Foto Lars van den Brink

Interview

Uitzendbranchedirecteur: ‘Nederland is bij arbeidsmigranten uit de gratie’

Jurriën Koops Corona legde een vergrootglas op de uitzendsector. Als er niet wat verandert, krijgen we mogelijk een tekort aan arbeidsmigranten.

Coronabrandhaarden in slachthuizen. Arbeidsmigranten die hutjemutje wonen op vakantieparken en in oude barakken. En vervolgens opeengepakt in busjes naar hun werk moeten. Corona heeft de situatie van arbeidsmigranten in Nederland vorig jaar onder een vergrootglas gelegd, zegt Jurriën Koops, directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). „Het lijkt alsof de misstanden in onze branche de norm zijn, maar dat is echt niet geval.”

Een commissie onder leiding van voormalig SP-leider Emile Roemer onderzocht maandenlang de situatie van arbeidsmigranten in Nederland. Ja, zegt Roemer, het merendeel van de uitzendbureaus die met arbeidsmigranten werken, doet het goed. Maar de misstanden in de branche zijn dusdanig dat de hele sector op de schop moet.

Zo’n pittig rapport is niet het eerste in de la van Koops. „In 2011 schreef toenmalig Kamerlid Ger Koopmans (CDA) al een rapport over arbeidsmigratie, omdat we overvallen werden door de grote stroom arbeidsmigranten”, zegt Koops. „Maar in de afgelopen tien jaar is er te weinig gebeurd.”

Gaat er nu wel wat veranderen? Als het aan Roemer ligt, met zijn vijftig punten tellende advies, gaat er een bezem door de branche. Zo komen er een verplicht certificaat voor uitzendbureaus, wat de malafide moet uitsluiten, een jaarlijkse ‘APK-keuring’, en een hoge waarborgsom voor startende uitzendbureaus. Verder is het zaak dat arbeidsmigranten niet langer afhankelijk zijn van het uitzendbureau voor bed en baan, moet hun zorgverzekering beter worden geregeld en krijgen werkgevers die met malafide bureaus werken flinke boetes.

Die plannen zijn juist in het belang van de uitzendbranche, zegt Roemer. Als er niets verandert, dan voorziet hij een race to the bottom door onderbetaling, overtreding van regels en schending van gangbare normen en waarden. De arbeidsmigranten blijven tweederangs burgers, en in de uitzendbranche ontstaat oneerlijke concurrentie voor bureaus die zich wel netjes aan de regels houden.

Dat het onderwerp op de politieke agenda staat, is duidelijk. Bijna elke partij heeft in het verkiezingsprogramma volop aandacht voor arbeidsmigratie. Woensdag debatteert de Tweede Kamer over de situatie van arbeidsmigranten en het rapport van Roemer.

Jullie hebben als brancheorganisatie vaak om tafel met Roemer gezeten. Hoe hebben jullie de aanbevelingen ontvangen?

„We staan achter een groot deel van het rapport. Net als Roemer willen we betere regulering van de uitzendbranche. We juichen een registratieplicht van arbeidsmigranten toe, evenals een register voor frauderende bestuurders en een waarborgsom voor beginnende uitzendbureaus – wat ons betreft komt die op 100.000 euro. Die plannen gaan de kwaliteit van de uitzendbranche verhogen. Want de sector is de afgelopen jaren te sterk gegroeid.”

Sinds de afschaffing van de vergunningplicht voor uitzendbureaus in 1998 is het aantal uitzendbureaus van enkele honderden gestegen naar veertienduizend. De ABU, dit jaar zestig jaar, vertegenwoordigt er ruim vijfhonderd, vooral de grotere die goed zijn voor 65 procent van de omzet.

„Maar we willen vooral dat de bonafide uitzendbureaus meer ruimte krijgen en dat het voor het malafide deels onmogelijk wordt om te werken. Alles valt en staat met de handhaving, daarin is Roemer niet ambitieus genoeg. We hebben geen gebrek aan regels, maar gebrek aan handhaving.”

De inspectie SZW controleert nu 1 procent van de uitzendbureaus. Als het aan Roemer ligt, wordt dat 2 procent. Zelfs met verdubbeling van de handhavingscapaciteit haal je de excessen niet uit de markt. Schuift u niet te gemakkelijk de verantwoordelijkheid af naar de overheid?

„Nee, we moeten het samen doen. Nederland heeft geen handhavingsmentaliteit. Er is heel lang geïnvesteerd in regels, maar als je die niet handhaaft, komen foute ondernemers ermee weg. Daarom moet de registratie van nieuwe uitzendbureaus strenger worden en willen we publiek-private handhaving. Het liefst zien we dat elke onderneming één keer in de twee jaar wordt gecontroleerd.”

Hoe Roemenen onder barre omstandigheden werken in Nederlandse slachthuizen

Dan gaat de slager zijn eigen vlees keuren?

„Het kan altijd beter. Maar als je zo’n groot bestand van ondernemingen wilt controleren, is publiek-private handhaving de enige werkbare oplossing.”

Toch blijkt de grens tussen malafide en bonafide uitzendbureaus dun. Bij een rondgang van NRC langs plekken waar arbeidsmigranten wonen, bleek vorig jaar dat woningen van dezelfde uitzendbureaus, ook ABU-leden, op de ene plek aan alle standaarden voldeden, terwijl woningen op de andere plek bouwvallen waren.

„Wij hebben vorig jaar zes uitzendondernemingen geroyeerd. Maar daarmee zijn ze nog niet van de markt, daarvoor is strengere regulering nodig.

„Zolang je een tekort hebt aan huisvesting, is het moeilijk alles goed en betaalbaar te organiseren. Dan zul je situaties blijven houden die net niet ideaal zijn, omdat er onvoldoende alternatieven zijn.

„Roemer mist ambitie op dit punt. Wij willen ook een scheiding van bed en baan, maar er is een tekort van 120.000 bedden. Plat gezegd moeten we dat tekort in drie jaar tijd wegwerken. Dat kan met grootschalige woonlocaties. Dan moet de wethouder niet alleen blij zijn met een nieuw distributiecentrum met werk voor duizend mensen, maar ook woonplekken voor hen aanwijzen. En als je een vakantiepark sluit met zestig bedden, moet je elders verplicht zestig nieuwe bedden regelen.”

U noemde de uitzendsector een gouden branche met een zwart randje. Wanneer zag u dat randje voor het eerst?

„In 2001, toen we om vijf uur ’s ochtends met de sector een bezoek brachten aan de Haagse Hoefkade. Daar zag je de busjes volgeladen worden met vooral Bulgaren en Turken die niet wisten hoeveel ze betaald kregen en waar ze naartoe werden gebracht.”

Zitten we hier over vijf jaar niet weer over hetzelfde probleem te praten?

„Dat zou kunnen. Maar als we niet beter voor onze arbeidsmigranten zorgen, komen ze op een gegeven moment niet meer naar Nederland. We horen nu al van onze leden dat Nederland niet in de topdrie staat van favoriete landen om te werken. Duitsland en de Scandinavische landen staan boven ons.

„Terwijl de bevolkingskrimp in de toekomst toeneemt en we het niet redden met de mensen die aan de zijkant staan. Over vijf jaar zullen arbeidsmigranten in meer sectoren nodig zijn. We zien nu Spanjaarden bijspringen in de zorg. Duitsland kijkt al naar arbeidsmigranten uit niet-EU-landen. Die kant gaan wij ook op.”

Corona en arbeidsmigranten: de keuken delen ze met z’n vijftigen