Reportage

Mathieu van der Poel heeft als veldrijder nu een streepje voor op Wout van Aert

WK veldrijden Mathieu van der Poel won zijn vierde wereldtitel veldrijden, voor zijn Belgische rivaal Wout van Aert. De zege leidde bij de 26-jarige Nederlander niet tot grote emoties, daarvoor ontbrak in Oostende de ambiance.

Mathieu van der Poel is voor de vierde keer wereldkampioen veldrijden.
Mathieu van der Poel is voor de vierde keer wereldkampioen veldrijden.

Door de spijlen van het ijzeren hek dat ter hoogte van het Stedelijk Zwembad van Oostende is neergezet probeert de 72-jarige Henry Bechon over zijn zwarte mondkapje heen een glimp op te vangen van Mathieu van der Poel en Wout van Aert, de twee rivalen die het later op zondagmiddag voor de zoveelste keer tegen elkaar op zullen nemen met als inzet een vierde wereldtitel veldrijden. Op een goed moment gaan ze uit hun ploegbus komen om zich op een hometrainer warm te rijden. En dan staat Bechon klaar, op vijftig meter weliswaar, maar het is tenminste iets. Zo is hij niet helemaal voor niets uit Luik gekomen.

Lees ook: Na drie podiumplaatsen is Lucinda Brand ’s werelds beste veldrijdster

De fanatieke wielerfan had al een hotel geboekt voor dit weekend toen het coronavirus nog met de griep werd vergeleken. Want het beloofde een spektakel te worden, een WK veldrijden in België, de bakermat van de sport. Vijf jaar geleden verdrongen tienduizenden toeschouwers zich op het circuit van Heusden-Zolder en ook in Oostende verwachtte de organisatie op zondag vijftigduizend fans. Maar de pandemie veranderde alles. Toen de Zuid-Afrikaanse variant onlangs in Oostende werd geconstateerd, dreigde het hele evenement niet door te gaan, maar dat bleek vals alarm. Pas vorige week gaf de burgemeester groen licht voor een WK zonder fans maar met uiterst strenge veiligheidsmaatregelen.

Het noordwesten van Oostende lijkt dit weekend wel een conflictgebied. Rondom het drie kilometer lange parcours, dat meandert over een strak gemaaide paardenrenbaan en via een hoge brug naar het mulle zandstrand voert, is een cordon sanitaire van ijzerwerk en agenten opgetrokken dat het voor mensen zonder accreditatie om de nek onmogelijk maakt binnen te dringen. De Koningin Astridlaan in het zuiden van het parcours is alleen bereikbaar via een zwaar bewaakt checkpoint.

Bij de buitengrenzen op het strand staat politie te paard om wandelaars en hardlopers op afstand te houden. Suppoosten in gele hesjes met herdershonden aan hun zijde blazen op een fluitje als iemand per abuis verboden terrein betreedt.

Even verderop is Jannis Opstaele (11) al lang blij dat hij in de verte, achter een dranghek op het strand, het blauwe tricot van zijn held Wout van Aert kan ontwaren, tijdens diens verkenning van het parcours. „Het is beter dan niks”, zegt hij, met naast hem zijn vader Lars (41) en zijn broertje Steffen (9) diep in hun jas weggestoken. „Maar de wedstrijd kan ik vanaf hier niet volgen. Er staan geen schermen. Dus na de start gaan we gauw naar het huis van oma. Op de tv kunnen we het beter zien.”

Zuivere bewegingen

Het is behelpen dit jaar, tijdens de jaarlijkse hoogmis van het veldrijden. Om nog voor iets van ambiance te zorgen heeft een sponsor op de paardenrenbaan een tribune vol kartonnen toeschouwers neergezet waaruit gejuich opstijgt als het startschot heeft geklonken. Het voelt als een slechte parodie op het nepgejuich in voetbalstadions.

Wat overblijft van een volkssport zonder vrolijk uitgedoste fietsliefhebbers en hossende kermisgangers, de geur van bier en worst, zijn de zuivere bewegingen van ’s werelds beste fietscoureurs op hun door zandkorrels jammerende rijwielen, de rochelende tandwielen en krijsende schijfremmen. Zonder ruis hóór je wat het kost om wereldkampioen te worden.

Uiteraard gaan ze meteen aan kop, Van Aert en Van der Poel, heersers van de wielersport. In hun zog verbleekt de concurrentie tot ze er grauw van zien. In de voorbeschouwing heeft Van Aert een streepje voor op zijn rivaal, omdat hij de betere zandrijder zou zijn. Hij is de zwaardere van de twee, krachtiger misschien ook wel. Algemeen wordt aangenomen dat het vermogen dat hij een uur kan wegduwen iets hoger ligt dan dat van zijn Nederlandse evenknie, die het juist moet hebben van een feilloze techniek.

En inderdaad, Van Aert slaat een gaatje in een furieuze openingsronde, die hij uitbouwt als Van der Poel wegglijdt en voorover in de modder duikt. Bij de valpartij is zijn zadel gebroken. Heel even lijkt de wedstrijd dan al voorbij. Maar Van der Poel ‘panikeert’ niet, zou hij later zeggen. Hij voelt zich goed. De race kan zo weer anders zijn. En precies dat gebeurt als Van Aert zijn voorwiel lek rijdt en hij van fiets moet wisselen. Ineens moet híj in de achtervolging, terwijl hij daarnet de race nog controleerde. Van Aert komt tot op drie seconden terug, maar moet in het zand dan een paar keer van zijn fiets af. Hij wil de schade te snel herstellen. En moet dat bekopen. Van binnen knakt er iets. „De lekke band verpestte mijn wedstrijd”, zegt hij na afloop. „Daarna werd het mentaal moeilijk om daar nog overheen te komen.”

Van der Poel begint ondertussen steeds beter door het zand te rijden, maakt amper nog fouten. Als een koorddanser hangt hij dan weer links en dan weer rechts van zijn frame, waar Van Aert stampt, soms zijn grip verliest en dan af moet stappen. „Geconcentreerd blijven nu”, roept vader Adrie van der Poel vanuit de materiaalpost.

Zijn zoon heeft zijn zonnebril afgegooid. Zo kan hij zijn lijnen beter zien. Bij Van Aert hangt het snot in bellen uit zijn neusgaten. Een halve minuut achterstand krijgt hij nooit rechtgetrokken. Mede door een lekke band gaat hij een wereldtitel verliezen. Vier jaar terug was het nog andersom, toen Van der Poel in Luxemburg wel vijf keer plat reed en huilend tweede werd. Dat lot blijft hem nu bespaard. Hij wordt voor de vierde keer wereldkampioen veldrijden. Nog drie en hij heeft het icoon Erik De Vlaeminck geëvenaard, de beste aller tijden.

Bij de afsluitende persconferentie is Van der Poel wat koeltjes. Geen grote emoties, zoals twee jaar geleden in het Deense Bogense. Er was ook geen eresaluut op de streep als vorig jaar in Zwitserland. „Het was anders dit jaar, zo zonder publiek. Ik voelde vooraf ook weinig spanning. Het was een beetje vreemd.” Zijn moeder en vriendin ontbraken, kregen geen accreditatie. Zo streng waren de regels. Er bleef niemand over om het feestje mee te vieren.

Bij veldrijden hoort nu eenmaal publiek. Zeker in België.