Wie kan ontvlucht cde ‘apocalyptische toestand’ in Bangui

Centraal Afrikaanse Republiek Sinds de verkiezingen in december is het geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek ernstig toegenomen, met honderden doden tot gevolg. „Vanwege barricades op de wegen kan niemand de stad in of uit.”

Afgelopen maanden sloegen 200.000 inwoners van de Centraal-Afrikaanse Republiek op de vlucht. Zo’n 92.000 kwamen in Congo terecht.
Afgelopen maanden sloegen 200.000 inwoners van de Centraal-Afrikaanse Republiek op de vlucht. Zo’n 92.000 kwamen in Congo terecht. Foto Alexis Huguet

Apocalyptisch, zo noemde Martin Ziguele, oud-premier van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), de humanitaire crisis in zijn land. Vrijdag waarschuwde de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, dat in twee maanden tijd 200.000 mensen zijn gevlucht. Iets meer dan de helft is binnen de landsgrenzen ontheemd. Zeker 92.000 mensen zijn de grens overgetrokken naar het buurland, Democratische Republiek Congo. Anderen vluchtten naar Tsjaad en Kameroen. Voor veel vluchtelingen dreigen water- en voedseltekorten. „Ze zijn afhankelijk van het vangen van vis en van wat de lokale dorpelingen kunnen missen”, aldus de UNHCR. „Helaas beschikken de gastgemeenschappen in deze afgelegen gebieden over uiterst beperkte middelen.” Vluchtelingen zouden uit wanhoop seks aanbieden voor geld. De VN-vluchtelingenorganisatie vreest bovendien voor de verspreiding van het coronavirus en andere infectieziekten.

Een geïmproviseerd vluchtelingenkamp in de plaats Ndu, Congo, Foto Alexis Huguet
Medewerkers van UNHCR nemen de temperatuur op van vluchtelingen in Congo ter controle op coronabesmetting. Foto Alexis Huguet
Een meisje kijkt naar haar pasgeboren tweelingzusjes in de Congolese plaats Ndu, waar veel inwoners van de CAR een heenkomen hebben gezocht. Foto Alexis Huguet

„Er is een voedselcrisis ontstaan”, vertelt de 45-jarige Frederic Nakombo telefonisch vanuit Bangui. De hoofdstad van de CAR is al wekenlang omsingeld, twee derde van het land is bezet door rebellen. „Vanwege barricades op de wegen kan niemand de stad in of uit.” Zo is er een tekort aan medicijnen ontstaan. Nakombo, van het Regenboognetwerk, een lokale verkiezingswaarnemersgroep in Bangui, vindt dat de verschillende partijen moeten samenkomen en een oplossing moeten vinden voor de huidige situatie.

Vloek van de grondstoffen

Het land is al meer dan acht jaar verwikkeld in een burgeroorlog – christelijke en islamitische milities strijden om de controle over de goud- en diamantmijnen en de migratieroutes voor vee. Door alle partijen wordt al jarenlang geplunderd en worden mensenrechten geschonden.

Ondanks of juist door de diamanten en uranium in de bodem, is de CAR een van de armste en meest instabiele landen van Afrika. Al voor deze geweldsgolf was de helft van de 4,7 miljoen inwoners afhankelijk van humanitaire hulp.

Van het huidige geweld wordt oud-president François Bozizé als aanstichter gezien, tegen wie een internationaal arrestatiebevel is uitgevaardigd wegens misdaden tegen de menselijkheid en voor het aanzetten tot genocide op de islamitische minderheid.

Nadat het Constitutioneel Hof op 3 december de kandidatuur van de ook van corruptie beschuldigde Bozizé had afgewezen, barstte het geweld los. De rebellen boycotten de verkiezingen en probeerden te verhinderen dat mensen hun stem uitbrachten; uiteindelijk kon slechts de helft van de 1.8 miljoen geregistreerde kiezers stemmen. Toen duidelijk werd dat zittend president Faustin-Archange Touadera, een hoogleraar wiskunde, die sinds 2016 aan de macht is, met 53 procent van de stemmen was herkozen, gingen aan Bozizé gelieerde groepen zich wederom aan geweld te buiten.

Kiezers in Bangui brachten op 27 december hun stem uit in een middelbare school. Foto Alexis Huguet
Rebellen, onder wie vermoedelijk minderjarigen, van de rebellenalliantie Coalition of Patriots for Change (CPC) die zich verenigd hebben tegen de zittende president. Foto Alexis Huguet

Vlak vóór de verkiezingen hadden eerder tegen elkaar strijdende rebellengroepen hun krachten gebundeld in de Coalition of Patriots for Change (CPC). Hun doel: met z’n allen tegen de zittende president.

Soldaten verlaten het leger

De situatie is sinds december verder gecompliceerd door bemoeienis van buitenaf. Al jaren hebben de VN zo’n 12.000 man troepen in het land die de regering ondersteunen. Vorige maand vroeg de leider van de vredesmissie, tevens VN-gezant voor de Centraal Afrikaanse Republiek, de Senegalees Mankeur Ndiaye, om een „grote uitbreiding”. Sinds december dunt het regeringsleger uit doordat steeds meer soldaten deserteren.

De Rwandese president Kagame stuurde vervolgens honderden troepen naar de CAR om de regering extra te ondersteunen. Ook de Russen, die al privébescherming boden aan president Touadéra en die betrokken waren bij de training van lokale strijdkrachten, zouden honderden extra troepen hebben gestuurd.

Rusland heeft financiële belangen in het land; leden van de Russische huurlingenfirma Wagner zouden zelfs samenwerken met rebellen bij de jacht op diamanten. Het land probeert al langere tijd zijn positie in Afrika te versterken. In 2018 werden drie Russische journalisten die onderzoek deden naar de Wagner Group, doodgeschoten in de Centraal Afrikaanse Republiek.

Lees ook: De Russische huurlingen van Wagner zitten overal

Ook voormalig kolonisator Frankrijk bemoeit zich met de CAR; het verzet zich tegen de groeiende Russische invloed. Afgelopen jaar verschenen berichten over zowel Franse als Russische desinformatiecampagnes.

De huidige escalatie in de CAR is niet uniek. Sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960 heeft het land vijf staatsgrepen en talrijke opstanden gekend. Ondanks vredesakkoorden, wapenembargo’s en sancties tegen militieleiders is vrede er altijd buiten bereik gebleven.

Voor deze geweldsgolf was de helft van de 4,7 miljoen inwoners al afhankelijk van humanitaire hulp

Het heeft voor een groot deel te maken met de manier waarop oud-kolonisator Frankrijk met het land is omgegaan. In plaats van lokaal bestuur te stimuleren, verhuurden Franse koloniale functionarissen delen van het land aan bedrijven. Onafhankelijke politici die later aan de macht kwamen, deden hetzelfde: ze beschouwden de mijnen als privébezit en als onderpand in hun patronagenetwerk. Terwijl de armoede en uitzichtloosheid van de bevolking toenemen, zetten de rebellen het desastreuze beleid van de oude heersers voort.