Interview

‘Het Thatcher-tijdperk kwam voort uit een totaal gebrek aan medelijden’

Douglas Stuart Zelf opgegroeid met een drankverslaafde moeder, won Douglas Stuart de Booker Prize met zijn debuutroman over een jongen die zijn moeder kwijtraakt aan de drank. „Door toe te voegen wat er niet echt gebeurde, krijg je extra controle.”

‘Houden van iemand met een verslaving, daar zwijgen we meestal over omdat er zoveel bij komt kijken. Dat geldt al helemaal voor een verslaafde moeder. Als een man te veel drinkt, kan hij zo luidruchtig zijn als hij wil, maar een vrouw met een alcoholprobleem houden we binnenkamers”, vertelt Booker Prize-winnaar Douglas Stuart over de lezersreacties op zijn debuutroman Shuggie Bain en de drankverslaving van zijn eigen moeder. Veel lezers herkenden zich in het verhaal van hoofdpersoon Shuggie Bain. „Het maakte me verdrietig, dat zoveel mensen schreven: ‘Bij mijn moeder won ook de alcoholverslaving’ of :‘Je boek deed me denken aan mijn eigen jeugd’.”

Shuggie Bain is een klassiek, bijna naturalistisch verhaal over een jongen die opgroeit in een gezin waar de vader is weggelopen en de moeder (Agnes) aan alcohol is verslaafd. Het speelt zich af in het Glasgow van de jaren tachtig met veel werkloosheid en met Margaret Thatcher aan de macht. Shuggie, zijn broer en zus komen met hun moeder terecht in een wijk waar ze outsiders zijn: ze worden door de buurt gezien als arrogante ‘kouwe kak’. Shuggie vinden ze verwijfd. En terwijl de familie Bain er veel aan doet om de schone schijn op te houden, zijn de afbraak en lichamelijke onttakeling door de verslaving onontkoombaar.

Opvallend in de roman is Shuggie’s observatievermogen. Een voorbeeld daarvan is wanneer hij na een schooldag probeert te peilen hoe de vlag er bij zijn moeder bij hangt: ‘Gehuil en gejammer waren een voorbode van een rampzalige avond. Soms werd ze overbeleefd, met een bekakt accent en woorden die uit heel veel lettergrepen bestonden. Dan tuitte ze haar lippen en zei woorden als “werkelijk” en “desalniettemin”. Die geluiden waren het ergst. Ze betekenden dat Agnes treurde om wat ze allemaal was kwijtgeraakt, maar nog niet genoeg drank op had om buiten westen te raken’.

„Voor geuren, geluiden en uiterlijk ben je gevoelig als kind van een verslaafde moeder. Je krijgt namelijk al jong de rol van verzorger en wordt gedwongen alles nauwlettend in de gaten te houden. Als kind keek ik veel naar mijn moeder, omdat elke verandering aangaf wat er ging gebeuren”, zo verklaart Stuart de gedetailleerde beschrijvingen in zijn boek. „De geluiden uit mijn jeugd zijn een combinatie van liefde en dreiging, maar ze horen ook bij isolement en eenzaamheid.”

De details en de onontkoombaarheid geven uw roman iets klassieks. Is dat bewust?

„Ik wilde dat mijn boek toegankelijk was voor een brede groep lezers, omdat het over mensen gaat die zichzelf niet vaak vertegenwoordigd zien in de literatuur. Mijn personages moesten in dienst staan van de mensen om wie het gaat. Ik wilde aandacht voor die hele omgeving.

„Er is een lange Schotse literaire traditie met aandacht voor het postindustriële landschap en voor verslaving. Maar die verhalen draaien altijd om de man. De wereld waarin ik opgroeide bestond uit vrouwen. Ik wilde een homoseksuele man centraal stellen, die worstelt met de verslaving van zijn moeder. Vanuit die blik en vanuit de wereld van de vrouwen kan je dat landschap en die tijd anders presenteren.”

Is dat de reden dat de positie van vrouwen zo belangrijk is in uw roman?

„Ja, ze kregen de valse belofte mee dat als ze trouw zijn aan hun man en goed voor het gezin zorgen, alles in orde komt. Het was een tijd waarin de vrouwen van de arbeidersklasse het enorm zwaar hadden, er was niemand op wie ze konden terugvallen. De wereld kwam ze zelfs niet eens een heel klein beetje tegemoet in hun dromen.”

Vond u het geen risico om in uw roman vrouwen neer te zetten als slachtoffers?

„Ik zie ze absoluut niet als slachtoffers, maar als overlevers. Ik probeer te laten zien dat wanneer je opgroeit in een patriarchale samenleving waarin je – net als bijvoorbeeld Agnes en ook haar moeder – niet de controle hebt over je eigen leven, je alles op alles zet om te overleven. Als je de verhalen van Agnes leest, maar ook wat haar moeder heeft moeten opgeven om te overleven, dan gaat het niet om slachtofferschap, maar om isolement.”

Agnes en Shuggie zijn outsiders, in uw roman zijn de overlevers degenen die zich aanpassen.

„Wie zich kan aanpassen, kan goed gedijen. Mijn moeder had, net als Agnes, het idee dat ze beter was dan haar omgeving. Als mensen dat gevoel van eigenwaarde te veel uitstralen, dan zal de omgeving de neiging krijgen dat eruit te rammen, het is een menselijk instinct om iemand te ontmantelen die zich boven je stelt.”

Aanpassen was misschien extra noodzakelijk in een periode van de weinig empathische Thatcher-politiek?

„Ik denk dat dat niet alleen geldt voor het Thatcher-tijdperk, mensen hebben zich altijd moeten conformeren aan wat er van ze verwacht wordt. Wat ik interessant vind aan de Thatcher-jaren is dat haar idee ‘het is moeilijk, maar we gaan het doen’ vaak als noodzakelijk politiek medicijn wordt gebracht. Maar volgens mij kwam het vooral voort uit een totaal gebrek aan medeleven.

„Als Thatcher echt begrepen had wat ze aan het doen was – dat ze de werkloosheid zo zou opdrijven – dan zou ze genoeg mogelijkheden hebben gehad om er iets aan te verbeteren, om families een veilige basis te geven, maar daar was nooit sprake van.”

Wilde u met de politiek in uw roman een relatie leggen met die van vandaag de dag?

„Nee. Ik wilde een verhaal schrijven over de liefde tussen een moeder en een zoon in de jaren tachtig, maar dat kan niet zonder de politieke situatie van Glasgow. Die periode was bepalend voor wat ze meemaakten en waar ze terecht kwamen. De politiek bepaalde grotendeels hun lot. Maar het moest geen nadrukkelijk politiek boek worden: Thatcher kwam aan de keukentafel niet ter sprake, Agnes demonstreert ook niet mee, ze heeft geen moment het idee dat ze een stem heeft die gehoord zal worden.”

Toch lijkt een verband tussen Thatcher en Johnson voor de hand te liggen.

„Ik praat niet over politiek, niet over Boris Johnson, niet over Schotse onafhankelijkheid. Ik dacht historische fictie te hebben geschreven, maar het feit dat mensen de resonantie met het heden oppikken, maakt me eigenlijk een beetje verdrietig. Je zou toch hopen dat we vooruit gekomen zijn. Maar uit reacties die ik krijg, blijkt dat we nog steeds families als de Bains in de steek laten.

„Wat ik heb gedaan is het verhaal vertellen zoals het voor mij was, als zoon van een alleenstaande moeder die tegen haar verslaving vocht.”

Bent u door het schrijven van deze roman anders tegen verslaving gaan aankijken?

„Dat denk ik wel. Ik begon aan deze roman toen ik 32 was en had hem af op mijn 42ste, dus ik heb veel nagedacht over verslaving en kreeg uiteindelijk ook meer begrip voor Agnes. Ik koos er bewust voor om een roman te schrijven over verslaving, en niet een memoir, omdat het zo’n enorm complex onderwerp is: het bepaalt niet alleen het leven van de verslaafde zelf, maar ook dat van zijn omgeving. En het moest niet alleen het verhaal worden van een jongen en zijn moeder, maar ook van de hele maatschappelijke context. Ik wilde de complexiteit van verslaving op de gehele omgeving laten zien, maar ook dat je die nooit helemaal kunt begrijpen. Dit is te groot voor een mensenleven.”

Wilde u met het schrijven controle krijgen over wat er gebeurd was?

„Ja. Wanneer je heel erg veel van iemand houdt en die kwijtraakt aan een verslaving, dan raak je alle controle kwijt. Niet alleen over de kleinste alledaagse dingen, maar ook over het grotere geheel. Dat is traumatisch.

„Een manier om je controle terug te pakken is het maken van kunst, het schrijven van literatuur. Je kan met fictie onderzoeken wat er gebeurd is en door toe te voegen wat er niet echt gebeurde, krijg je extra controle. Omdat je zelf bepaalt wat er gaat gebeuren.”

Wat me opvalt is dat er bij het personage Shuggie, maar ook bij u, zo weinig woede wordt geuit.

„Ja, Shuggie heeft dat niet in zich: hij ziet alleen de vrouw van wie hij houdt en hij weet helemaal niet dat het ook anders kan in een jeugd. Hoop geeft hem veerkracht, en daarover wilde ik ook schrijven. Hoop is niet altijd een heldere zonsopgang aan de horizon. Soms gaat het over de kracht om elke dag op te staan in de hoop dat het die dag beter zal gaan.

„Ik wilde niet met woede over de moeder schrijven, omdat er al zoveel verlies is. Ik wilde met liefde schrijven, zodat mensen iets voelden van de rouw, het verlies, de zinloosheid en de verspilling van een leven. Maar niet over de woede, want ik ben niet boos.”

Was u dat wel toen u zestien was en uw moeder overleed?

„Nee, ik ben nooit boos geweest. Ik ben verdrietig geweest, eenzaam, maar nooit boos. Boos? Op wie? Ik denk dat boosheid een emotie is die degene die boos is beschadigt. De energie die ermee verloren gaat, stop ik liever in wat anders.”