Opinie

De vermoeidheid van de menselijke beschaving

Maxim Februari

In mijn hoofd zit een titel van een boek uit 1998 dat ik nooit heb gelezen. La fatigue d’être soi is een klassieker van de socioloog Alain Ehrenberg over depressie en maatschappij. La fatigue d’être soi: hoe vermoeiend het is om jezelf te zijn.

De titel is in mijn hoofd een poëtisch leven gaan leiden. Hij is daar namelijk verweven geraakt met een prachtige uitspraak van de Argentijnse schrijver en intellectueel Jorge Luis Borges. Die gaf, 64 jaar oud en vrijwel blind, op 21 februari 1963 een interview aan de Franse schrijfster Madeleine Chapsal. Of hij wel eens een toneelstuk had geschreven, vroeg ze. Nee, dat niet, maar wel een film. Een film! zie je Madeleine Chapsal op papier verbaasd uitroepen. „Du cinéma?”

„Ja”, zegt Borges, en hier loopt het interview vrolijk uit de hand. „Ik ben dol op films, vooral westerns. Ik heb een scenario geschreven en dat werd met enthousiasme afgewezen. Of liever gezegd, ik kreeg te horen: het is perfect, fantastisch, je moet alleen nog even het onderwerp veranderen en de personages [...] en de omgeving.” Het was een verhalend scenario, vertelt hij, dat zich afspeelde in de buitenwijken van Buenos Aires. Het ging over mensen met messen. De compadritos.

Madeleine Chapsal schudt zichtbaar haar hoofd. Westerns, zegt ze. „Weet u wel dat u me verbaast? Dit is niet wat ik me had voorgesteld…” En dan verontschuldigt Borges zich deemoedig. „Zie je wel! Ik heb u teleurgesteld! Ik had op Borges moeten lijken! Maar ik ben een beetje moe – c’est que je suis un peu, fatigué”.

Borges tobt hier met het probleem van de romanticus: de verplichting altijd jezelf te zijn. Altijd maar op jezelf te moeten lijken, terwijl je zin hebt iedere dag een ander te zijn, of misschien juist steeds opnieuw jezelf, maar zonder dat zoiets tot bezwaren leidt. Je innerlijke rijkdom exploreren lijkt slecht te combineren met je lidmaatschap van de maatschappij. De dinosaurussen hadden er geen last van, maar de menselijke beschaving komt met plichten, veel plichten, en de opdracht simpel en eenduidig te zijn is er een van.

Bij Alain Ehrenberg betekent ‘la fatigue d’être soi’ echter precies het tegenovergestelde. De schrijver Borges is op sommige dagen te moe om zijn innerlijke rijkdom te beteugelen, zijn dolle plannen in te slikken en zijn vele gedaantes tot één terug te brengen. Bij Ehrenberg is de mens juist moe van de verplichting zijn innerlijke rijkdom te vergroten, wilde avonturen te ondernemen en vele zelven tegelijk in de lucht te houden. Borges wil meer levens leiden, de vermoeide mens van Ehrenberg wil er minder.

Toen ik als jong mens het interview met Borges las, beviel het me enorm. Die soevereine romantiek ervan! De gedachte dat je op de ene dag een western kon schrijven en op de andere dag een cryptisch verhaal over labyrinten! Maar later leerde ik in de samenleving ook Ehrenbergs vermoeidheid herkennen. In een cultuur die autonomie promoot wordt het individu geacht zichzelf te vormen en te vervolmaken – wat onherroepelijk mislukt. Dat mislukken kan gemakkelijk leiden tot het gevoel te falen. En dat gevoel te falen tot depressie.

In deze coronatijd gingen de filosofen maar weer eens bij Alain Ehrenberg langs; daardoor zag ik hem kort voorbijflitsen. Het is niet raar, zei hij, dat angst en depressie in deze tijd toenemen. „De toekomst is onzeker.” Zelf zou ik vroeger hebben gedacht dat dat het grote voordeel is van de toekomst, maar ik begrijp nu ook wel dat het een nadeel is. Vooral als die toekomst jouw verantwoordelijkheid wordt en jij wordt geacht haar vorm te geven.

Verder speurend naar Ehrenbergs fatigue vond ik een essay van ethicus Frits de Lange. Ten tijde van Freud, schreef hij, kwam geestelijk lijden voort uit je verhouding met je verleden. De moderne depressie is echter een gevolg van de toekomst. „Door de druk om zichzelf morgen weer opnieuw uit te moeten vinden, verkeert het soevereine individu in een voortdurende staat van oorlog met zichzelf.” Soms implodeert die zelffabriek. Dan lukt het niet meer om een nieuw zelf te maken voor de nieuwe tijd.

„Laat me met rust”, schreef iemand me laatst. Het was een vreemde tekst en navraag doen lukte niet, omdat hij me als representant van de mainstream media niet vertrouwde. Het maakte de communicatie enigszins eenzijdig, maar ik bleef er toch over nadenken. „Laat me met rust!” Wat had ik gedaan om zijn rust te verstoren? Ik had over de toekomst geschreven, die ongewis is, en ik had haar open gelaten. Hij mailde me om haar weer af te sluiten.

Hij had gelijk, natuurlijk. Niet iedereen kan zich voortdurend de luxe permitteren van een nieuw zelf voor een nieuwe tijd. Af en toe moet je even gronden in het heden.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.