Reportage

Stel dat de zee opeens twee meter stijgt

Aanpassen aan klimaatverandering Als de zeespiegel na 2050 sneller stijgt dan verwacht, wat moet Nederland dan doen? Er zijn drie opties, blijkt uit allerlei plannen. Het land beschermen, zoals nu, een offensieve aanpak, of de economie oostwaarts verleggen.

Een optie is om, zoals nu met waterkeringen als de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg, het land te blijven beschermen.
Een optie is om, zoals nu met waterkeringen als de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg, het land te blijven beschermen. Foto Ruud Taal/ANP

Lang is gedacht dat de stijging van de zeespiegel aan het einde van deze eeuw echt niet meer dan een meter zou bedragen. Maar stel dat het toch meer wordt, misschien twee meter? Han Meyer: „Hoe lang kun je de Nieuwe Waterweg dan blijven uitdiepen om tankers met fossiele brandstoffen naar binnen te laten? Hoe lang hou je dat vol, als door die uitdieping het gevaar van overstromingen door extreem hoog water en het binnendringen van zout water steeds ernstiger wordt?”

Lees ook over hoe Nederland er over 100 jaar bij kan liggen: Een groen land met brede rivieren

Han Meyer is voormalig hoogleraar stedenbouw aan de TU Delft en de belangrijkste auteur van een intrigerend voorstel: een pleidooi om de Nieuwe Waterweg, honderdvijftig jaar geleden aangelegd, ondieper te maken en het water van Rijn en Maas grotendeels een andere kant op te sturen. Dan stroomt niet langer bijna twee derde van het rivierwater via de Nieuwe Waterweg naar zee, maar via het Haringvliet. De sluizen in de dam daar zouden dan alleen bij extreem hoog water worden gesloten. Als er tegelijk sprake is van een stormvloed en veel afvoer van rivierwater, zou het water kunnen worden opgevangen in het Haringvliet en het Volkerak, de Grevelingen en de Oosterschelde.

Betekent dat het einde van de Europoort? „In plaats van een monofunctionele vaarweg kan de Nieuwe Waterweg een multifunctionele riviermonding worden, met ruimte voor zowel op de toekomst gerichte havenontwikkeling als voor meer natuurontwikkeling, meer veiligheid, minder zoutindringing en bijzondere stedelijke milieus”, aldus het rapport dat mede is opgesteld door Ark Natuurontwikkeling in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds.

Meyer zegt: „De Rotterdamse haven bestaat voor een groot deel uit opslag, overslag en verwerking van fossiele brandstoffen. Moet je dat tot in lengte van dagen in stand houden? Ik zou zeggen van niet. Je kunt bovendien niet blijvend grote tankers diep het land in laten varen. Dat is net zoiets als snelwegen aanleggen die tot diep in de stad reiken. Dat moet je niet doen. Laat alle grote schepen buiten de kust aanmeren, zoals nu op de Maasvlakte gebeurt. Ook andere havensteden zoals Hamburg, Londen en Shanghai gaan die richting op.”

Dertien ideeën

Meyers pleidooi is een van de dertien meer of minder uitgewerkte ideeën die worden bestudeerd door deskundigen van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging om te kijken of ze nadere uitwerking verdienen. Dit programma werd anderhalf jaar geleden ingesteld door minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) en Deltacommissaris Peter Glas, de regeringscommissaris die onder andere moet zorgen voor de bescherming tegen het water. Er kwamen steeds meer signalen dat de zeespiegelstijging misschien niet beperkt blijft tot één meter, maar vanaf 2050 kan versnellen, bijvoorbeeld door het smelten van landijs op Antarctica.

„De huidige strategie van Nederland is de kust op z’n plaats te houden door zandsuppleties, en in de zeearmen houden we de zee buiten de deur met dammen en stormvloedkeringen”, legt Jos van Alphen uit, nauw betrokken bij het Kennisprogramma. „Maar wat doe je als de zeespiegel maar blijft stijgen? Dan moet je steeds vaker de stormvloedkeringen sluiten. En waar laat je dan al het rivierwater, dat natuurlijk gewoon door blijft stromen?”

Lees ook: Nederland moet ingrijpend veranderen om zeespiegelstijging op te vangen

Er zijn veel meer plannen om de zeespiegelstijging het hoofd te bieden. Kennisinstituut Deltares heeft de afgelopen jaren maar liefst honderdtachtig plannen verzameld. „Het is belangrijk dat Nederland zich verder voorbereidt op de zeespiegelstijging, ook op een mogelijke sterke versnelling. De verschillende plannen geven inspiratie”, stelt Marjolijn Haasnoot, wetenschapper klimaatadaptatie en water bij de Universiteit Utrecht en kennisinstituut Deltares.

Er zijn grosso modo drie manieren om met deze mogelijke stijging om te gaan, blijkt uit de dertien plannen die nu nader worden beoordeeld. De eerste manier: het huidige vasteland blijven beschermen, met aanpassingen aan het waterbeheer. Hiertoe behoort het idee van Meyer. En ook de „denkrichting” van twintig onderzoekers van Wageningen University & Research: veel meer ruimte voor de rivieren, vooral voor de IJssel, inkrimping van de landbouw, en veel meer water in en rondom groene steden.

Nieuwe kustlijn

Een tweede strategie is de offensieve, zeewaarts gerichte aanpak. Hiertoe behoren plannen om land voor de Hollandse en Zeeuwse kust aan te winnen, of het maken van een nieuwe kustlijn met daartussen ruimte voor waterberging. Ook het idee van oceanograaf Sjoerd Groeskamp van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, past hierbij. Hij stelt voor om zowat heel Noordwest-Europa te beschermen door een dijk te bouwen tussen Frankrijk en Engeland, en tussen Schotland en Noorwegen.

Lees ook: Honderd jaar bouwen aan een dijk rond de Noordzee

De derde strategie is meebewegen met de zee. Anders gezegd: het accent van de economie verleggen van laaggelegen westelijk Nederland naar hoger gelegen delen. En dan bijvoorbeeld, zoals in een plan van TU Delft onderzoeker Geert van der Meulen, de Zuidwestelijke Delta (Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en het westelijk deel van Noord-Brabant) prijsgeven aan de Noordzee en de noordelijke provincies aan de Waddenzee.

De komende weken gaat het Kennisprogramma Zeespiegelstijging kijken op welke punten van de dertien ideeën „nader onderzoek” is gewenst, en op welke momenten in de lange weg naar een hogere zeespiegel de voorgestelde maatregelen ingezet zouden moeten worden.

Of het pleidooi van Meyer een kans maakt? „Ik kan niet beoordelen of dit plan het beste is”, zegt Henk Ovink, watergezant van Nederland bij onder meer de Verenigde Naties. Het principe van meebewegen met de natuur „is heel gezond en past in de Nederlandse traditie”. Hij zegt: „Over de hele wereld zijn rivieren omgebouwd tot kanalen tot meerdere eer en glorie van de economie. Nederland is een van de eerste landen geweest die heeft gezegd: ‘ho wacht eens even, het werkt niet’: je moet een levend organisme als de rivier de ruimte geven om de veiligheid en biodiversiteit en de maatschappelijke waarde ervan te vergroten.”

Andere deskundigen hebben ook al een blik op Meyers ideeën geworpen en „onzekerheden” geformuleerd. Zo is het de vraag of er wel voldoende zand de rivier opkruipt om de vaarweg daadwerkelijk ondieper te maken, stelt onder andere onderzoeker Haasnoot. Ook moeten de consequenties voor de scheepvaart en de landbouw in kaart worden gebracht. En Meyer mag dan wel opperen dat voortaan veel meer rivierwater via de Zuidwestelijke Delta zal worden afgevoerd, maar, vraagt Haasnoot zich af: „Wat betekent dit voor het Haringvliet bijvoorbeeld?”

Ook zal er nog altijd rivierwater door de Nieuwe Waterweg naar zee stromen. Jos van Alphen: „En als die ondieper is, kan het water dan nog wel voldoende over die drempel naar zee? Krijg je dan geen te hoge waterstanden bij de steden?” Trouwens, hoe zorg je dat het rivierwater ter hoogte van Gorinchem de zuidwestelijke richting kiest en Rotterdam rechts laat liggen? „Er zal dan iets van een ingreep moeten komen bij de Merwede.”

Systeem gaat mee tot 2070

De haven van Rotterdam is nog lang niet overtuigd van nut en noodzaak. Het lijkt een woordvoerder „verstandig” om „uiterst voorzichtig” om te gaan met de ligging, diepgang en achterlandverbindingen van de haven. De haven herinnert eraan dat volgens deskundigen het huidige watersysteem tot zeker 2070 mee gaat „ook als de zeespiegelstijging versnelt en extremer uitpakt”.

Het denken over strategieën voor de verre toekomst past in een Nederlandse traditie, stelt watergezant Ovink. „We hebben een waanzinnige rijkdom aan mensen die nadenken over hoe we het Nederlandse watersysteem even robuust kunnen houden als het nu is.”

Lees ook: 2120: een groen land met brede rivieren

Of Nederland land voor de kust moet winnen of juist prijsgeven, of dat iedereen moet verhuizen naar het oosten van het land, is nog lang niet aan de orde. Zulke voornemens moeten vooral passen in een visie, na een brede discussie met onder meer kennisinstituten over de toekomst van een land dat kampt met klimaatverandering, internationalisering, het stikstofdossier en de bedreigde biodiversiteit. Ovink: „Je hebt een verhaal nodig. Zodat je investeringen niet inzet voor reparaties van het verleden, maar voor kansen en onzekerheden in de toekomst. Je kunt je geld maar één keer uitgeven.”

Hij vertelt dat hij een tijdje in de VS heeft gewerkt, na orkaan Sandy in New York (2012) en dat ingenieurs en politici daar in eerste instantie maar één ding wilden: terugbouwen wat er was geweest. „In plaats van even nadenken of die nieuwbouw nog wel goed genoeg zou zijn voor de toekomst. Dat laatste is uiteindelijk gebeurd.”