Opinie

Moedige strafrechters moeten tijdig alarm durven slaan

Systeemdruk en geldgebrek brengen de strafrechtspleging in het nauw. Strafrechter Jacco Janssen waarschuwt in de Togacolumn voor gebrek aan tegenspraak en evenwicht.
Zittingszaal, rechtbank Maastricht.
Zittingszaal, rechtbank Maastricht. ANP Marcel van Hoorn

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Bart Jan van Ettekoven, gaf onlangs in het Nederlands Juristenblad commentaar op de rol van de Rechtspraak in de kinderopvangtoeslagaffaire. Hij stelt dat rechtsontwikkeling gebaat is bij tegenspraak en vindt dat de manier waarop Rotterdamse bestuursrechters in de kinderopvangtoeslagzaken dat leverden, getuigt van rechterlijke moed.

Dit riep bij mij de vraag op of de strafrechter ook beschikt over dat soort moed. In de donkere maand januari aan de keukentafel - de plek waar ik momenteel zo’n 70 procent van de tijd verblijf - durf ik die vraag niet meteen met ‘ja’ te beantwoorden. Mijn ‘januari- en/of corona-blues’ zou daar enige invloed op kunnen hebben. Toch denk ik dat de strafrechter die moed hard nodig heeft om de burger te beschermen door hem een eerlijk strafproces te blijven bieden.

Onder druk

De strafrechter heeft de laatste decennia een kwaliteitsslag gemaakt. Zowel op inhoud, kwantiteit als werkwijze is het nodige veranderd. De tijd dat de strafrechter zelfstandig op zoek was naar de waarheid is voorbij. Het OM, verdediging en slachtoffers hebben een sterkere positie gekregen. Hun standpunten zijn van groot belang geworden bij het bepalen van de kern van de zaak – het leidde tot betere processen en vonnissen.
Geen vuiltje aan de lucht, zou je zeggen. Maar die ontwikkelingen werken alleen bij de gratie van controle en evenwicht. En juist dat staat op dit moment onder druk.

Vliegwerk

De door de overheid gefinancierde vergoeding voor de strafrechtadvocaat is nu onvoldoende om zijn rol in het systeem goed te blijven vervullen. Steeds meer strafrechtadvocaten gooien het bijltje erbij neer. Bij de volhouders loopt het werk inmiddels zo over de schoenen dat keuzes moeten worden gemaakt, omdat de (vrije) tijd van een strafrechtadvocaat niet onbeperkt is. Dit heeft invloed op de kracht waarmee de strafrechtadvocaat zijn rol in het strafproces kan spelen. Die rol wordt met veel kunst en vliegwerk vaak nog adequaat vervuld, maar af en toe is het nog maar net voldoende.

Tandvlees

Bij de officier van justitie is een soortgelijke ontwikkeling zichtbaar. De werkzaamheden van de officier van justitie zijn de laatste jaren steeds verder uitgebreid. Standaardtaken zijn weggehaald en uitbesteed aan een nieuw type officier van justitie: de assistent-officier van justitie. De taken die zijn overgebleven, zijn daardoor zwaarder. De focus op de positie van het slachtoffer in het strafproces genereert bovendien ook meer werk en zorgt voor extra druk. De ondersteuning is steeds minder geworden. Menig officier loopt inmiddels op zijn tandvlees.
In de zittingszaal resulteert dat niet zelden in een officier van justitie die net op tijd de zaal in rent met de zaak van een collega onder zijn arm. Bij doorvragen is soms het te eerlijke antwoord: „Ik ben niet de zaaksofficier, maar de zittingsofficier”. Een sprekend voorbeeld van systeemdruk op de officier van justitie. Net als bij de advocaat is het bijzonder om te zien hoe de officier van justitie zijn hoofd boven water houdt. Maar ook hier is soms de ondergrens in zicht.

Gebrek

Het te ver doorvoeren van efficiëntie en bedrijfseconomie in het strafproces leidt tot een gebrek aan noodzakelijke tegenspraak. Natuurlijk is er dan de strafrechter die in een individuele zaak zijn eigen tegenspraak organiseert, zo voor rechtsbescherming zorgt en oog houdt voor verdachte, slachtoffer en maatschappij. Een rol die de rechter incidenteel goed kan spelen om op de korte termijn het evenwicht te bewaren. Maar op de langere termijn kan de strafrechter dat niet volhouden.
In de eerste plaats is hij die rol niet meer gewend - het strafproces is niet meer langs die lijn ingericht. Belangrijker nog is dat de strafrechter daar simpelweg geen tijd en gelegenheid meer voor heeft. Ook in de rechterlijke organisatie is de focus op kwantiteit maximaal. De roosters zijn uiterst strak en de strafrechters hebben niet veel tot géén extra ruimte. Reguliere zaken en zaken van grote omvang en importantie strijden met elkaar om voorrang om te worden behandeld.

Gedrang

Het management binnen de gerechten doet zijn uiterste best en stelt alles in het werk om met elkaar het (financiële) hoofd boven water te houden. Helaas is de druk soms zo groot dat bij die pogingen de rechterlijke onafhankelijkheid en het rechterlijk domein bijna wordt geraakt of in het gedrang komt.
De strafrechters - de vakinhoudelijke en de managers - moeten de vinger aan de pols houden en de moed hebben om aan de bel te trekken waar de strafrechtspleging als geheel te veel onder druk komt te staan. Moed hebben om kritisch te zijn en tegenspraak te bieden, ook als dat niet van je wordt gevraagd. Samen met moedige gerechtsbesturen en de Raad voor de rechtspraak moet dan de (nieuwe) minister voor Rechtsbescherming worden gealarmeerd. De burgers in onze maatschappij hebben recht op zulke moedige rechters.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, rechter of officier. Jacco Janssen is senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.