Analyse

Wéér een crisis die Nederland niet in de agenda kon zetten

Crisismanagement De straatrellen deze week leggen net als corona de moeizame omgang met het onverwachte bloot. „Tijdig overschakelen van routine naar crisismodus lukt niet.”

Het stadhuis van Rotterdam onder avondklokregime.

Het stadhuis van Rotterdam onder avondklokregime.

Foto Annabel Oosteweeghel

De rellen rond de avondklok in Nederlandse steden, die een Duitse krant verleidden om het woord ‘Bürgerkrieg’ op de voorpagina te zetten, leken na een paar dagen geluwd. Arrestaties, snelrecht, in beslag genomen auto’s en de wetenschap dat de politie meeleest in je chatgroep hebben daarbij waarschijnlijk geholpen. En het „Wij blijven paraat staan” van de Bossche voetbalsupporters klonk weliswaar meer naar het „Stand back and stand-by” van de Proud Boys dan naar de participatiesamenleving, maar ook daarvan ging mogelijk een ontmoedigende werking uit. De „eencellige” – dixit John Jorritsma, burgemeester van Eindhoven, die ook als eerste van „burgeroorlog” sprak – blijkt een calculerende burger.

De andere crisis bleef intussen zijn vertrouwde zelf: die van de besmettingen die ondanks lockdown en avondklok niet snel dalen en van het vaccineren dat maar niet echt uit de startblokken komt. Alle EU-landen, op één na, vaccineren sneller en meer, maar de chef van het Rijksvaccinatieprogramma, Jaap van Delden, zei monter dat het na een „voorzichtige start” nu „voorspoedig” gaat. Nederland „trekt een been bij”, beaamde minister De Jonge vrijdag.

De Europese dimensie werd deze week wel ingewikkelder nu Pfizer en AstraZeneca met productieproblemen kampen, die Brussel bij de laatste ziet als kwade wil.

De ene Nederlandse crisis móést die andere wel baren, klonk het deze week ook. De overheid van de avondklok is immers ook die van de Toeslagenaffaire en de minister van Justitie met een eigen coronamoraal.

Premier Rutte had geen zin de twee te verbinden, via wat hij noemde „sociologische verklaringen”, voor geweld dat zuiver crimineel was. De ‘straat’, althans de aardige jongens die de NOS daarover in Rotterdam bevroeg, leken het met hem eens. „Ik denk dat de avondklok een smoes is, want je gaat niet de boel lopen plunderen omdat je om negen uur niet naar buiten mag”, zei één van hen.

Effectieve respons

Toch zijn beide crises best onder één noemer te brengen, denkt Arjen Boin, hoogleraar aan de Universiteit Leiden gespecialiseerd in crisismanagement. „Ze tonen het onvermogen van de staat om te leveren: gezag en orde in het geval van de rellen, en een effectieve respons in de coronacrisis.”

Volgens Boin, co-auteur van Covid-19: Een analyse van de nationale crisisrespons, heeft dat een heldere oorzaak: „Het lukt de staat maar niet om op het goede moment over te schakelen van routine naar crisismodus.”

Een risicowedstrijd in het voetbal of rellen op oudjaar kun je in je agenda zetten, zegt hij. „Maar als het onverwacht gebeurt, in meerdere steden en met meer geweld, dan kunnen we het er kennelijk niet bij hebben. Het probleem is niet dat de boel niet meteen onder controle is, dat begrijpt iedereen wel, maar dat de plunderingen er überhaupt zijn geweest. We schalen wel op, maar niet voortijdig.”

De neiging zaken te decentraliseren is tijdens een crisis „hopeloos”

Op zulke momenten is er een „centralistische impuls” nodig, maar die komt er niet, of half, of te laat, omdat Nederland „horizontaal georganiseerd” blijft. „De nationale politie is alleen maar nationaal in schijn, in feite is het een regionale organisatie. Datzelfde zie je bij de volksgezondheid, waar [het ministerie van] VWS alleen nominaal aan de top staat.”

Foute gok

De vaccinatiecrisis is volgens hem deels het gevolg van de gok die Nederland heeft genomen door vol in te zetten op het systeem voor de griepprik via de huisarts. Nederland hoopte het te gebruiken voor het relatief goedkope en makkelijk toe te dienen AstraZeneca-vaccin, maar het bleek ongeschikt voor het Pfizer-vaccin dat eerder beschikbaar was. Toen moest het roer alsnog om, maar ook daarbij volgde „geklungel”. Zie de praktijk om elke bewoner van een verpleeghuis door een andere persoon, op een ander tijdstip en een andere plaats te laten vaccineren. „Alsof de postbode al zijn post op alfabet rondbrengt, in plaats van op postcode”, verzuchtte een huisarts. „Artsen, GGD’ers, verpleegkundigen staan te springen om te vaccineren.” Burgers willen het ook, net als (naar het schijnt) het kabinet. „Maar er zit een dikke laag Kafka tussen.”

Zo voegt het stroperige vaccineren zich bij het lijstje met het gedraai over mondkapjes, het gebrek aan testcapaciteit en vervolgens aan laboratoria, en het niet écht zien aankomen van de tweede golf. Daar komt de neiging van minister De Jonge bij om voortdurend „te verdoezelen wat er aan de hand is”, zegt Boin. Traag vaccineren? Nee, we gaan juist „zorgvuldig” te werk. „Dat is amateuristische crisiscommunicatie bovenop gebrekkig crisismanagement.”

Nederland kijkt – met andere Europese landen – nu met jaloezie naar de imposante Britse vaccinatiecijfers. Dat land is vanouds „beter in improviseren dan organiseren”, noteerde de correspondent van de Volkskrant. Ook anderen legden een verband tussen traagheid en landsaard. Wouter Dewulf, de Antwerpse hoogleraar en adviseur vaccinlogistiek, zag in de late start hier een „gebrek aan ‘bricolerend’ vermogen”. Nederlanders willen „een strak plan, alles afstemmen, polderen. Je moet natuurlijk een beetje een can-do-mentaliteit hebben”, zei Dewulf.

En Matt Steinglass, die schrijft voor The Economist, zag iets soortgelijks: „De Nederlandse overheid heeft de tendens om zaken te decentraliseren” en op te splitsen via „expertorganisaties die geen uitvoerende macht hebben”. OMT, GGD, RIVM: „Het werkt bij langlopende processen maar is „hopeloos in een crisis”.

Lees ook: Niets te doen voor de flexwerkers van de GGD

Sneeuwvlokje

Wat onder normale omstandigheden een logistiek wonderland is, waar alle ketens en processen ragfijn op elkaar zijn afgestemd, hapert bij een niet al te grote schok. Denk ook: Utrecht Centraal dat uitvalt bij het eerste sneeuwvlokje. Dan blijkt dat je misschien geen Ferrari-raspaardje nodig hebt maar een robuust ezeltje, een Land Rover die niet maalt om een kuil in de weg.

Je kunt er Charles Perrow op loslaten over wat hij in 1984 ‘normal accidents’ noemde. Complexe systemen – de Amerikaanse socioloog onderzocht onder meer kerncentrales – geven meervoudige onverwachte problemen, die per definitie niet zijn te voorspellen. Enige remedie: simpeler ontwerpen.

Je kunt ook zeggen dat dat een omslachtige formulering is voor de Wet van Murphy: Anything that can go wrong, will go wrong. Kennelijk geldt dat zelfs voor wat Nederland wél kon voorzien. Want hoe moeilijk is het om de exportfunctie voor BSN-nummers in de GGD-systemen uit te vinken?