Felienne Hermans: „Vaak denken mensen dat ik zelf een rolmodel ben omdat ik vrouw ben. Maar eigenlijk ben ik meer een voorbeeld van een klassieke computernerd.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘De bestorming van het Capitool is ook software’

Felienne Hermans | computerwetenschapper Alle kinderen moeten leren programmeren, omdat de wereld door software wordt beheerst. „Dat hoort bij burgerschap.”

Vlak voor Kerst kreeg Felienne Hermans te horen dat een klein stukje van haar promotiewerk geïmplementeerd is in Microsoft Excel. „Wereldwijd gebruiken 750 miljoen mensen Excel”, zegt ze in een Skype-interview, „Supercool! Een onderdeel van een formule die je vaak in Excel gebruikt, kun je nu een naam geven in plaats van dat je het steeds opnieuw moet intypen. Zo kun je bijvoorbeeld de naam btw geven aan een vermenigvuldiging met 0,21, voor het btw-tarief van 21 procent.”

Op donderdag 21 januari werd ook nog eens bekend dat Hermans de Nederlandse Prijs voor ICT-onderzoek 2021 heeft gewonnen. Ze ontvangt een oorkonde, een sculptuur en een geldbedrag van 50.000 euro dat ze mag besteden aan haar onderzoek. Hermans is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden en gespecialiseerd in programmeren voor kinderen.

Waar ben je trots op?

„Drie dingen. Allereerst het stukje van mijn promotiewerk dat nu in Microsoft Excel zit. Daarnaast denk ik mee in een commissie die bepaalt welke nieuwe eigenschappen in de programmeertaal JavaScript terechtkomen. Dat is de taal waarin de meeste websites zijn geschreven. En het derde is dat ik een eigen programmeertaal voor kinderen heb ontwikkeld: Hedy. Hedy werd vorig jaar maart gelanceerd in het Nederlands en Engels, en is open source. Sindsdien zijn er al meer dan 130.000 programma’s in geschreven en enkele enthousiastelingen hebben Hedy zelfs vertaald in het Frans, Portugees en Spaans.”

Kinderen rond een jaar of twaalf willen niet meer werken in een speelgoedtaal als Scratch

Wat is het bijzondere aan Hedy?

„Hedy is gebaseerd op de laatste inzichten over wat we weten over hoe kinderen leren. Hedy vormt een brug tussen de programmeertalen Scratch en Python. Scratch is een programmeertaal die met blokken werkt, speciaal gemaakt voor jonge kinderen. Python is een van de meeste gebruikte programmeertalen ter wereld.

„We zien echter in de praktijk dat kinderen rond een jaar of twaalf niet meer willen werken in een speelgoedtaal als Scratch. Die willen programmeren in een serieuze teksttaal. Alleen is de overgang voor veel kinderen te groot. Ineens moeten ze gaan nadenken hoe ze punten, komma’s en haakjes op de goede plek zetten, want anders begrijpt de computer niet wat ze willen. Velen haken dan af.”

Hoe heb je dat opgelost?

„De kern van mijn onderzoek is hoe je de balans vindt tussen een programmeertaal die krachtig is en een programmeertaal die begrijpelijk is. In Hedy leren kinderen niet alle grammaticale regels tegelijk, maar gradueel. Het laagste niveau heeft weinig regels zodat kinderen rustig kunnen wennen. Elk hoger niveau kent iets meer regels. Er komen aanhalingstekens bij of haakjes. Het eind van Hedy is het begin van Python. Hedy ziet er leuk en makkelijk uit, maar om het te bouwen was een grote technische uitdaging. Niemand had zo’n graduele programmeertaal ooit eerder gebouwd.”

Wat voor meisjes geldt, geldt eigenlijk voor diversiteit in brede zin: die moet echt omhoog

Waarom is het belangrijk dat kinderen leren programmeren?

Software is eating the world. Kijk naar het achtuurjournaal en je ziet software, software, software. Neem de bestorming van het Capitool. Dan gaat het al snel over de rol van sociale media: de tweets van Trump, fake news via Facebook, bestormers die zich via Parler organiseerden. En dan hoor je beweringen als: we kunnen Trump niet blokkeren op Twitter, of: je krijgt haattaal niet van platforms af. Is dat echt waar? Wat is er wel en niet mogelijk met algoritmen? Hoe moeilijk is het om een alternatief Twitter te bouwen? Als je dat soort vragen wilt begrijpen, dan moet je iets van programmeren weten. En kinderen in groep 7 of 8 kunnen dat al leren. Dat hoort bij burgerschap.”

En jij zet je ook in om meer meisjes en vrouwen aan het programmeren te krijgen…

„Dat is voor mij de tweede reden om kinderen te leren programmeren. In Nederland is maar 9 procent van de informaticastudenten vrouw. Dat is bedroevend laag. Een van de redenen is dat informatica op de middelbare school een bovenbouwvak is. En ongeveer de helft van de basisscholen doet er iets mee.

„Maar als je pas op 15-jarige leeftijd de keuze krijgt om informatica als vak te kiezen, dan is dat voor de meeste meisjes al te laat. Die hebben dan al lang gehoord: dat is niks voor jou. Stereotypes zijn nog steeds zo sterk aanwezig. Daarom is de basisschool de logische plek om te beginnen. En wat voor meisjes geldt, geldt eigenlijk voor diversiteit in brede zin: die moet echt omhoog in de informatica.”

Had jij rolmodellen?

„Nee, eigenlijk niet. Vaak denken mensen dat ik zelf een rolmodel ben omdat ik vrouw ben. Maar eigenlijk ben ik meer een voorbeeld van een klassieke computernerd. Vanaf het moment dat er een computer bij ons in huis was, wilde ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds met de computer bezig zijn. Programmeren, de computer uit elkaar schroeven en weer in elkaar zetten, nieuwe soundblasters erin, extra geheugen inbouwen.”

Lang dacht men dat programmeren meer verwant is aan rekenen dan aan taal

Nooit getwijfeld wat je wilde studeren?

„Nou, dat wel, zelfs tot vlak voor het eerste studiejaar begon. Ik zei vroeger: ik wil programmeur worden én cabaretier én schrijver. Ik deed aan schooltoneel, ik vond optreden leuk en ik zat in een jazzband van school. Achteraf gezien gaf in mijn studiekeuze het beroepsperspectief toch de doorslag. Als je programmeur bent, kun je makkelijk op zaterdag nog aan toneel doen, maar andersom is moeilijker. Net vóór de coronacrisis gaf ik in St. Louis in de VS een lezing voor drieduizend mensen in een groot theater. Heerlijk. Grapjes maken op het podium, spelen met emotie. Dat heb ik kennelijk toch ook in me.”

Hoe zie je de toekomst van je onderzoeksgebied?

„Er komt meer en meer bewustzijn voor de cognitieve kant van programmeren. In Duitsland heeft Janet Siegmund programmeurs in een fMRI-scanner geschoven om te bestuderen wat er tijdens het programmeren in hun brein gebeurt. Lang dacht men dat programmeren meer verwant is aan rekenen dan aan taal. Vorig jaar verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature een artikel dat liet zien dat hoe goed je bent in het leren van programmeren sterk correleert met hoe goed je bent in het leren van een gewone taal. Dat is echt een omwenteling in het denken over het leren programmeren.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.