Vrij zijn is... carnavalskleding maken

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur? Deze week: carnavalskleding maken.

Foto Folkert Koelewijn

Het jaar bestaat uit twee seizoenen voor Nicole van de Sande (48) uit Rijen. Het toeristenseizoen en het carnavalsseizoen. In de zomer stroomt de familiecamping die ze met haar man bestiert vol met gasten die ze soms al decennia kent. En in de winter trekt ze zich terug op haar knutselzoldertje om carnavalsoutfits te maken. Ze maakt er drie voor zichzelf, inclusief hoofdtooi, pruik of gekke hoed. En de rest is voor dorpelingen die iets originelers willen dragen dan een piratenpak van de plaatselijke feestwinkel.

Haar nieuwste obsessie is de carnavalshoed, vertelt ze. Haar fascinatie voor carnavalskleding begon op de basisschool, toen haar moeder kleding voor het kindercarnaval maakte, maar ze kreeg pas aandacht voor het hoofddeksel toen ze met een paar „naaivriendinnen” een workshop foampruiken maken bijwoonde. Foam bleek fantastisch spul om hoeden mee te maken, zegt ze. „Ik snijd met een stanleymes een patroontje uit de foamvellen, met een föhn smelt ik de boel aan elkaar, en ik gebruik een lijmpistool om het op te leuken.” Behangt ze de hoed bijvoorbeeld met linten, en zet ze er lichtgevende bloemen op. Haar „hok” staat vol met bakjes waarin glimmende balletjes, veertjes, en kleurige stofjes liggen. Allemaal verzameld op de zondagse rommelmarkt, uit China overgevlogen, of bij de Action – „lange leve de Action” – gekocht.

Het meest trots is ze op de outfits die ze heeft gemaakt toen ze de hofdame van prins Toon was, zegt ze. Normaal gesproken dragen hofdames zwarte, paarse of donkerblauwe galajurken, maar zij heeft haar hoofddeksels, jurken en mantels allemaal zelf gemaakt. In het rood-groen natuurlijk, de carnavalskleuren van het dorp.

En dat terwijl ze eigenlijk het liefst in een simpele spijkerbroek en T-shirt rondloopt. Ze is verantwoordelijk voor de escaperoom en het horecagedeelte van de camping, zegt ze, en is gewend om hard te werken. Of ja, wás dat gewend. Door corona is alles gesloten, en nu doet ze „helemaal niks”. Vervelend omdat ze zich kapot verveelt, en omdat ze allerlei feesten en partijen mislopen, waaronder het prinsendiner, verzucht ze. De prins nodigt traditiegetrouw alle mensen in zijn hofhouding uit voor een stamppot in hun restaurant, en geeft sommigen dan een onderscheiding.

Maar goed, dat gaat dit jaar allemaal niet door, zegt ze. De tientallen hoeden en carnavalsjassen die ze tijdens de lockdown heeft gemaakt, kunnen pas volgend jaar in gebruik worden genomen. Maar ze heeft wel een plannetje om carnaval dit jaar toch luister bij te zetten. Op 12 februari „douwt” ze haar gezicht in de schmink, zet een uitbundige hoed op en trekt een carnavalsjas aan. En dan in vol ornaat naar de supermarkt. „Ik denk dat de mensen zoiets van mij verwachten.”