De lange weg naar gelijke salarissen voor vrouwen en mannen in het wielrennen

Wielrennen De Amerikaanse wielerploeg Trek-Segafredo betaalt sinds het begin van dit jaar vrouwen hetzelfde minimumsalaris als mannen. Gehoopt wordt dat andere teams volgen. Tegelijkertijd gaat er nog veel mis; een kwart van de wielrensters verdient helemaal niks.

Rensters van Trek-Segafredo in januari tijdens een trainingskamp in Spanje.
Rensters van Trek-Segafredo in januari tijdens een trainingskamp in Spanje. Foto Luc Claessen/Getty Images

Toen Ellen van Dijk in 2006 tekende bij de wielerploeg Vrienden van het Platteland en na een jeugd op de schaatsbaan strikt genomen wielerprof werd, ontving ze voor haar diensten een maandelijkse onkostenvergoeding van 100 à 150 euro. Ze was 19 jaar, had diverse nationale titels in de juniorencategorieën achter haar naam en gold na Marianne Vos als een van de grootste wielertalenten van Nederland – multidisciplinair inzetbaar ook nog, op weg en baan. Maar ze bleef er naast studeren. Het vrouwenwielrennen werd nog lang niet voor vol aangezien. Voor massages en verzorging werden pensionado’s ingezet. De meeste vrouwen legden geld toe om hun passie te kunnen beoefenen.

Als de Britse Elynor Bäckstedt eind september 2019 in eigen land een bronzen medaille wint op het onderdeel tijdrijden, biedt de Amerikaanse wielerploeg Trek-Segafredo haar een contract voor drie jaar aan. Ze is 18 jaar en profiteert van de veranderingen die wielerfederatie UCI vanaf 2020 gaat doorvoeren. Het wordt de acht ploegen in de Women’s World Tour, het hoogste niveau, verplicht gesteld om een minimumsalaris van 20.000 euro per jaar aan hun rensters te betalen, oplopend tot 30.000 euro in 2023.

Bij de Amerikaanse formatie vinden ze dat niet snel genoeg gaan. Vorige week werd bekend dat zij per 1 januari van dit jaar mannen en vrouwen een gelijk minimumsalaris gaan uitkeren. In het geval van Bäckstedt betekent het dat ze op haar negentiende, in haar tweede seizoen als wielerprof, 45.000 euro per jaar opstrijkt. Vanaf volgend jaar wordt dat 60.000 euro. „Mijn moeder was ook wielrenner en moest in een supermarkt blijven werken om rond te kunnen komen”, zegt ze aan de telefoon. „Dus ik weet waar we vandaan komen. Ik kan het me nu veroorloven om fulltime te fietsen en mezelf te onderhouden. Daar ben ik dankbaar voor.”

Fatsoenlijk inkomen

Het Amerikaanse fietsmerk Trek zet zich al jaren in voor een betere beloning voor vrouwen in diverse wielerdisciplines. Winnaars en winnaressen van de wereldbekerwedstrijd veldrijden in Waterloo, Iowa – door de fabrikant georganiseerd – krijgen sinds 2017 hetzelfde bedrag aan prijzengeld: iets meer dan 5.000 euro. Het initiatief leidde ertoe dat per volgend jaar bij geen wereldbeker nog onderscheid wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen.

Lees ook: De Nederlandse wielrensters zijn de baas in de wereld, maar de basis blijft smal

Toen Trek-Segafredo in 2019 met een vrouwenploeg begon, werd al besloten om alle faciliteiten en het beschikbare materiaal voor mannen en vrouwen gelijk te stellen. Er gold nog geen minimumsalaris maar de ploeg berekende wat er in de Benelux, Duitsland en de Verenigde Staten nodig was om fatsoenlijk van rond te kunnen komen en maakte dat aan de rensters over, zegt Tim Vanderjeugd, sportmarketingdirecteur bij Trek. Twee jaar later is dat bedrag dus nog eens flink verhoogd. „Vrouwen trainen even hard, koersen even hard en verdienen dus evenveel als de mannen. We zien geen enkele reden om dat niet te doen. Een pr-stunt is het niet. Aanvankelijk wilden we dit helemaal niet bekend maken, maar via het peloton lekte het toch uit. We doen wat juist is. En hopen dat de rest dat ook gaat doen.”

Daarover bestaan zorgen. Trek Bikes is de coronacrisis uitzonderlijk goed doorgekomen. Het bedrijf verwacht over 2020 een verdubbeling van het aantal verkochte fietsen. Maar niet bij alle sponsoren klotst het geld tegen de plinten. Zo is Liv Racing, een van de acht WorldTour-ploegen, slechts voor een jaartje geborgd.

Concurrentie

Bij Jumbo-Visma, dat dit jaar begon met een vrouwenploeg, kiest men voor een andere besteding van het beschikbare budget. „Het moet wel mogelijk zijn om zulke bedragen te betalen”, zegt Esra Tromp, ploegleider van Jumbo-Visma. „Als ik zie wat Trek nu betaalt, dan vind ik het een prachtig initiatief, maar kan ik alleen maar hopen dat wij daar ook ooit komen. Wij zoeken de gelijkheid in het materiaal, de trainingsfaciliteiten, de programma’s, voeding. Alle basisvoorwaarden om topsport te beoefenen zijn bij ons voor mannen en vrouwen gelijk. Daarin zien wij nu de grootste meerwaarde.”

Tromp hoopt dat andere vrouwenploegen door Trek niet de druk voelen om hun minimumsalarissen ook te verhogen. Dat kan ten koste gaan van de andere voorwaarden. „Een renster gaat van 5.000 euro per jaar extra niet harder fietsen. Van een superbegeleiding wel.” Ellen van Dijk onderschrijft dat: „Het gevaar is dat hogere salarissen tot compromissen gaan leiden. Dat de basis – fulltime verzorgers, goede begeleiding – minder wordt.”

Over het algemeen kan gesteld worden dat het vrouwenwielrennen in de lift zit, zeker als je het vergelijkt met vijftien jaar geleden. „Het wordt breed gedragen om ook in vrouwen te investeren”, zegt Esra Tromp. „Sport is wat dat betreft een afspiegeling van de maatschappij.”

Lees ook: Van der Breggen schreef het sprookje waar Van Vleuten op had gehoopt

Ook in het mannenpeloton worden mondjesmaat vrouwen aangesteld in leidinggevende functies. Het Kazachstaanse Astana wordt sinds 2018 geleid door de Belgische Yana Seel. Ze is algemeen directeur van het bedrijf achter de wielerploeg. En de Britse oud-renster Cherie Pridham werd eind december bij Israel Start-Up Nation de eerste vrouwelijke ploegleider van een mannenteam in de World Tour.

Vrouwenwielrennen wordt ook steeds populairder. Nooit eerder keken zo veel mensen naar de WK-wegwedstrijd voor vrouwen – in uren een stijging van 75 procent ten opzichte van vier jaar geleden. Toen de Giro Rosa dit jaar niet op televisie werd uitgezonden, veroorzaakte dat op social media grote commotie. „De sociale druk om vrouwenkoersen net zo vaak en zo lang uit te zenden als die van de mannen groeit”, zegt Iris Slappendel, voorzitter van de Cyclists’ Alliance, de belangenvereniging voor wielrensters.

Terugbetalen

Zichtbaarheid op televisie is een voorwaarde om de industrie vooruit te helpen. Pas dan gaan sponsoren betalen. Vooralsnog is het verschil in topsalarissen groot: van het bedrag dat de Italiaan Vincenzo Nibali jaarlijks bij het progressieve Trek krijgt, naar verluidt zo’n drie miljoen euro, kan de hele vrouwenploeg betaald worden. „Als alles zich blijft ontwikkelen zoals het nu doet, kom je uiteindelijk ook wel op gelijke topsalarissen”, denkt Tim Vanderjeugd van Trek.

Er is nog een wereld te winnen in het vrouwenwielrennen. Uit de jaarlijkse enquête die de Cyclists’ Alliance houdt onder rensters, in 2020 ingevuld door honderd vrouwen, blijkt dat bijna de helft van het peloton aan het einde van het seizoen geld moet terugbetalen ter compensatie voor gemaakte reiskosten, medische kosten, gebruik van het materiaal en het onderhoud ervan. Een derde van de rensters uit de WorldTour, dat verplicht is een minimumloon te betalen, houdt onderaan de streep daardoor alsnog minder over. En de rensters die nul euro verdienen, vrouwen die uitkomen op de niveaus onder de World Tour, is in een jaar tijd gestegen van 17 naar 25 procent.

Er is, kortom, slechts een kleine groep profrensters die profiteert van de evolutie in het vrouwenpeloton. Van een revolutie is nog geen sprake. Lees ook, uit 2018: Drieënhalf uur koers in de stromende regen: 379 euro