Opinie

De teloorgang van ‘ons Naderland’

Nederland Vanuit Vlaanderen bezien blijft van het Nederlandse zelfbeeld weinig over, analyseert . Het imago dat de buitenstaander van Nederland koestert, moet grondig worden bijgesteld.
Demonstrant tegen de coronamaatregelen (Amsterdam, 31 januari).
Demonstrant tegen de coronamaatregelen (Amsterdam, 31 januari). Foto Stringer / Reuters

What the fuck is er aan de hand met Nederland? Decennialang keken we er volautomatisch naar op. Van Westerschelde tot Waddeneilanden: dit was een beter België, op alle vlakken behalve de cuisine en het bier. Nederland was ons Naderland, maar dan veel efficiënter, transparanter, mondiger, verstandiger, cassanter, vrijmoediger, gemengder, ambitieuzer, verlichter en over de hele lijn pikanter dan wij. Onze moppen over hen kwamen niet verder dan ‘kaaskop’ en ‘gierige pin’. Twee replieken vol onmacht en frustratie, en evenveel pijnlijke bewijzen van ons terechte minderwaardigheidscomplex.

Met hun zelfgekozen etiket ‘nuchtere Hollander’ durfden we wel al eens de draak te steken. Zij het onderduims. Zo zijn wíj dan weer. Beschimmelde Bourgondiërs. Maar uiteindelijk lachten we nog altijd groen. Op een bedje van afgunst, afgewerkt met een zalfje van verlangen.

Toen onze Rode Duivels zowaar beter gingen voetballen dan de Leeuwen van Oranje wreven we dat feitje met wreed genoegen, als was het zeezout, in de open zenuwen onzer noorderburen. Omdat we wisten dat weinig hun meer pijn deed dan de afgang van hun nationale elf. Maar als we eerlijk zijn, bekennen we ook dit: nooit hadden we gedacht dat die Duivels van ons het zó lang zó ver zouden schoppen – al jaren numero uno van de wereld! En nog minder hadden we verwacht dat Oranje zou verzuimen weer recht te krabbelen om ons gezwind van die eerste plaats weg te sjotten. Ze slagen daar gewoon niet meer in. En dat onvermogen bleek de voorbode van iets veel groters. De hele bodem lijkt weggeslagen uit een land dat voor een groot deel sowieso al onder de zeespiegel ligt.

‘Slimme’ lockdown

Laat ik via klein leed opklimmen naar de regelrechte rampen, en dus beginnen bij het boekenvak. Daar hoort een flashbackje bij. Nog maar een half jaar geleden bekende Nederland zich, bij monde van zijn liberale premier Mark Rutte, tot een ‘slimme’ lockdown. Daarmee impliciet aangevend dat de rest van de wereld, alle buurlanden op kop, met hún lockdown, hún mondkapjesbeleid en hún avondklok zo stom waren als het achtereind van een varken. Subtiliteit was nooit de sterkste kant van ons Naderland.

Lees ook dit essay van Bas Heijne: En toen keerde ‘lean and mean’ zich tegen ons

Tegelijk stond diezelfde natie onwrikbaar pal, zo dachten wij toch, voor een van de sterkste boekenculturen ter wereld. Dat fundament van de Hollandse volksziel werd gelegd in 1585 – een topjaar voor de Spaans-katholieke variant van bloeddorstige oorlogen, dito bezetting en godsdienstwaanzinnige besmetting. Drukkers, dichters, drinkers en andere intellectuelen namen, na de Val van Antwerpen, massaal de vlucht voor de Spanjool, richting het Beloofde Land: Amsterdam & Omstreken. Mede dankzij deze vluchtelingen begon daar een Gouden Eeuw. Die van de Vrije Geest, nog meer dan die van de Vrije Handel. De strijd voor het onverschrokken woord liet rijke sporen na. Tot vandaag kennen weinig landen, per hoofd van hun bevolking, meer lezers, bibliotheken, literaire lezingen, uitgeverijen en vertaalde meesterwerken. Boven de Moerdijk telt zelfs elk gehucht een degelijke boekhandel en een opmerkelijk antiquariaat.

De vraag is hoelang zij dat nog vol gaan houden. Pathetisch gesteld: het Nederlandse coronabeleid dreigt te slagen waar de Spaanse Furie faalde. In milde wanhoop heb ik toch maar een petitie getekend tegen de volledige sluiting van alle Nederlandse boekhandels. Ze was gericht aan kabinet-Rutte, inmiddels demissionair, en verwees in de aanhef zowaar eerst naar België en dan – om de vernedering compleet te maken, neem ik aan – naar Duitsland. Als voorbeeld van een crisisbewind dat boekwurmen wél perfect coronaproof hun waar laat afhalen bij hun lokale handelaar. Op voorwaarde dat ze – net als in hun favoriete snackbar of slijterij – niet ter plaatse overgaan tot nuttiging. Want geloof het of niet: de uitvinders van de eertijdse zo slimme lockdown hebben hun boekhandelaren ondergebracht bij de riskante contactberoepen à la kapper en masseur.

In Amsterdam & Omstreken kon je wel nog berenhappen en rundvleeskroketten à volonté ophalen, alsook blikken Heineken en flessen jenever. Maar pockets en hardcovers niet. Ik kan alleen maar hopen, tegen beter weten in, dat die vergelijking niets blootlegt over de nieuwe Boven-Moerdijkse volksziel.

Vreemdelingenhaat in krijtstreepkostuum

Het kabinet trad af om de zogenaamde Toeslagenaffaire. Die is een apart artikel van tien pagina’s waard, gezien de jarenlange en crapuleuze vermenging van uitgekookte hardvochtigheid, bureaucratische haarkloverij en vreemdelingenhaat in krijtstreepkostuum. Met de steun van een sociaal-democratische coalitiepartner, en tegen een zondvloed van concrete klachten in, heeft het anonieme en ondoorgrondelijke ambtenarenapparaat van de Belastingdienst meer dan vijfentwintigduizend gezinnen, die vaak vooraf reeds armlastig waren, ten onrechte verdacht gemaakt, veroordeeld, gepluimd en geplunderd – zelfs zonder dat er kasseien door de lucht hoefden te vliegen. Wie Nederland ooit op een voetstuk heeft geplaatst, wil na dit schandaal maar één ding. Het er eigenhandig weer afspuiten met de dikst mogelijke brandweerstraal, indien de vlammenwerper niet voorhanden blijkt.

Lees ook: Wéér een crisis die Nederland niet in de agenda kon zetten

Dát het Nederlandse kabinet ontslag nam lijkt alleen maar een moedige daad als je Vlaming bent. In onze gouw nemen excellenties enkel ontslag als ze een echt mes op de keel voelen, gehanteerd door een eigen verwekker die ze zijn vergeten te deporteren naar een woonzorgcentrum. Voor de rest van de wereldbevolking, en de nostalgisch-beginselvaste Nederlanders als eersten, kwam het aftreden van kabinet-Rutte III een jaar of acht jaar te laat en leek het alsnog al te louche en gemakkelijk. De eeuwigdurende jeune premier Mark ging door zijn knieval – meer een schwalbe – een wezenlijk parlementair debat uit de weg. In ruil daarvoor verdeelde hij, schijnheilig schuldbewust, de verantwoordelijkheid over zoveel partners en actoren dat op den duur niemand nog aansprakelijk was. Terwijl de duizenden gedupeerde families nog altijd okseldiep in de shit zitten, achtervolgd door schuldeisers en verbroken toekomstdromen.

Dat dit Dutch Carnage werd uitgevoerd door uitgerekend de Belastingdienst is eens zo sarcastisch als je weet dat Nederland in 2020 alweer op nummer drie stond in de lijst van de mondiale belastingparadijzen. RTL Nieuws citeert op zijn site uit een rapport van het Tax Justice Network: „Door het Nederlandse belastingstelsel liepen andere landen meer dan 30 miljard euro aan fiscale inkomsten mis. Voor dat geld neem je wereldwijd drie miljoen verpleegsters in dienst.”

Lees ook: ‘Walgelijk’ en ‘wreed’: hoe Nederland in de coronacrisis vijanden maakt in de EU

Die toppositie is verre van nieuw. Maar nooit heeft ze zelfs vermeende sociaal-democraten als Jeroen Dijsselbloem ervan weerhouden om, als minister van Financiën, andere naties dominee-matig de les te spellen over staatsschuld, fiscale orthodoxie, alsook spilzucht aangaande – letterlijk — Wein, Weib und Gesang van in hoofdzaak Griekse, Italiaanse en Portugese collega’s met een zogenaamd gat in de hand. Maar het opmerkelijke, en gaandeweg meelijwekkende, is dat Nederland zijn slinkse inkomsten juist níet heeft geïnvesteerd in almaar meer verpleegsters en aanverwanten. Als je echt van je stoel wilt vallen, moet je eens opzoeken hoeveel ziekenhuisbedden Nederland in de laatste tien jaar heeft wegbezuinigd. Die op intensive care als eerste. In 2010 bezat het er nog 2.800. Vorig jaar, bij het begin van de pandemie, bleef daar minder dan de helft van over. Per honderdduizend inwoners komt dat neer op 6,4. Ter vergelijking met opnieuw België en Duitsland: die scoren respectievelijk 25 en bijna 30 bedden.

Trager dan Bulgarije

Ook de uitrol van de inentingen loopt in Nederland niet bepaald parallel met zowel het zelfbeeld als met het imago dat de buitenwacht koestert van de Gordel der Kaas- en Tulpenbollen. „Rwanda doet het goed, wij juist helemaal niet”, kopte een kwaliteitskrant verbolgen. In de Europese statistieken staat Nederland als inentingsparadijs dit keer onderaan. Van de zevenentwintig lidstaten overschaduwde het tot voor kort alleen Bulgarije, en zelfs dat land heeft inmiddels al meer prikken gezet dan Nederland. Tegelijk blijkt in de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD), die de data beheert van alle coronatests, al driekwart jaar een vaak gemeld maar nooit verholpen digitaal gat te zitten ter grootte van de Oosterscheldekering. Wat vaccinsceptici nog sceptischer maakt en complotdenkers nog achterdochtiger – en mijn God: wat zijn ze talrijk in het Land van Gedaas en Gezwatel!

Lees ook het Commentaar: Een intelligent en gaaf land met gebreken

Zou het kunnen dat ons geliefde Nederland alsnog een prijs betaalt? Minder voor zijn duitenklieverij dan voor de tienjarige doctrine van een premier die ooit beweerde, over ideologie in zijn vakgebied: „Wie een visie zoekt, moet naar de oogarts.” Het ironische, om niet te zeggen: het ideologische van zo’n uitspraak, is dat er uiteraard wel degelijk een visie uit spreekt. Die van de terugtrekking van de staat uit zoveel domeinen dat polderen en piepelen synoniemen worden. En dat, alweer, iedereen een beetje verantwoordelijk wordt genoemd, maar niemand echt aansprakelijk. Omdat een groter geheel – en een centrale rol van de staat daarin, tot nut van het algemeen – simpelweg wordt ontkend.

De zware rellen na het invoeren van een Nederlandse avondklok waren in hoofdzaak het werk van jonge gasten. Dat de coronamaatregelen hun de keel uithangen, kan ik begrijpen. Er speelden allicht ook pure jeugdige branie en baldadigheid mee, en het vuur van de sensatie, en competitie onder steden, en zelfs wat copycatgedrag na de bestorming van het Capitool in Washington. Maar het ironische leek me dat ze, in hun afkeer van alles wat te maken heeft met de overheid, juist erg geleken op de Nederlandse overheid van de afgelopen tien jaar. De afbraak die zij aanrichten, aan bushokjes en winkels, is klein bier vergeleken met de afbraak die – onder de volle aansprakelijkheid van de Rutte-doctrine – jarenlang is aangebracht aan de héle Nederlandse samenleving.