FNV-leden kiezen tussen overtuigd polderaar en pleitbezorger van diversiteit

Voorzittersverkiezing Vakbondsleden stemmen vanaf donderdag voor de nieuwe voorzitter. Wordt het polderaar Tuur Elzinga of vernieuwer Kitty Jong?

Kitty Jong (rechts) en Tuur Elzinga (links, vlak voor een onderling debat over het voorzitterschap van de FNV onder leiding van programmamaker Teun van de Keuken (midden).
Kitty Jong (rechts) en Tuur Elzinga (links, vlak voor een onderling debat over het voorzitterschap van de FNV onder leiding van programmamaker Teun van de Keuken (midden). Foto Sem van der Wal / ANP

Moet vakbond FNV de komende vier jaar het Haagse beleid beïnvloeden door volop te onderhandelen met het kabinet en werkgeversorganisaties? Of kan de bond zich beter richten op actievoeren en zichzelf profileren?

Die vraag beheerst de verkiezingsstrijd om een nieuwe voorzitter van de grootste vakbond. Vanaf donderdag mogen de bijna 1 miljoen leden kiezen wie van de twee vicevoorzitters, Tuur Elzinga of Kitty Jong, opvolger wordt van Han Busker. De uitslag en benoeming volgen op 10 maart.

De afgelopen weken liet Jong al duidelijk weten dat ze een koerswijziging voorstaat: de FNV moet minder hard proberen grote sociale akkoorden te sluiten met kabinet en werkgeversorganisaties. Zo hekelt ze het sociaal akkoord van 2013 met het kabinet-Rutte II, waaruit onder meer de Participatiewet is voortgekomen, die bijstandsuitkeringen regelt. „Ik zie nu de puinhopen ervan, waar wij mede verantwoordelijk voor zijn.”

De komende jaren kan de FNV het zich niet veroorloven nieuwe grote akkoorden te sluiten, concludeert Jong. Ze vindt de vakbond hier soms „naïef” in. „Onderhandelen vereist dat je wisselgeld hebt. Dat hebben wij niet meer.” De laatste jaren hebben vooral werkgevers en liberale partijen hun zin gekregen, zegt Jong. De mogelijkheden voor flexwerk zijn toegenomen „en de sociale zekerheid heeft de bodem bereikt”.

Lees ook het interview waarin Kitty Jong haar kandidatuur aankondigde: ‘Ook jongeren en vrouwen hebben de vakbond nodig’

Elzinga noemt het „onbezonnen en onverstandig” dat Jong zich zo tegen polderakkoorden keert. „We geven niks weg”, zegt hij, „maar als je het gesprek niet eens aangaat, dan kún je alleen maar verliezen”.

Elzinga profileert zich juist als succesvol polderaar, die zijn FNV-standpunten in Den Haag weet te verkopen. Zo wijst hij er graag op dat hij als pensioenonderhandelaar van de FNV heeft bijgedragen aan het pensioenakkoord van 2019 met het kabinet en werkgevers. Daarin is niet alleen geregeld dat het aanvullende pensioen wordt aangepast, maar óók dat de AOW-leeftijd langzamer stijgt en dat werknemers en werkgevers gemakkelijker afspraken kunnen maken over vroegpensioen. Het kabinet trok er miljarden euro’s voor uit. „Pensioen werd gezien als een verliesdossier voor ons”, zegt Elzinga. „Wij hebben het veranderd in een winstdossier.”

Flexverslaving

De positie van de FNV in Den Haag is sinds het pensioenakkoord verstevigd, ziet Elzinga. De vakbond zit nu, samen met werkgeversorganisaties, nagenoeg elke week met het kabinet om tafel om de economische steunpakketten te bespreken. Overigens noemt Jong het pensioenakkoord een uitzondering op haar afkeer van akkoorden. Dit specifieke akkoord noemt ze „van de buitencategorie”, omdat de vakbonden daarbij veel eisen hebben binnengesleept rond eerder stoppen met werken. „Dat is niet minder dan spectaculair te noemen.”

Lees ook: Hoe er na negen jaar toch een pensioenakkoord op tafel ligt

De komende jaren wil Elzinga in Den Haag afspraken maken om de „flexverslaving van werkgevers” in te perken. „Die is van Haagse makelij en komt voort uit wetten en regels, dus die moeten we ook daar oplossen.”

Waar hij zich profileert met traditionele vakbondsthema’s als vaste banen en pensioenen, legt Jong nadruk op het verbreden en diverser maken van het ledenbestand. Ze wil meer prioriteit geven aan obstakels waar vrouwen en mensen met een migratieachtergrond tegenaanlopen: racisme op de werkvloer, zwangerschapsdiscriminatie, gelijk loon voor gelijk werk. „Die zijn lang behandeld als thema’s in de marge. Omdat het niet ‘hardcore vakbond’ is.”

Daarmee laat de FNV een „enorm potentieel” liggen, vindt Jong. Want juist voor die groepen kan de vakbond veel betekenen. „Vrouwen en mensen met een migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in flexwerk, lage lonen, de bijstand.”

Meer jongeren aantrekken

Ook kan de bond veel actiever jongeren aan zich binden, vindt Jong. De FNV vergrijst, en volgens de kandidaat-voorzitter staat ook de representativiteit van de vakbond onder druk. „Je moet wel een massa op de been kunnen brengen.”

Daarvoor wil Jong de communicatie moderniseren. „We zijn hopeloos ouderwets. Met sociale media staan wij nog in de kinderschoenen.”

En ze wil dat de FNV zich meer uitspreekt over thema’s die jongeren bezighouden. Ze noemt klimaat, wonen, studiefinanciering. „Dat zijn onderwerpen waar zij warm voor lopen.”

Elzinga hoopt het dalende ledental op een andere manier te keren. Hij wil dat in iedere sector één bekende en uitgesproken FNV’er het gezicht van de vakbond wordt. „In de havens hebben we met Niek Stam al een duidelijk herkenbaar boegbeeld. En Khadija Hyati is een herkenbare voorvrouw van het FNV Schoonmakersparlement.” Maar in de meeste branches kan dat beter, vindt Elzinga. „Daar hebben we goede bestuurders lopen, maar is er geen duidelijke voorman of voorvrouw, zoals in de zorg, de industrie, de metaalsector.”

Zijn jongeren in groeisectoren als ict en zakelijke dienstverlening nog wel enthousiast te krijgen voor de vakbond? Zijn ze niet te individualistisch, waar de vakbond juist het toppunt is van collectiviteit? Jong herkent dat, maar ziet ook verandering. „Dat er zoveel jongeren meedoen aan klimaat- en Black Lives Matter-protesten, niet uit eigenbelang maar uit een rechtvaardigheidsgevoel, geeft me goede hoop.”

„Mensen worden vaak pas lid als ze ons nodig hebben”, zegt Elzinga. „Of als ze opeens beseffen dat zo’n collectief tóch belangrijk is.” De coronacrisis leidt sinds vorig jaar zomer tot meer inschrijvingen van jongeren. „Dat is wellicht het goede nieuws van deze crisis. Dat mensen zich realiseren: de vakbond is er niet voor niks.”