Opinie

Gerichte sancties als steun voor democratie

Coup in Myanmar

Commentaar

En telkens zijn er weer militairen die denken dat ze hun land het beste dienen door zelf de leiding te nemen - zelfs als de krijgsmacht van de grondwet al heel veel speelruimte krijgt. Maandag hebben de generaals in Myanmar in een coup de regering geblokkeerd die in november tijdens parlementaire verkiezingen met overweldigende meerderheid was herkozen. Myanmar werd politiek in één klap teruggezet in de tijd.

Myanmar (voorheen Birma) probeerde een aantal jaar uit te groeien tot een democratie, althans zo leek het. Na decennia militaire dictatuur deed de junta in 2011 een stap opzij, maar de militairen behielden veel macht en schreven die vast in een grondwet. Het leger heeft recht op een kwart van de zetels in het parlement en op een aantal belangrijke ministeries. In 2015 behaalde de Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Aung San Suu Kyi tijdens verkiezingen een absolute meerderheid, maar Suu Kyi mocht geen president worden. Diezelfde grondwet bepaalt dat een president geen buitenlandse kinderen mag hebben - Suu Kyi’s kinderen hebben ook een Brits paspoort. Ze kreeg de titel Adviseur van Staat, en werd toch het hoofd van de regering.

Eind vorig jaar behaalde de NLD 83 procent van de stemmen bij verkiezingen die, voor zover bekend, zonder bijzonderheden verliepen. De partij die de steun van de militairen heeft, de USDP, behaalde maar zeven procent. De militairen klaagden sindsdien dat op grote schaal gefraudeerd zou zijn.

Deze week maakte de junta onder leiding van opperbevelhebber Min Aung Hlaing een einde aan de precaire machtsconstellatie. Honderden politici, onder wie Suu Kyi, zouden onder huisarrest geplaatst zijn. Internet en mobiele telefonie gingen tijdelijk uit de lucht. In de eerste etmalen na de coup was nog veel onduidelijk. De militairen kondigden een staat van beleg af die een jaar moet duren.

Voor veel westerlingen stond Suu Kyi jarenlang symbool voor de democratische strijd in het arme, overwegend boeddhistische land. In 1990 werd ze voor het eerst onder huisarrest geplaatst, groeide uit tot een politieke held en kreeg de Nobelprijs voor de Vrede.

In westerse ogen doofde haar ster de afgelopen jaren evenwel snel. Het leger pleegde etnische zuivering op de Rohingya, een overwegend islamitische etnische groep en Suu Kyi verdedigde het leger. Begin vorig jaar oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat de Rohingya het gevaar lopen slachtoffer te worden van genocide. Suu Kyi erkende nauwelijks misstanden, wilde niet spreken van genocide en vond de aantijgingen niet goed onderbouwd.

Westerse regeringen hebben onmiddellijk hun afkeuring uitgesproken over de coup en de vrijlating van Suu Kyi en haar medestanders geëist. Dat is een eerste stap die hopelijk gevolgd wordt door meer. Dat is nog niet eenvoudig. Brede economische sancties zouden het toch al arme land midden in een pandemie hard raken. Maar de mogelijkheden voor gerichte sancties tegen de militaire top zijn enigszins beperkt: naar aanleiding van de etnische zuiveringen hebben de Verenigde Staten en de Europese Unie al militairen op een sanctielijst geplaatst.

Het spreekt voor zich dat Suu Kyi vrijgelaten moet worden en haar rechtmatige positie weer moet innemen. Maar het Westen moet zich niet uitsluitend op haar richten, zoals in de afgelopen decennia. De democratie heeft in Myanmar nog een lange weg te gaan -dat vereist een brede coalitie jonge democraten.