Interview

Architect Afaina de Jong: ‘Mijn doel is verandering teweeg te brengen’

Afaina de Jong Ze streeft naar uitnodigende architectuur. Hoe beïnvloedt de stad ons en wij de stad? In haar maquettes geen standaard poppetjes. „Maar echte mensen met echte lichamen.”

Afaina de Jong
Afaina de Jong Foto Laila Cohen

Zoals alle scholieren ging Afaina de Jong naar het Rijksmuseum. „Van jongs af aan was ik me ervan bewust dat er een directe link was tussen de imposante schilderijen die ik er zag en mijn voorouders uit Suriname.” Nu loopt zij, 43 jaar en architect, anders door het Rijks. Zij heeft de afgelopen twee jaar gewerkt aan het ontwerp voor de slavernijtentoonstelling, die er binnenkort opent. Nu zijn er meer mensen in het museum, in de tentoonstelling én in levenden lijve, waar ze zich in herkent.

De tentoonstelling beslaat tien zalen en het atrium, met verhalen opgebouwd rond tien personages. De Jong heeft gewerkt met de schaalverhoudingen in de koloniale architectuur, zoals bijvoorbeeld dat de huizen van de gouverneurs en plantagehouders altijd hoog stonden en dat de ingangen van de huisjes van de tot slaaf gemaakten heel laag waren. „Die architectuur was een pure verbeelding van de macht.” Ze heeft ook veel met spiegels gewerkt, om de onzichtbaarheid te verbeelden van het systeem van de slavernij die zich ergens anders afspeelde. De persoonlijke verhalen van de tot slaaf gemaakten zijn alleen door de ogen van anderen te zien, zoals eigenaren en rechtbanken.

Protestbewegingen

Afaina de Jong is met haar bureau Afarai representant van een nieuwe generatie in de Nederlandse architectuur. Een generatie die andere opvattingen heeft over de rol van de architect, die inclusief bouwen hoog in het vaandel heeft. Haar denken en doen passen bij de tijdgeest, waarin protestbewegingen als #metoo en Black Lives Matter aan een samenleving in flux hebben laten zien dat veel mensen zich in de status quo niet gehoord voelen. „Mijn doel is om met mijn werk verandering teweeg te brengen.”

De ene opdracht na de andere aanstelling vallen haar dan ook toe. Sinds november is ze architect in residence bij het Architectuur Centrum Amsterdam (Arcam), vanaf dit najaar is ze het nieuwe hoofd van de masteropleiding contextual design aan de Design Academy in Eindhoven. Ze levert een bijdrage aan de Nederlandse inzending voor de Architectuurbiënnale in Venetië – in 2020 uitgesteld tot mei dit jaar – en ontwerpt een paviljoen voor een Zweeds museum over grafische vormgeving. En dan zijn er nog de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum en de inrichting van de expositie Voices of Fashion in het Centraal Museum in Utrecht. Die gaat volgens het museum in op „de witte blik waarmee decennialang mode is gepresenteerd, gedragen en verzameld”. Het toeval wil dat haar moeder in Voices of Fashion figureert – niet omdat ze haar moeder is, maar omdat ze naast afgestudeerde van de Rietveld Academie ook een van de eerste zwarte modellen in Nederland was.

Leegte is juist een ruimte vol verhalen, relaties, geschiedenis. Maar je moet ze wel willen zien

Haar vader was architect, met een eigen bureau, en hij doceerde ook aan de TU Delft. Hij ontwierp „echte gebouwen”, zegt De Jong, zoals woningbouw en scholen. De appel valt dus niet ver van de boom, maar rolt wel verder. „Ik wil niet van een opdrachtgever een probleem en een plek aangereikt krijgen en dat moeten oplossen met een gebouw dat geld oplevert. Ik zou al moeite hebben met woningbouw, want veel woningbouwprojecten zijn tegenwoordig vooral een vorm van gentrificatie.” Te lang hebben architecten, ontwikkelaars, gemeenten gedacht dat elke leegte een tabula rasa was die nodig moest worden ingevuld, zegt ze. „Leegte is juist een ruimte vol verhalen, relaties, geschiedenis. Maar je moet ze wel willen zíén.”

Hybride

Haar manier van werken noemt ze hybride. „Ik combineer onderzoek, ontwerp, kunst, schrijven. De vrienden uit mijn studietijd zijn ook van alles gaan doen, van schoenontwerper tot illustrator, met architectuur als basis. Mijn generatie vindt het vanzelfsprekend om in diverse media en disciplines te werken.”

Zelf groeide ze op in een creatief nest in het rauwe Amsterdam van gekraakte pakhuizen en graffiti. „Ik besloot bouwkunde te studeren omdat ik dan aan de slag zou gaan met de stad als systeem, om erachter te komen hoe de stad ons beïnvloedt en wij de stad.” Daar ging ook haar boek over, For the people, by the people: A visual story of the DIY city, dat ze in 2012 in eigen beheer uitgaf. Aan de hand van eigen foto’s laat ze zien hoe mensen hun omgeving naar hun hand zetten.

Tijdens haar studie liep ze stage bij NL Architects en bij een bureau in New York op de hoogste verdieping van de Empire State Building. Na haar afstuderen in 2002 ging ze in Japan werken en daarna bij AMO, de onderzoekspoot van Rem Koolhaas’ bureau OMA. „Toen dacht ik: als ik zo ongelofelijk hard moet werken kan ik net zo goed voor mezelf beginnen.”

In Rotterdam werkte ze aan de herontwikkeling van de Hofbogen, een twee kilometer lang spoortracé met allerlei ruimten in de bogen eronder. Daarin kwamen horeca, werkplekken, nieuwe gevels, vloerverwarming en een binnenplein. „En dan niet op zo’n manier dat de hele lokale creatieve cultuur zou worden weggevaagd.” Het project haalde het Architectuurjaarboek 2011-2012, dat het prees als „een nieuw bruisend gebied dat de verbinding tussen de afgesneden wijken en het centrum herstelt”.

Gebodyscande echte mensen op de digitale maquette van het (An)other Vernacular Pavilion dat Afaine de Jong ontwierp voor het Grafikens Hus in Zweden. Foto Grafikens Hus

Meerstemmigheid

Een van haar lopende projecten laat zien hoe De Jong tot een uitnodigende architectuur probeert te komen. Voor het grafische museum Grafikens Hus in Södertälje bij Stockholm ontwierp ze een paviljoen waar ’s zomers feesten en concerten worden gehouden. „Ik heb het museum gevraagd mij met verschillende groepen vrouwen in contact te brengen, zodat ik hun dagelijkse ervaring van de publieke ruimte als uitgangspunt kon nemen.”

Zijn straks alle gebruikers van dat paviljoen dan vrouwen?

„Natuurlijk niet. Maar de architectuur gaat meestal uit van een standaardgebruiker die man is, meestal wit, meestal middelbaar en goed ter been.”

Ook wij architecten en ontwerpers hebben een ander waardesysteem, een ander canon, andere methodes en een andere sensitiviteit nodig dan de generaties voor ons

Ze benadrukt dat ze niet bezig is iets te doorbreken. „Ik ben op mijn eigen manier bezig om het dagelijks leven van mensen, gemeenschappen en identiteiten die normaliter niet in de architectuur worden gerepresenteerd, ruimtelijk vorm te geven. De basis ligt voor mij in het feminisme. Volgens mij moeten we dit gedachtegoed op alle lagen in de samenleving toepassen, van het onderwijs tot in de architectuur.”

Als architect in residence bij Arcam organiseert ze een boekenclub, The Feminist Spatial Practice Book Club, waarbij de deelnemers een aantal sleutelwerken lezen die over het verband tussen feminisme en architectuur gaan. En in Södertälje heeft ze dat inclusieve onder andere ingevuld door van mensen die in het gebied wonen waar het paviljoen komt, 3D-scans te laten maken. Die mag ze als schaalfiguren in haar maquettes gebruiken in plaats van de standaard poppetjes. „Eindelijk zie je je ontwerpen met echte mensen erin, met echte lichamen.”

Privilege

De Jong is zich zeer bewust van de verantwoordelijkheid die zij als architect draagt. „Wij hebben een geprivilegieerde positie, wij bouwen onze omgeving. Om die verantwoordelijkheid in deze tijd waar te maken, om het seksisme en racisme te ontmantelen, hebben wij ook als architecten en ontwerpers een ander waardesysteem, een ander canon, andere methodes en een andere sensitiviteit nodig dan de generaties voor ons. Ik geloof niet in het paternalistische idee van problemen oplossen met één grote ruimtelijke ingreep die toevallig ook een groot gebouw is. De wereld en de stad zijn veranderd, veel complexer geworden.”

Twee jaar geleden kreeg ze van Het Nieuwe Instituut voor architectuur, design, digitale cultuur in Rotterdam het verzoek onderzoek te doen naar het gebruik van de tuin bij het gebouw. Die werd veel gebruikt, maar er was ook overlast. „We hebben er in de zomer tuinstoelen neergezet, een schommel aan de boom gehangen, een grote luifel over de tuin gespannen en zijn elk weekend gaan barbecuen en iedereen was welkom. Dus ook de verslaafden en daklozen die gezien werden als een bron van overlast.”

De Jong heeft een korte documentaire gemaakt over wat deze beschutte plek bijzonder maakt in een stad waar alles nieuw en heel erg bedacht en geprogrammeerd is. „Het is een principekwestie. Mogen echt alle mensen de stad naar eigen inzicht gebruiken? Gewoon rondhangen? Als het niet helemaal gaat zoals men wil, ga je dan een anti-ontwerpoplossing erop loslaten en alles betegelen en met hekken afzetten? Onze publieke ruimte wordt nu vaker gedefinieerd door wat er niet mag dan wat er wel mag.”

Slavernij – Tien waargebeurde verhalen in het Rijksmuseum, vanaf maart. Inl: rijksmuseum.nl Voices of Fashion in het Centraal Museum, vanaf maart. Inl: centraalmuseum.nl