Taal in kostuumfilms: liever dialect dan historisch correct

Achtergrond | Taal in historische drama’s In dialogen van historische films en series hoor je vaak modern taalgebruik. Willen of kunnen scenaristen liever niet kiezen voor taal uit het verleden? „Ik kan de reacties al voorspellen: ‘Oh, daar heb je weer zo’n Nederlandse serie waar niemand normaal kan praten’.”

Fedja van Huêt als Anthony Fokker in ‘Vliegende Hollanders’: Fokker sprak voor zijn tijd modern en overzichtelijk Nederlands.
Fedja van Huêt als Anthony Fokker in ‘Vliegende Hollanders’: Fokker sprak voor zijn tijd modern en overzichtelijk Nederlands. Foto Mark van Aller / AVROTROS

Voor historische Nederlandse films en series worden kosten noch moeite gespaard bij kostuums en decors om een bepaalde tijd zo authentiek mogelijk in beeld te brengen. Dat geldt niet voor de taal: personages spreken doorgaans opvallend modern Nederlands. Zit hier een gedachte achter of is die keuze uit nood geboren?

Paula van der Oest tekende voor het scenario van oorlogsepos De Slag om de Schelde – te zien zodra de bioscopen heropenen. Ze maakt bij het schrijven van de dialogen altijd heel bewuste keuzes, vertelt ze: „Het is een beetje schipperen. Je wilt, zeker als verhalen op waarheid gebaseerd zijn, de mensen en gebeurtenissen zeker recht doen door ze zo authentiek mogelijk te verbeelden. Maar als je taal uit die tijd één op één overneemt, dan vervreemd je heel snel een deel van het moderne publiek van je film.”

Van der Oest werkt momenteel met schrijvers Roos Ouwehand en Paul Jan Nelissen aan een tv-serie over de Joodse Raad. Ze heeft toespraken van David Cohen teruggeluisterd, die lange tijd voorzitter van de Joodse Raad was. „Hij sprak heel archaïsch: je doet jezelf noch het publiek een plezier door zulke zinnen letterlijk over te nemen. Ik kan de reacties al voorspellen: ‘Oh, daar heb je weer zo’n Nederlandse serie waar niemand normaal kan praten’.”

Thomas van der Ree, lid van het schrijverscollectief Winchester McFly, had de leiding over de scenario’s van NPO-serie Vliegende Hollanders, die de opkomst van de Nederlandse burgerluchtvaart begin twintigste eeuw reconstrueert. „De serie legt uit dat luchtvaartpioniers als Anthony Fokker en Albert Plesman hun tijd ver vooruit waren”, legt hij uit. „Dat gevoel breng je niet over door ze historisch volstrekt accurate dialogen in de mond te leggen: dan voelen ze juist ouderwets en gedateerd.”

Van der Ree noemt de Amerikaanse horrorfilm The Witch uit 2015. Regisseur Robert Eggers koos ervoor zijn personages zeventiende-eeuws Engels te laten spreken. „Het was een fascinerend experiment. Maar als kijker bleef ik, door die keuze, anderhalf uur lang een buitenstaander.”

Net als Van der Oest beaamt hij dat het vinden van een balans deels op gevoel gaat. „Er zijn geen regels, je vaart op je ervaring als scenarist. Soms grasduin je in oude kranten. Of je googelt of een woord begin twintigste eeuw al gebezigd werd.”

Niet Polygonerig

In het geval van Vliegende Hollanders was een groot voordeel dat Fokker en Plesman, ook voor hun tijd, heel modern en overzichtelijk spraken. „Ik had verwacht dat hun toespraken veel meer ‘Polygonerig’ zouden klinken. Sommige teksten heb ik vrijwel zonder aanpassingen in de serie kunnen gebruiken. Dat kwam ook doordat Plesman en Fokker allebei van origine vrije jongens waren, ze praatten niet zoals de elite in die tijd.”

Marc van Oostendorp, hoogleraar Nederlands aan de Radboud Universiteit, merkt dat er de laatste decennia steeds meer variatie in taal te vinden is in films en series. „Toen radio en film opkwamen, was het vooral belangrijk dat iedereen de teksten goed kon verstaan. Je merkt dat in oudere Nederlandse films iedereen standaard uniform ABN sprak. Ik kan mij in films uit de jaren zestig en zeventig geen enkel dialect herinneren.”

Lees ook de recensie van ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’: nuchter over de penopauze

Regisseurs en scenaristen zijn authenticiteit pas de laatste twee decennia belangrijker gaan vinden. „Zo’n film als De Beentjes van Sint-Hildegard, die vrijwel geheel Twents gesproken is, was twintig jaar geleden nooit zo breed door het publiek omarmd”, vermoedt Van Oostendorp. Maar de trend was ook terug te zien in sciencefictionfilms als The Lord of the Rings (2001-2003) of Avatar (2009), waarin personages speciaal verzonnen talen spreken. Een ander recent voorbeeld dat hij noemt is de Duitse serie The Barbarians (2020), waarin daadwerkelijk Latijnse dialogen werden uitgesproken.

Volgens Van der Oest ligt de authenticiteit in De Slag om de Schelde, dat zich in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog afspeelt, meer in het lichte dialect dat de Zeeuwse personages bezigen. „Het is voor kijkers belangrijker dat de dialogen in overeenstemming zijn met de locatie dan met de tijd. Een Zeeuwse verzetsheldin komt niet weg met een moderne Gooische r.”

Zinvol

Marc van Oostendorp wijst op een ander probleem waar makers tegen aanlopen als zij ervoor kiezen authentieke taal te gebruiken in historische verhalen. Van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw zijn genoeg geluidsopnames om het taalgebruik te reconstrueren. „Maar het is eigenlijk niet mogelijk om de taal in de 17de of 18de eeuw exact te reconstrueren”, stelt hij. „Er zijn geen opnames beschikbaar en er zijn nauwelijks mensen die iets hebben opgeschreven over de fonetische uitspraak van de teksten die we nog hebben.”

Tegen dat probleem liepen zijn collega’s aan die twee jaar geleden met slimme software probeerden te ontdekken hoe schilder Rembrandt van Rijn (1606-1669) moet hebben geklonken, weet hij. „Behalve de vraag hoe je in het algemeen zinnen uit die tijd uitspreekt, is de klank van een stem ook erg afhankelijk van lichaamsbouw van een persoon.”

De hoogleraar vraagt zich tegelijkertijd af hoe belangrijk het voor makers is om zo authentiek mogelijk te willen zijn. „Er zit een grens aan de authenticiteit die zinvol is voor films of series. Dat geldt net zo goed voor het beeld. Ik denk dat kijkers zich eraan gaan storen als je mensen in bijvoorbeeld de Middeleeuwen echt zo smerig verbeeldt als ze toen waren.”