Giet it dan toch ooit nog eens oan?

IJs Vanaf het moment dat op het Friese platteland kwam wonen, vroeg ze zich af: zal er ooit nog een Elfstedentocht komen?

Een luchtfoto van deelnemers aan de Elfstedentocht van 1963.
Een luchtfoto van deelnemers aan de Elfstedentocht van 1963. Foto Hollandse Hoogte

Men had het er nog over, vijf jaar geleden toen ik in mijn Friese dorpje aan het IJsselmeer kwam wonen: kruiend ijs.

Kruiend ijs bracht mijn kleine dorpje van nog geen tweehonderd inwoners internationale aandacht.

Kruiend ijs was een attractie van jewelste.

Kruiend ijs bracht een mensenmassa op de been.

Het IJsselmeer was bevroren. De mensen konden kilometers het ijs op lopen en dat deden ze dan ook, in optocht. Onderaan de dijk stonden de auto’s in file geparkeerd. Op sommige plekken was het ijs tot wel vier meter opgestuwd, de mensen beklommen de ijsbergen, het was een sensatie. Dit natuurfenomeen had niemand ooit meegemaakt.

Nog nooit had mijn dorpje zó in de belangstelling gestaan.

Ik bel de Friese weerman Piet Paulusma.

Alle officiële modellen voorspelden dooi, maar ik dacht: die oostelijke wind blijft staan

De dagen voorafgaand aan de gebeurtenis die mijn dorp op de kop zette, waren de weersvoorspellingen grillig en zeer uiteenlopend geweest. Paulusma, ooit als weeramateur bij Omrop Fryslân terechtgekomen, voorspelde dit natuurfenomeen echter als een van de weinigen wél.

Hij zegt: „Het was 2010 en we hadden al een lange winter achter de rug met in januari matige tot strenge vorst, halverwege lichte dooi en daarna opnieuw vorst. Op 26 en 27 januari vroor het in Stavoren zelfs bijna 16 graden, er was dus veel ijs op het IJsselmeer. Eind januari kwam er overdag lichte dooi en een winddraaiing naar West-Zuidwest, met een toename tot krachtig of hard. Dat zette het proces van kruiend ijs in beweging. Het ijs bewoog over het bevroren IJsselmeer. De eerste dagen van februari zette de dooi weer in, maar in het weekend van 6 en 7 februari zocht de wind het Oosten tot Noordoosten op. De vorst kwam terug en het kruiend ijs bleef een aantal kilometers uit de kust liggen. Ook voor jouw dorpje. Kruiend ijs kan gevaarlijk zijn, het heeft een enorme kracht, het kan de oude zeedijk en de huizen beschadigen. In Makkum heeft men ooit bulten zand voor de kust opgeworpen om het ijs tegen te houden.”

Foto Kees van de Veen

Foto Kees van de Veen

Sterk vrijetijdsmerk

Piet Paulusma was in 2010 al jaren betrokken bij de Friese Elfsteden, als adviseur.

Het E-woord is gevallen: Elfstedentocht.

Paulusma beleefde zijn doorbraak in 1995-1996 toen de Elfstedenkoorts hoog opliep, maar er geen tocht kwam. „Alle officiële modellen voorspelden dooi, maar ik dacht: die oostelijke wind blijft staan. En dat was ook zo. Modellen zijn belangrijk, maar je moet ze op de juiste manier analyseren. Het is de ervaring en het gevoel samen. Misschien speelt ook mee dat ik na al die jaren weet hoe het weer in Friesland zich gedraagt. Het jaar daarna, op 4 januari 1997 was het wél raak.” Paulusma, die rond die Elfstedentocht zo’n beetje dag en nacht op radio en televisie was, bezorgde SBS6 voor het eerst een miljoen kijkers. „Fons van Westerloo stuurde mij de dag na de tocht een telegram om me te feliciteren.”

Als er één woord is waarin zoveel hoop en verlangen is samengebald dan is het het woord Elfstedentocht wel.

Iedereen houdt van de Elfstedentocht, iedereen wil de Elfstedentocht en de Elfstedentocht is van iedereen.

De Elfstedentocht kan dit verdeelde landje weer samenbrengen.

De Elfstedentocht is een medicijn in een tijd van verdwazing.

De Elfstedentocht is het sterkste vrijetijdsmerk van Nederland.

Ik ben geboren in 1963, vlak na de koudste winter in jaren, de winter van de allerzwaarste Elfstedentocht ooit, van min 18 graden bij de start, van winnaar Reinier Paping. Toen ik van de stad naar het platteland migreerde, realiseerde ik me dat ik kwam te wonen tussen steden waarvan ik de namen al van jongs af aan kon dromen: Hindeloopen, Workum en Bolsward. En ook al bestonden mijn schaatsskills destijds uit pirouetten draaien op schaatsen van wit leer, toch droomde ik mij een spiegelgladde baan, slootjes, bruggen, joelende mensen, groot geluk en warme chocolademelk.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

Jongens en meisjes van stavast

Afgelopen najaar, december was nog niet eens begonnen, viel het persbericht bij mij in de bus: deze winter komt er geen Elfstedentocht. Het tienkoppige bestuur van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden had vergaderd. Acht mannen en twee vrouwen bogen hun wijze hoofden over de kwestie en dit was het verdict. De anderhalvemetermaatregel, een mooi scrabblewoord, ging niet samen met de tocht der tochten. „Zowel bij de inschrijving als bij de start is het erg ingewikkeld om anderhalve meter afstand in acht te houden. Daarnaast wil de organisatie van de Elfstedentocht tijdens de pandemie geen evenement organiseren dat honderdduizenden mensen op de been brengt. Bovendien wil de organisatie geen extra druk leggen op ziekenhuizen.”

Kijk, zo kan het ook, dacht ik, dit zijn de mensen op wie Nederland bouwt. Jongens en meisjes van stavast. Verstandige mensen. Mensen die zich niet door hysterie van zo’n tocht laten meesleuren. Noorderlingen die het hoofd koel houden.

Het duurde echter maar even of iets anders drong tot me door: de Elfstedentocht zou er sowieso niet komen, pandemie of geen pandemie.

De Elfstedentocht is net zoiets als Sinterklaas die uit Spanje komt.

Het is een geloof dat op niets is gebaseerd, maar we blijven het toch geloven.

Er is sinds 1997 geen Elfstedentocht meer geweest.

Dat is vierentwintig jaar geleden.

Er is een geestig Twitteraccount met de naam @gietitaloan, gaat het al door? Of het winter, voorjaar, zomer of herfst is, het antwoord is steevast: nee.

Er komt een dag dat de realiteitszin het wint van nostalgie.

Dat we hardop zeggen dat er geen Elfstedentocht meer komt.

De decembers van 1951 tot 1980 waren 1 graad kouder dan die van nu.

Zelfs tijdens het zogenaamde coronadipje ging de opwarming van de aarde gestaag door: we stevenen af op een opwarming van 3 graden deze eeuw.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

Uitzonderlijk zachte winter

Het vroor in ons eigen kikkerlandje nauwelijks de laatste jaren, het KNMI noemt onze winters „uitzonderlijk zacht”. Nog even en dan noemt het KNMI de winters zacht, het woord uitzonderlijk is geschrapt.

Meer dan twintig jaar komen de ijsmeesters bij 1 graad vorst al bij elkaar om te vergaderen. Ieder zichzelf respecterende televisie- of radiorubriek maakt er een item over.

Koning Willem-Alexander, pardon, W.A. van Buren, betaalt braaf zijn contributie.

Het is een rituele dans.

We weten het stiekem best: er komt geen Elfstedentocht meer.

Het is de hoop, het verlangen, het doekje voor het bloeden, de remedie tegen de doodsangst, de mantra waarmee we onszelf overeind houden.

We warmen de aarde op, we lappen klimaatafspraken aan onze laars, we zijn als kikkers in een pan kokend water: terwijl we langzaam garen, denken we dat we lekker badderen.

Er komt geen Elfstedentocht meer.

Terwijl de regen hard tegen mijn ramen klettert en ik onder mijn dekbed van pure ellende de Disneyfilm Frozen kijk, gaat de telefoon.

Het is Piet Paulusma.

„Met Piet, nog even over die Elfstedentocht. Het weer is door de opwarming inderdaad onberekenbaar, grilliger en extremer geworden. Het wordt steeds lastiger, die Elfstedentocht, maar het is niet uitgesloten. Er is deze winter veel kou boven Oost-Europa en Scandinavië, je voelt soms al de plaagstootjes van het weer. We hebben een paar koude weekenden gehad. Let maar op, er gaat deze winter nog iets gebeuren.”