Frank Paauw Foto Bart Maat/ANP

Interview

‘Politiegeweld ziet er nooit mooi uit’

Frank Paauw politiechef Amsterdam

De politie heeft te maken met een nieuwe „kwaadaardige” houding bij coronademonstranten, zegt politiechef Frank Paauw.

Het liefst was Frank Paauw zelf naar het Museumplein gegaan. Maar hij zat twee zondagen de hele middag vast op het Amsterdamse politiebureau, samen met burgemeester Femke Halsema en hoofdofficier van justitie René de Beukelaer. Terwijl een kilometer verderop een verboden demonstratie tegen de coronamaatregelen twee keer lelijk uit de hand liep, moest de ‘veiligheidsdriehoek’ de cruciale beslissingen nemen. Wordt de demonstratie ontbonden? Wanneer komt de ME in actie? Zetten we de waterwerper in? Paauw: „Dat kunnen we alleen samen beslissen.”

Behalve politiechef in Amsterdam is Paauw ook landelijk verantwoordelijk voor het beleid en de organisatie van de Mobiele Eenheid. Hij heeft decennialange ervaring met rellen, grootschalige inzet en geweld bij politieoptredens. Maar wat zijn dienders op dit moment overkomt bij anti-coronademonstraties, zegt hij, is écht nieuw – en lastig te bestrijden.

De groep demonstranten is een hybride gezelschap, zegt Paauw, van „flowerpower-types”, via corona- en vaccinatiesceptici tot een kleine maar bepalende groep die bereid is geweld te gebruiken – en zich daar ook op voorbereidt.

Lees ook: De harde kern mag de politie wel helpen, maar liever niet té hard

Ook nieuw is volgens Paauw de bereidheid van sommige demonstranten om het politieoptreden in een kwaad daglicht te stellen. Zo ziet hij een „fixatie” op individuele politiemensen, van wie demonstranten via sociale media de identiteit proberen te achterhalen. Ook doet er veelvuldig nepnieuws de ronde, zo zegt hij, om te suggereren dat het de politie zelf is die de rellen begint. „Politiegeweld ziet er nooit mooi uit”, zegt Paauw. „Maar om te suggereren dat wij moedwillig rellen laten escaleren is ronduit kwaadaardig.” Hij ziet dat niet alleen in Amsterdam, het gebeurt overal. „In Eindhoven deed een demonstrant alsof hij werd overreden door een bus. Ongelooflijk toch?”

Qua avondklokrellen bleef Amsterdam deze week het ergste bespaard. Hoewel in twee wijken de ME moest worden ingezet, viel het geweld in de hoofdstad mee in vergelijking met Den Bosch en Rotterdam. Paauw wil hier „niet zelfgenoegzaam over doen” want het kan volgende week weer anders zijn. Kern van de zaak is dat dankzij een forse aanwezigheid van de politie en acties van buurtbewoners „de groep goedwillenden op straat groter is geweest dan de groep relschoppers”, aldus Paauw. „Het is veel makkelijker om stenen te gooien naar de ME dan naar buurtvaders of jongerenwerkers, mensen die je kent en morgen weer tegen komt.”

Maar aan het Museumplein heeft de politie nu al twee weken een zware dobber – en het kan deze zondag zomaar wéér mis gaan. Het verschil met de avondklokrellen is dat er veel mensen van buiten naar het Museumplein komen, zegt Paauw. „Van de 330 arrestanten die we rond het Museum- plein hebben aangehouden, woont twee derde niet in Amsterdam.”

Die relschoppers, zegt Paauw, „zijn veelal blanke mannen die niet met een rollator het veld op komen, die bereid zijn te vechten.” Ze hebben vechthandschoenen bij zich, zwaar vuurwerk, lange wapenstokken en in één geval een ploertendoder. „We zien mensen die gelieerd zijn aan extreem-rechtse clubs, hooligans. De vredelievende demonstranten laten zich gebruiken als schild.”

Hoe gaat de politie om met mensen als Michel Reijinga, de initiatiefnemer van Nederland in Verzet, die iedere week „een kopje koffie” gaat drinken op het Museumplein?

„Ik ken de man niet persoonlijk, maar hij speelt natuurlijk de vermoorde onschuld. Hij roept mensen wel degelijk op om naar het Museumplein te komen. Je kunt niet zeggen: zondag ga ik weer koffie drinken, wetende dat er een hele schare mensen is die jou volgt, en dan zeggen: ik heb hier niets mee te maken.”

Hij stipt wel een gevoelig punt aan. Hij zegt dat de politie het grondrecht om te demonstreren inperkt.

„Ja, maar is een grondrecht gekoppeld aan een locatie? Grondrechten zijn heilig, maar door corona worden ze op allerlei vlakken ingeperkt. Als mensen de Covid-19-regels willen naleven dan kunnen ze demonstreren, onder voorwaarden. Maar de meeste demonstranten hadden daar de afgelopen zondagen echt maling aan. Huggen, hand in hand in een hartenvorm. Dan kan de driehoek niets anders doen dan zo’n demonstratie ontbinden. Je kunt moeilijk tegen 1.500 man zeggen: ga maar twee uur gewoon te dicht op elkaar staan.”

Lees ook: Schade rellen niet makkelijk te verhalen

Maar dat mocht op wél op 1 juni op de Dam, zeggen die demonstranten dan. Met nog veel méér betogers.

„Dat is een gekke redenering. Over de Black Lives Matter-demonstratie hebben we gezegd: dat hebben we niet goed gedaan, dat was een fout. Dan kun je moeilijk van ons verwachten dat we die fout herhalen.”

De ME en de arrestatie-eenheden maken in deze tijden „het verschil tussen een normale maatschappij en chaos en anarchie”, zegt Paauw. Hij wil graag benadrukken dat hij een nieuwe „kwaadaardigheid” bespeurt in de houding van sommige demonstranten ten opzichte van zijn dienders. „Ze maken foto’s en filmpjes en proberen via sociale media te achterhalen wie ze zijn, waar ze wonen, wat hun gezinssituatie is. Om hen persoonlijk lastig te vallen en soms zelfs te bedreigen.”

Veel is er te doen geweest over de rol van de zogenoemde Romeo’s, de call name van arrestatieeenheden van de ME die in burger aanwezig zijn bij demonstraties. „Romeo is de korte bijnaam die tijdens de inzet wordt gebruikt. De waterwerper wordt Whiskey genoemd en Papa is de paardeneenheid. De namen moeten misverstanden voorkomen in het heetst van de strijd”, aldus Paauw. „Daar zit verder niks geheimzinnigs achter.” Paauw stoort zich in hoge mate aan „de waanzinnige verhalen” die er nu over Romeo’s gaan. „Zij zijn er om aanstichters van geweld aan te houden zodat goedwillende demonstranten hun recht kunnen uitoefenen. Maar ze worden nu doelbewust weggezet als mensen die geweld zouden aanjagen. Dat ís niet waar.”

Wat hem ook opvalt, zegt Paauw, is de bereidheid van „mensen aan de andere kant van de linies” om „de meest waanzinnige dingen te verzinnen om deze dienders in een kwaad daglicht te stellen”.

„Neem het filmpje van ‘demo Arie’, een oudere man met een bebloed hoofd bij wie het lijkt alsof hij geslagen is door de bereden politie. Wij hebben een filmpje waarop je ziet dat hij eerder fysiek geweld toepast op een ME’er en daarbij een klap krijgt. Maar het wordt geframed als: kijk eens, zielige oude man die is geslagen door de politie.”

„Er gaan verhalen rond dat een vrouw haar ongeboren kind zou hebben verloren door de klap van een ME’er. We hebben alle ziekenhuizen afgebeld en hebben daar niets over kunnen vinden. Je moet wel redelijk ziek zijn in je hoofd om dit op het conto van de politie te schrijven.”

„We hebben zelfs een oproep gezien om met kinderwagens naar het Museumplein te komen, er een pop in te stoppen en die voor de bereden politie te gooien. Zodat je beelden krijgt van vertrapte kinderwagens.”

De eerste relschoppers kregen de afgelopen dagen al straffen opgelegd via het snelrecht. Justitie en politie doen er alles aan, zegt Paauw, om iedereen die betrokken is bij geweld te laten „binnenkomen” – politiejargon voor een arrestatie. „Het is niet de vraag of maar wanneer je voor de rechter moet komen.”

Denkt u niet dat de situatie verder escaleert door zo’n harde aanpak?

„We doen alles om in gesprek te blijven en mensen op andere gedachten te brengen. Maar als je geweld pleegt halen we je op. Dat is de grens.”

Wat vindt u van de voetbalsupporters die in sommige steden meehielpen de orde te handhaven?

„Ik zie principieel weinig verschil tusen voetbalsupporters en buurtvaders die de politie helpen bij het voorkomen van rellen. Maar ze moeten zich aan dezelfde regels houden als demonstranten – afstand houden, de avondklok – en moeten te allen tijde luisteren naar de politie. Alleen wij hebben het gezag op straat, daar mag geen twijfel over zijn.”

Paauw beaamt dat de Nederlandse politieaanpak – lang waarschuwen, in gesprek blijven, pas in uiterste instantie ingrijpen – door de coronacrisis op de proef wordt gesteld. „Omdat we fysiek contact zo veel mogelijk proberen te vermijden is het bijvoorbeeld moeilijker om groepen te verwijderen die met de armen ingehaakt op de grond zitten. We moeten dus soms sneller ingrijpen dan we zouden willen.”

Het liefst zou Paauw preventief willen ingrijpen tegen groepen raddraaiers. „Maar dat moet wettelijk wel kunnen.” Dat geldt ook voor mensen die de boel aanjagen maar zich wel aan de wet houden. „Wij doen dan een beroep op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar als ze toch gaan demonstreren en een verbod negeren, moeten we optreden. Die politie-inzet kostte alleen al in Amsterdam een half miljoen euro per weekend, los van de schade op straat. Het is niet anders.”