar heb ik vier jaar in een missieziekenhuis gewerkt, in de preventieve zorg. Met Landrovers gingen we de dorpen langs om te vaccineren.

Twee dochters

„In 1985 ben ik naar Nicaragua gegaan, net toen daar de strijd tussen de sandinisten en de contra’s losbarstte. Met een Nicaraguaanse man heb ik daar twee dochters gekregen, twee prachtige meiden die nu allebei in Amsterdam wonen. Ik was een soort ongehuwde moeder.”

„Terug in Nederland heb ik een opleiding tot docent verpleegkunde gedaan, maar voor de klas staan was niet zo’n succes. In Nicaragua en Ghana was ik gewend om les te geven aan gemotiveerde volwassenen, maar in Nederland had ik te maken met adolescenten die vliegtuigjes door de klas gooiden.

„Toen ben ik gaan werken in asielzoekerscentra: ik beoordeelde of mensen met klachten naar huis- of tandarts moesten. Leuk werk; eigenlijk had ik geneeskunde willen studeren, maar ik had het verkeerde vakkenpakket. In 2011 ben ik overgestapt naar de ouderenzorg en was ik betrokken bij universitair onderzoek naar kwetsbare ouderen. Ik heb ook nog een maand in een zorgcentrum in Catalonië gewerkt, omdat ik weer Spaans wilde praten. Maar dat was wel erg basaal werk en Spaans is toch wat anders dan Catalaans. Toen ben ik voor mijn eigen moeder gaan zorgen.

„Ik zag het niet zitten om na mijn pensioen thuis te blijven. Dan zou ik depressief geworden zijn: ik wil een doel hebben in mijn leven. Ik denk dat het goed voor je gestel is om bezig te blijven, workshops te doen en anderen te ontmoeten. Ik ben sowieso een beetje een druk type, ik heb veel energie. Daarom mediteer ik elke dag en doe ik aan mindfulness.”

Zittend beroep

„Mijn studie slokt nu de meeste tijd op, maar toen het nog kon, ging ik elke week zwemmen en naar de sportschool. Dat mis ik wel. Bewegen is goed voor me, omdat ik een zittend beroep heb. Daarnaast heb ik celloles en doe ik mee aan een theaterproject met asielzoekers – nu via Zoom, maar hopelijk snel weer live. ’s Avonds ben ik minder actief, dan kijk ik veel tv en studeer ik niet meer.”

„Ik blijf bezig met de landen waar ik heb gewerkt. In 2016 en 2017 ben ik teruggegaan naar Ghana en heb ik mensen bezocht die ik dertig jaar niet had gezien. Geweldig. Ik zou zó weer terug willen, maar ik moet nu eerst mijn studie afmaken. Misschien ga ik daarna wel celloles geven in Ghana of Nicaragua.”

Geen luxe

„Mijn studie slurpt het meeste geld op. Ik zit op een privé-opleiding, dus de boeken, examens en lessen moet ik zelf betalen. Daaraan ben ik gemiddeld ruim 2.000 euro per jaar kwijt. Aan een vriendin in Nicaragua maak ik elke maand 50 euro over. Zij is docent op een middelbare school, maar de salarissen zijn daar zó laag. Ik heb zelf ook geen geweldig pensioen vanwege al die jaren in het buitenland, maar ik kan er goed van rondkomen.

„Aan kleding en uitgaan geef ik bijvoorbeeld vrijwel niets uit en ook in mijn huis is er weinig luxe: ik heb geen vaatwasser, geen droger en ik rijd in een oude auto. Dat doe ik uit zuinigheid en vanwege de duurzaamheid. Ik zeg altijd: klimaatverandering in Nederland is gevaarlijk, maar elders in de wereld ben je meteen dakloos als er een orkaan langskomt.

„Door die tijd in het buitenland besef ik dat ik in een ontzettend rijk deel van de wereld woon. Met supermarkten waar je vijfentwintig merken wasmiddel en dertig smaken kattenvoer kunt krijgen. Daar blijf ik me over verbazen. Ook daarom is het goed om regelmatig terug te gaan naar die landen. Dan leer je relativeren, en improviseren als iets anders loopt dan gepland.

„Dat had ik allemaal gemist als ik op het conservatorium was gebleven. Ja, ik heb een rijk leven. De klimaatverandering en plasticsoep baren me zorgen, maar over mijn privéleven ben ik heel positief. En dat wil ik ook uitdragen – met een kaartje, een compliment of een bezoekje aan anderen. Dat kost zo weinig moeite en doet zoveel.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl