Dirk Beljaarts, algemeen directeur KHN: „De meeste pijn zit gewoon bij de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf

Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP

Interview

‘Banken moeten meer kijken naar wat er wél kan in horeca’

Dirk Beljaarts directeur van horecakoepel KHN

Horeca-ondernemers willen dat banken vaker leningen verstrekken en uitstel van aflossing geven. Net nu ze bij veel leveranciers moeten aflossen om nieuwe bestellingen te mogen doen, „draaien de banken de bankschroeven aan”, stelt KHN-directeur Dirk Beljaarts.

Na elke persconferentie van het kabinet is het extra druk bij de helpdesk van belangenvereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN). Deze week was dat niet anders: er waren veel vragen over de vernieuwde routekaart van maatregelen tijdens de coronacrisis.

„Er zullen nog lang heel veel restricties bestaan voor horecagelegenheden”, legt algemeen directeur Dirk Beljaarts uit aan de telefoon. „Voor cafés is het voorlopig bijna onmogelijk om open te gaan. En clubs en discotheken zijn eigenlijk al bij voorbaat failliet verklaard. Die mogen zelfs bij niveau waakzaam [het laagste risiconiveau op de routekaart] nog niet open.”

Maar daarover wil Beljaarts het eigenlijk niet hebben. Bij de helpdesk – hij luistert regelmatig mee – viel hem de afgelopen weken iets anders op. Heel veel van de 20.000 leden hebben slecht nieuws gekregen van de accountmanager van hun bank. Langer uitstel van betaling krijgen voor leningen zit er voor hen niet meer in, luidde de boodschap. Laat staan extra krediet. Dat geldt ook voor ondernemers die vóór de crisis ‘gezond’ waren.

„Het is schrikbarend”, zegt Beljaarts. „Veel ondernemers zitten nu tegen hun heropening aan te hikken – al ligt dat met het nieuws van de afgelopen dagen eerder verder weg dan dichtbij. Maar goed, ooit gaan we weer open. En dan moeten ondernemers over het geld beschikken om bestellingen te kunnen doen. Dat hebben ze nu onvoldoende. De ondernemers in de horecasector hebben al 4,5 à 5 miljard euro aan eigen middelen in hun bedrijven gestopt. Zij hebben geen buffer meer. Veel leveranciers zitten inmiddels ook aan hun max: die vragen nu vaak eerst om wat af te lossen voor je een nieuwe bestelling kan doen. En dan draaien net nu de banken de duimschroeven ook aan.”

Wat willen jullie van de banken?

„Ze moeten meer kijken naar wat wél kan. Banken moeten zich niet verschuilen achter de regelgeving. Niet zeggen: dat mag niet, dus doen we het niet. Het kabinet heeft meerdere keren opgeroepen om er samen uit te komen. Dat gaat over de hele keten. Ook over banken.”

Beljaarts verwijst naar de generieke maatregel van afgelopen voorjaar: toen gaven de banken alle ondernemers die dat wilden zes maanden aflospauze op hun leningen.

„Die maatregel is ook tot stand gekomen door samenwerking tussen de banken en de wil om rust te creëren op de markt. Dat kon toen, omdat de nood hoog was. En die is nog steeds hoog. Daarom is onze oproep: ga opnieuw kijken wat mogelijk is. Zodat horecaondernemers straks, als ze weer gaan opstarten, daarbij wel de benodigde steun krijgen.”

Er waren erg veel horecagelegenheden. Is het niet reëel dat een deel daarvan het gewoon niet gaat redden?

„Natuurlijk. Dat zie je steeds terug in de economie. Eerst zijn er jaren van groei, dan komt er een crisis, en dan neemt het aantal horecagelegenheden weer af. Uiteindelijk bepaalt het publiek de vraag, en dus de overlevingskans.

„Alleen: corona komt van buitenaf, onverwacht, en is niemands schuld. De overheid heeft heel hard ingegrepen. Dat moest ook: ze heeft een zorgplicht wat de volksgezondheid betreft. Maar het kabinet heeft ook een zorgplicht tegenover de bv Nederland. Zaken sluiten is het meest ingrijpende instrument dat een overheid kan inzetten om de ondernemingsvrijheid te beperken. Daar kun je als ondernemer niet op anticiperen. Vandaar dat we zeggen: niemand mag hier de dupe van worden.

„En ja, als we over twee jaar weer in normaal vaarwater zitten, is het logisch dat er alsnog een shake-out komt. Dan is dat prima, zo werkt de markt. Maar er mogen geen deuren definitief dicht door ingrijpen van de overheid.”

Is het gezien de financiële gevolgen wel realistisch om te zeggen: we moeten alle zaken nog twee jaar openhouden?

„Natuurlijk, je moet samen de pijn verdelen. Maar dat ‘samen’ valt tot nu toe tegen. De meeste pijn zit gewoon bij de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. En kijk naar de banken: ik denk dat hun pijn lachwekkend is.

„En ja, banken kunnen hier heel economisch mee omgaan. Maar de financiële sector heeft het ook de hele tijd over maatschappelijke verantwoordelijkheid, met folders over duurzaamheid en gelijkheid. Dat lijkt echt voor de bühne.

„Nu is er momentum en kunnen zij die maatschappelijke rol pakken, door ook de ondernemer die nu misschien net niet 100 procent levensvatbaar is tóch de eindstreep te laten halen. En ja, dat kost misschien iets, maar er wordt ook voldoende opzij gezet door de banken.

„Als de banken die maatschappelijke rol niet oprapen, terwijl die nu écht voor het grijpen ligt, kunnen wat mij betreft al die mooie folders de prullenbak in. Die komen dan niet meer geloofwaardig over.”

Banken zetten wel geld opzij, maar dat is deels het spaargeld van consumenten – geen gratis geld.

„Nee, dat klopt. Maar het rentepercentage op dit soort leningen is ook geen cadeautje voor een ondernemer. Het is niet alsof banken daar slechter van worden.

„Ja, er zitten risico’s aan vast. Maar banken hebben nu wel de kans om hun maatschappelijke rol op zich te nemen, waarover je in al hun jaarverslagen leest. Ik heb liever dat je als bank zo het goede voorbeeld geeft dan met zo’n theroretisch en makkelijk duurzaamheidsrapport. Het gaat om mensen van vlees en bloed die geholpen willen worden.”


Arjan de Waard — Café-eigenaar in Amsterdam

Café de Waard en Café Mokum op het Leidseplein in Amsterdam.

„Ik heb twee gezonde bedrijven, en heb tussen 2017 en 2019 veel geïnvesteerd in een nieuwe keuken en de inrichting.” Dat geld kwam allemaal uit eigen zak: wat uit het bedrijf komt, moet in het bedrijf blijven, aldus Arjan de Waard, die twee cafés in het centrum van Amsterdam heeft.

Het probleem is dat die afschrijvingen de afgelopen jaren onder aan de streep voor rode cijfers zorgden.

Normaal gesproken geen probleem, maar in maart werd De Waard dáárom twee keer afgewezen door de bank toen hij om een lening vroeg. „Ik wilde maar 50.000 euro! Terwijl ik miljoenen omzet draai.” Pas na lang aandringen kreeg De Waard wél een lening en kon hij weer vooruit. „Het systeem kijkt waarschijnlijk alleen naar het laatste cijfer onderaan de balans. Dat is een probleem.” De bank heeft het contact met klanten teruggebracht tot het minimum. Dat is volgens De Waard misschien de reden voor het onbegrip dat de horeca bij banken ervaart. „Ik begrijp dat er regels zijn. Maar ze weten niets van de persoon achter de onderneming en hoeveel tijd die eraan besteedt. Ik moet nu met mijn goedlopende bedrijven bedelen om een lening. Terwijl het niet aan mijn bedrijfsvoering ligt.”


Jan Pieter Nijenhuis — Café-eigenaar in Havelte

Café-restaurant ’t Knooppunt in Havelte.

Jan Pieter Nijenhuis bouwde zijn restaurant met een café en twee zalen met eigen geld op. Maar nu wordt hij afgerekend op het feit dat hij al die jaren geen hypotheek nodig heeft gehad, zegt hij. „Ik vroeg in het voorjaar een lening van 30.000 euro aan en daarmee kon ik 3 tot 4 maanden vooruit. Maar ik heb de pech dat ik ook net twee slechte jaren achter de rug heb.”

De straat voor zijn zaak lag maanden open voor onderhoud. Daardoor daalde de winst volgens Nijenhuis 30 tot 35 procent. Bovendien had hij net flink geïnvesteerd – ook met eigen geld. „Maar de Rabobank zei al snel: we kunnen niets voor u betekenen.”

Dat was anders gelopen, denkt Nijenhuis, als hij wél een lening had gehad. Dan was het ook in het belang van de bank geweest om zijn bedrijf overeind te houden - maar nu niet.

Ook al waardeert Nijenhuis de steun vanuit de overheid en gemeente, hij zou graag willen dat ze meer oog hadden voor de bedrijven en ondernemers zelf, en niet alleen voor de salarissen van zijn werknemers. „De bank heeft een morele verplichting naar klanten toe. Er worden miljoenen in multinationals gepompt, maar tegen ons zegt de bank: we gaan je niet helpen.”

Door Cosette Molijn