Experts over de coronacommunicatie: 'kijk, hier moest ik heel hard om lachen'

Coronacommunicatie De overheid is nu aan het micromanagen, vinden experts, voorschriften voor talloze situaties. Houd het kort. En gebruik beeld.

De autoriteiten proberen middels billboards, borden en andere beeldmiddelen zoals stickers de coronamaatregelen duidelijk te maken.
De autoriteiten proberen middels billboards, borden en andere beeldmiddelen zoals stickers de coronamaatregelen duidelijk te maken. Foto Bart Maat/ANP

Een nieuwe dinsdag, een nieuwe persconferentie. Het kabinet wil graag perspectief bieden en komt dus met versoepelingen: de scholen gaan open en winkels mogen vanaf volgende week een afhaalpunt hebben. Tegelijk dalen de besmettingen nog niet erg snel. Heeft de politiek nog andere opties om het virus in toom te houden?

Volgens een recent wetenschappelijk artikel in Nature Human Behaviour zijn het niet alleen restricties die het reproductiegetal ‘R’ kunnen verlagen. Ook goede voorlichting kan helpen, omdat mensen zich dan beter aan de maatregelen houden. In Nederland gebeurt al het een en ander. Als communicatiemiddel gebruikt de overheid in de eerste plaats de persconferenties, die door gemiddeld 7 miljoen mensen wordt bekeken. Na afloop bezoeken volgens een woordvoerder van het Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie, veel mensen de website van de Rijksoverheid: „Op de pieken soms wel 4 miljoen.” Daarnaast zijn op radio, tv en sociale media campagnes over thuisblijven, en op onder andere Vice, FunX en Slam! speciale campagnes gericht op jongeren.

De vraag is: werken die voldoende? Of is er nog winst te behalen?

„Mensen moeten weten, willen en kunnen”, zegt Will Tiemeijer, auteur van een notitie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over goede coronacommunicatie. Mensen moeten de regels kennen, gemotiveerd zijn zich eraan te houden en in staat zijn dat te doen. Zelf denkt Tiemeijer dat het met het eerste wel goed zit: „Verreweg de meeste mensen weten wat de basismaatregelen zijn.”

Iets anders is het motiveren. „Daarvoor is het handig kleine tussendoelen te formuleren en om regelmatig duidelijk te maken waarom we het allemaal doen. Daar mag in de persconferenties wel wat meer aandacht aan besteed worden.”

Voorlichting is ‘te summier’

Julia van Weert, hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam, is kritischer. De huidige voorlichting vindt ze te summier. „Het zijn goeie campagnes, maar eigenlijk zijn het er best weinig. Je wil dat burgers er niet omheen kunnen.” Daarvoor wordt nu niet alles uit de kast getrokken. „Ik woon in Amsterdam en krijg bij wijze van spreken om de haverklap brieven van het stadsdeel over afvalbakken die verplaatst worden, maar niet over corona. Terwijl een brief van de burgemeester wel indruk zou maken.”

Het weten en het willen zijn beide onderontwikkeld, als je het Van Weert vraagt. Je kunt mensen beter motiveren zich aan de maatregelen te houden als je de urgentie goed overbrengt. „De communicatie is nu best wel cognitief ingestoken. Er worden veel argumenten genoemd die niet aansluiten bij de belevingswereld van mensen, zoals de IC-capaciteit. Het is belangrijk om mensen emotioneel te raken. Dat kan door ervaringsverhalen van mensen als jij en ik, of juist van celebrities.”

En wat het weten betreft: „Veel mensen begrijpen nog steeds niet goed hoe het virus zich verspreidt. Daardoor snappen ze de achterliggende redenen van de maatregelen niet.”

Lees ook Van expert tot ‘schuldige’: tien maanden crisiscommunicatie bij het RIVM

Drietrapsraket

Dat laatste is ook de zorg van Cecile Janssens, hoogleraar translationele epidemiologie aan Emory University in Atlanta en van huis uit gezondheidspsycholoog. Zij verbaast zich over de Nederlandse communicatiestrategie. Het uitleggen van het coronabeleid zou een drietrapsraket moeten zijn, zegt Janssens. Allereerst moeten mensen begrijpen hoe het virus zich verspreidt. Daarvoor kan het handig zijn om te visualiseren hoe de druppels en aerosolen in het rond zweven en spetteren. „Je zou een video moeten maken waardoor mensen gaan denken: natuurlijk, anderhalve meter afstand.”

Vervolgens moeten mensen de basisregels die hieruit voortvloeien, kennen en begrijpen. Het CDC, het Amerikaanse RIVM, hanteert er drie: afstand houden, mondkapjes dragen en drukte vermijden, zegt Janssens. De andere, meer specifieke regels volgen hieruit, en die vormen de derde trap van de raket.

Op de website van de Rijksoverheid staan de basisregels en de uitwerking in de praktijk kriskras door elkaar, zegt Janssens, die aan de andere kant van de lijn in het rond klikt op de website. „Kijk, hier staat dat je moet thuiswerken. Maar dat is geen basisregel, dat is een oplossing.” Ze klikt verder. „Oh ja, hier is er nog eentje: mijd de spits. Maar dat geldt alleen als je met de trein gaat, want waarom moet je in hemelsnaam in de auto de spits mijden?”

Het is van belang, zegt Janssens, dat mensen zelf gaan nadenken over de logica achter de regels, in plaats van ze blindelings te volgen. „Je moet mensen houvast geven, ook voor situaties waarvoor geen regels bestaan.”

In plaats daarvan is de overheid aan het micromanagen: voor talloze situaties zijn voorschriften gemaakt. „Kijk, hier moest ik heel hard om lachen. ‘In het zwembad hoef je in het water geen masker op’, staat er. Maar er is toch geen hond die eraan denkt om in het water een masker op te zetten?”

En dan is er nog het promotiemateriaal zelf. „Dat is dezelfde chaos”, zegt Janssens. „Kijk je naar de poster van de Rijksoverheid over het coronavirus, dan denk je, op z’n Amerikaans gezegd: TMI. Oftewel, too much information. Dat kun je niet onthouden.” Ook hier geldt: kort en bondig. Een spotje voor het journaal, eentje erna. En billboards, veel billboards, zegt Janssens, met plaatjes en korte teksten. Ook Will Tiemeijer denkt dat beelden kunnen helpen om de boodschap beter te laten hangen. „De communicatie is behoorlijk verbaal, ik heb bij die persconferenties nog geen plaatje gezien.” Of dat dit keer anders is, weten we deze dinsdagavond.