Tien kilometer als langs een liniaal

[De vooruitgang] Een wandeling in etappes door het industrieel erfgoed van Nederland. Aflevering één: langs een stukje spoor dat ooit 800.000 passagiers in een jaar zag.

Foto Merlin Daleman

Ik wilde schrijven: ik wandel Uden ‘uit’, maar dat is het verkeerde woord. Dit is zo’n stadje waarvan je niet precies kunt zeggen waar het begint en ophoudt. Zakelijke bebouwing woekert het omringende land binnen, tussen voormalige boerderijen met een paardenbak en een paar glimmende auto’s. Stad en land vloeien in elkaar.

Ik heb mijn auto geparkeerd naast een bosje met een meertje. Er staan bordjes dat je er ’s nachts niet mag vissen. In het Nederlands en het Pools. Mijmerend over die nachtvissers – waarom hier, waarom Polen, waarom ’s nachts? – ga ik een hek door, en begin mijn wandeling.

Links oogt het landelijk, maar de landelijke geur komt bij nader inzien van het composteerbedrijf rechts. Aan die kant staan over een lengte van een kilometer grijze gebouwen met laaddokken. Dit is de Nederlandse economie van ‘just-in-time’, distributiecentra, gekoelde pakhuizen, en vervoerbedrijven die niet langer vervoeren maar aan ‘groupage’ en ‘logistics solutions’ doen.

Wonderlijk dat dit pad tussen eikjes en elzen een erfstuk is uit een vorige economische revolutie: die van de negentiende eeuw. Een kaart is niet nodig, want van Uden oostwaarts naar Mill gaat het bijna tien kilometer als langs een liniaal. Dit is dan ook het voormalige tracé van de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorwegmaatschappij, een van de vele nieuwe spoorverbindingen die Nederland vanaf 1850 – later dan andere landen in Europa en daarbuiten – economisch en maatschappelijk in een stroomversnelling brachten.

De NBDS, van Wesel in Noordrijn-Westfalen naar Boxtel in Brabant, was vanaf 1878 een paar decennia een schakel in de verbindingen tussen havens in Nederland en België en het Duitse achterland. Tot de Eerste Wereldoorlog zouden over ‘het Duitse lijntje’ snelle stoomtreinen rijden met post, vracht, forenzen, bedevaartgangers, landverhuizers en – in speciale rijtuigen of ‘extra trein’ – royalty. Na haar bezoek in april 1888 aan de doodzieke Duitse keizer die ook haar schoonzoon was, reisde Queen Victoria terug via de ‘Boxteler Bahn’ naar Vlissingen waar ze scheep ging. In het topjaar 1913 vervoerde de NBDS ruim 800.000 passagiers. In 1922 ging ze failliet en werd door de Staatsspoorwegen overgenomen, maar meer dan een kwijnend lokaal lijntje werd het nooit meer. In 1972 reed op het Nederlandse deel een laatste personentrein, met carnavalsgangers. Na 2008 werd ook het goederenvervoer gestaakt en het tracé opgebroken.

De halte Zeeland, wachtpost 30, ca. 1910 en nuArchiefbeeld N.B.D.S. en foto Merlin Daleman

Op de satellietkaart kun je het makkelijk volgen: een donkerder strook, af en toe een flauwe bocht, zelfs in bebouwd gebied nog herkenbaar, van Boxtel naar Veghel, de Willemsvaart over, waar de gietijzeren brug nu is verdwenen, naar Uden, de Maas over bij Gennep, nu ook zonder spoorbrug, Duitsland in, door het Reichswald waar het even samenvalt met een nieuwe autoweg en bij Xanten de Rijn over tot in Wesel – ruim negentig kilometer.

Als ik de urban sprawl van Uden achter me heb, is het gewoon een mooi recht pad tussen akkers en weilanden. Ooit was dit land kletsnat, vol meertjes. Voor de aanleg van de spoordijk is het ontwaterd. Maar naast het talud is het nog nat en in de zomer vind je hier salamanders en libellen. Het groene lint is nu een doortrekroute voor das en marter.

In de bosrand links jagershutten met kijkspleten: vreemd beeldrijm met de wachtposten met spleten in de bosrand rechts rond vliegbasis Volkel. Geen F-16 doorbreekt de stilte. Wel hoor ik de traumahelikopter die hier is gestationeerd – een van de vier die Nederland heeft – uitvliegen en terugkeren.

Het pad laat je zijn vorige leven niet snel vergeten. In het witgeverfde huisje langs het spoor, nog iets verder, zit nu een B&B, maar het is onmiskenbaar spoorwegarchitectuur. Voorheen wachtpost 29. Een kilometer richting Mill ligt er nog een, met ‘30’ op de muur. Dit is de oude halte Zeeland. En de plaats waar op 10 mei 1940 een Duitse pantsertrein tot stilstand kwam, die over dit spoor door de Peel-Raamstelling denderde voordat Nederlanders de bruggen konden opblazen.

De spoorlijn was precies de reden dat de bezetters hier Fliegerhorst Volkel aanlegden. Net voorbij ‘station’ Zeeland liggen nog de bakstenen resten van de losperrons voor de treinen die munitie voor de Messerschmitts aanvoerden.

Als je de N277 bent gekruist, ontbreken zulke tekenen. Dan is er alleen nog dat rechte pad tussen de bomen dat na een paar kilometer de huizen van Mill bereikt. Uit principe ren ik nooit om trein of bus te halen, maar de dienstregeling van de bus die me terug zal brengen naar Uden is onverbiddelijk. Zo eindigt deze wandeling toch nog buiten adem – maar op tijd.

Archiefbeeld N.B.D.S.

Foto Merlin Daleman

Foto Merlin Daleman

Foto Merlin Daleman