Gemeente Amsterdam wil corporatiewoningen opkopen

Woningmarkt De gemeente wil met de aankoop van sociale huurwoningen voorkomen dat ze verkocht worden en voor hogere prijzen worden verhuurd.

Luchtfoto van de Dam in Amsterdam.
Luchtfoto van de Dam in Amsterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De gemeente Amsterdam overweegt sociale huurwoningen van corporaties te gaan opkopen om te voorkomen dat ze na verkoop naar de duurdere vrije huursector verdwijnen. Dat schrijft wethouder Laurens Ivens (Wonen, SP) maandag in een brief aan de gemeenteraad. Zo „beschermen we woonruimte in de segmenten waar de woningnood het grootst is”, schrijft Ivens.

Met het plan zou Amsterdam terugkeren naar de tijd van het gemeentelijk woonbedrijf, waarmee gemeenten tot in de jaren 80 betaalbare woningen bouwden en beheerden. Daarna werden die taken overgeheveld naar corporaties.

Lees ook: Rijswijk wil dan maar zelf woningen gaan bouwen

Volgens de gemeente hebben die in de huidige markt te weinig investeringscapaciteit om de groeiende vraag naar betaalbare huurwoningen – in de sociale sector met een maandhuur van maximaal 752 euro – bij te kunnen houden met hun bouwplannen. Tussen 2011 en 2019 is het aantal corporatiewoningen in Amsterdam van 195.000 naar 179.000 afgenomen.

Verhuurderheffing

Grootste obstakel is de verhuurderheffing, waardoor de Amsterdamse corporaties vorig jaar 204 miljoen euro aan belasting moesten betalen. Om toch nieuwe woningen te kunnen bouwen, huizen te kunnen verduurzamen en de huren betaalbaar te kunnen houden, verkopen corporaties een deel van hun (verouderde) bezit. Vaak belanden deze sociale huurwoningen daarna in de koop- of vrije huursector.

Als het Rijk geen maatregelen neemt zoals het afschaffen van die verhuurderheffing, dan moet de gemeente zelf in actie komen, schrijft Ivens. Hij laat nu verder uitzoeken hoe Amsterdam dit zou kunnen doen. Hoeveel woningen Amsterdam zou willen aankopen, weet de wethouder nog niet; in de raadsbrief haalt hij een rekenvoorbeeld met 1.000 woningen per jaar aan, wat met een gemiddelde aankoopprijs van 340.000 euro een investering van 340 miljoen euro zou betekenen. Ivens zou de verhuur en het beheer van de aangekochte woningen aan corporaties willen overlaten.

Verkiezingsthema

De kans is klein dat de landelijke overheid op korte termijn een beslissing gaat nemen over de verhuurderheffing, met de verkiezingen in maart in aantocht. Wel nam de Tweede Kamer vorig jaar een motie aan om de verhuurderheffing af te schaffen of in elk geval te verlagen. Toenmalig minister Stientje van Veldhoven (Wonen en Milieu, D66) liet toen weten dit als een onderwerp voor de volgende kabinetsformatie te zien.

Uit de verkiezingsprogramma’s van de veertien grootste partijen blijkt dat elf partijen willen dat de verhuurderheffing wordt afgeschaft, omgezet in een steunfonds voor corporaties of stevig wordt gekort.