Het ritme van koude vingers

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: Koude vingers kunnen ineens opwarmen. En weer koud worden. Maar niet bij iedereen.

Een inwoner van New York maakt met blote handen zijn auto sneeuwvrij, afgelopen dinsdag.
Een inwoner van New York maakt met blote handen zijn auto sneeuwvrij, afgelopen dinsdag. Foto Brendan McDermid/Reuters

Vorige week bespraken we de ademwolken die zo talrijk waren tijdens een fietstocht op de Diemerzeedijk. Vandaag komen we met de waarnemingen van de fietstocht op de zondag erna. Het ging nu langs Ilpendam, Monnickendam en nog wat van die dorpen en duurde wel drie uur. Het vroor inmiddels, maar er waren opeens verrassend weinig ademwolken, wel veel ganzen en fluiteenden en schapen met grappige rode en groene vlekken. En vooral veel koude vingers want aan wanten was niet gedacht. Zó koud en pijnlijk werden de vingers op den duur dat besloten werd de tocht bij een take-away te onderbreken toen ze opeens uit eigen beweging weer opwarmden. Als bij toverslag, zeg maar. Later werden ze opnieuw koud en pijnlijk maar steeds trad na een tijdje herstel op. Je kon erop rekenen.

Velen kennen dit verschijnsel, maar weinigen zijn zich ervan bewust, dat is zijn handicap. In ieder geval heeft het nooit een Nederlandse naam gekregen. In het Engels wordt het de ‘hunting response’ genoemd of liever nog de ‘cold-induced vasodilation’: CIVD. Vaatverwijding onder invloed van koude. Het fenomeen kreeg zijn eerste beschrijving in 1930 van de Britse cardioloog Thomas Lewis. In Nederland heeft de thermofysioloog Hein Daanen, hoogleraar aan de Amsterdamse VU, er veel onderzoek aan gedaan.

Vooral jonge mensen kunnen een mooie, uitgesproken warm-koud-warmritmiek ontwikkelen en ze doen dat altijd sneller en beter dan oude mensen, zeker als ze hun hand niet door lucht maar door water laten afkoelen. In experimenten wordt vaak water van vijf graden gebruikt. Water van nul graden, met blokjes ijs, is ook geschikt maar is nog pijnlijker. Meestal laat men in het laboratorium maar één vinger afkoelen, maar je kunt net zo goed je hele hand in het ijskoude water steken. Vijf vingers doen niet meer pijn dan één vinger, want pijn sommeert niet. „Ik vond dat ook een interessante ontdekking”, zegt Daanen.

Thermometer van Blokker

De ritmiek is te voelen maar ook te meten als je een temperatuursensor aan de binnenkant van het bovenste vingerkootje van de wijsvinger plakt. Daanen: „Ik raad studenten altijd aan een goedkope elektronische buitenthermometer met losse sensor te kopen.” Die sensoren bestaan uit thermistors, temperatuurgevoelige weerstanden, die wat trager zijn dan de thermokoppels die wetenschappers gebruiken.

Bij jonge mensen komt de ritmiek vaak al binnen 5 à 10 minuten op gang en als de lichaamstemperatuur stabiel is kan de ritmiek zó constant zijn dat-ie in termen van frequentie en amplitude is te beschrijven. De pulsen komen elk kwartier en kunnen de vingers steeds wel 8 graden opwarmen.

Het fenomeen wordt toegeschreven aan het ritmisch open- en dichtgaan van anastomosen, dwarsverbindingen tussen de adertjes en slagadertjes in de vinger die in nog niet al te koude handen gesloten blijven onder invloed van stoffen (neurotransmitters) die zenuwuiteinden afgeven maar die bij sterke afkoeling opeens opentrekken. Dan ontstaat een soort kortsluitroute die de doorbloeding van de vingers sterk vergroot. Als de anastomosen weer opwarmen neemt de gevoeligheid voor neurotransmitter weer toe en sluiten ze zich. Dan moet het bloed weer de omweg met meer weerstand volgen.

Heel veel is er over het mechanisme niet te vinden, het meeste CIVD-onderzoek zit in de toegepaste sfeer en is nogal beschrijvend en inventariserend. Een overzichtsartikel van Daanen uit 2003 laat het zien. In de loop van de tijd is vastgesteld dat de seksen niet veel verschillen in hun CIVD-reactie en dat die opvallend uitgesproken is onder rokers. De oorspronkelijke bevolking van Afrika vertoont de reactie niet. Als de lichaamstemperatuur (kerntemperatuur) door voorafgaande sterke afkoeling erg laag is geworden blijft de CIVD-reactie nagenoeg uit, de lage zuurstofspanning in het hooggebergte heeft hetzelfde effect. Plotselinge felle stress kan de reactie verstoren. Van praktisch belang is dat de tenen óók een – zwak – ritme vertonen, zij het zonder dat er samenhang is dus de teenreactie en de vingerreactie.

Ook belangrijk: het is niet mogelijk gebleken de CIVD-reactie door oefening, training, wisselbaden en noem maar op te verbeteren of te versterken. Hoogstens wordt de pijngewaarwording wat minder. Bij gelegenheid kan een flinke kop hete thee de CIVD op gang brengen.

Mariniers op oefening

Heeft een mens ook nut van zijn CIVD-reactie, daar gaat het natuurlijk om. In vaste regelmaat neemt die de pijn weg die vooral door de voorafgaande vaatvernauwing wordt opgewekt, dat kan iedereen bij zichzelf nagaan. Voor de gevoeligheid en behendigheid (‘dexterity’) van de vingers maakt het helaas weinig uit. Een muntje uit je zak vissen blijft lastig.

Algemeen wordt aangenomen dat het CIVD-fenomeen het lichaam beschermt tegen koudeschade. „Maar het viel nog helemaal niet mee om dat aan te tonen”, zegt Daanen. In 2005 werd van ruim 200 Nederlandse mariniers die op winteroefening waren in Noorwegen de vinger-CIVD bepaald. Toen er later enige tientallen flinke koudeschade aan hun voeten hadden opgelopen bleek een significant deel daarvan opvallend slecht te hebben gescoord in de CIVD-test.

De lezer die de komende dagen de vrieskou in wil zou dus vooraf even zijn vinger-CIVD kunnen onderzoeken met behulp van een glas koud water. Hij kan natuurlijk ook handschoenen aantrekken. Een nieuwe vraag is dan opeens of het handschoenen met of zonder vingertoppen moeten zijn.