‘Onze moestuin in de weilanden is therapeutisch’

Spitsuur Karlijn Overeem (44) is huisarts, haar man Kristof Franse (40) werkt voor de GGD. Tussen vijf en zeven bouwen ze rust in, ook voor hun tweeling van acht. „We liggen om tien uur in de mand, dat helpt ook.”

Karlijn: „Ik kom soms thuis met een dichtgeknoopte plastic zak met een jas, een faceshield en handschoenen na een bezoek aan een coronapatiënt.Kristof: „Laatst heb ik er een foto van gemaakt, zodat ik later nog weet hoe het was.”
Karlijn: „Ik kom soms thuis met een dichtgeknoopte plastic zak met een jas, een faceshield en handschoenen na een bezoek aan een coronapatiënt.Kristof: „Laatst heb ik er een foto van gemaakt, zodat ik later nog weet hoe het was.” Foto David Galjaard

Kristof: „Mads komt ons altijd wakker maken om 7.00 uur.”

Karlijn: „We ontbijten samen. De kinderen smeren nu zelf hun brood. We moeten ze alleen nog wel aansturen: poets je tanden, trek je schoenen aan.”

Kristof: „Gelukkig zijn ze al acht.”

Karlijn: „De ochtendspits is wel relaxter door corona.”

Kristof: „Voor de pandemie bracht ik eerst de kinderen naar school en pakte ik daarna de trein naar Utrecht, dan was ik om kwart over negen op kantoor. Nu breng ik eerst de kinderen weg en dan ga ik snel weer naar huis omdat ik vaak om half negen mijn eerste meeting heb. Dat is ook best een poos om acht uur geweest, dan zat ik met twee oortjes in op de fiets te bellen terwijl ik de kinderen naar school bracht. Het was niet handig, maar mijn collega’s moeten ook door kunnen met hun werk.”

Karlijn: „Ik werk drie dagen in de praktijk, van acht tot half zes. Ik zie mensen tijdens spreekuur en leg huisbezoeken af.”

Kristof: „Sinds februari werk ik non-stop thuis. In coronatijd zijn wij een belangrijk aanspreekpunt voor de overheid die taken neerlegt bij de GGD, zoals testen en bron- en contactonderzoek. Normaal bestaat mijn team uit zeven mensen, nu zijn het er vijfentwintig.”

Karlijn: „Tijdens de eerste lockdown heeft mijn collega me geholpen zodat ik later kon beginnen. In plaats van 8.00 uur begon ik dan om 10.00 uur, zodat ik eerst schoolwerk met de kinderen kon doen.”

Kristof: „Afgelopen jaar zijn ze veel zelfstandiger geworden.”

Karlijn: „In maart heb ik ze al een telefoon gegeven zodat ze daarmee met oma konden facetimen voor hun huiswerk. Mijn moeder kon inloggen bij Google Classroom en al het werk wat zij moesten doen inzien.”

Kristof: „De oma’s namen de begeleiding voor een deel over. Als je zelf continu aan het bellen bent, is het best lastig om ook nog je kinderen te begeleiden. Je gaat zoeken naar creatieve oplossingen.”

Mondkapje niet goed afgedaan

Karlijn: „Ik kom regelmatig thuis met een achterbak met een dichtgeknoopte plastic zak met een jas, een faceshield en handschoenen na een bezoek aan een coronapatiënt. ‘Doe maar weg, doe maar weg’, riep Kristof in het begin.”

Kristof: „Laatst heb ik er een foto van gemaakt, zodat ik later nog weet hoe het was.”

Karlijn: „Bij de eerste golf heeft hij de auto weleens gepoetst en het stuur schoongemaakt als ik thuiskwam. Ik merk zelf dat ik er nu wat rustiger onder ben. In het begin dacht ik een paar keer: ‘Shit, ik heb mijn mondkapje niet goed afgedaan.’ Of ik besefte dat ik zonder volledige bescherming voor mensen met misselijkheidsklachten of diarree had gestaan, die later toch corona bleken te hebben gehad.”

Kristof: „Ik weet niet hoe vaak we de dagen hebben geteld: ‘Ok, we zijn tien dagen verder, we zijn safe.’”

Karlijn: „Maar je kan niet blijven werken met die angst. Het kan gebeuren dat ik het krijg, ik heb die angst meer losgelaten. Wat ik echt heel naar vond in het begin is om een patiënt te moeten vertellen dat hij of zij corona heeft. De familie was vaak compleet in paniek. Oude mensen moest ik vragen of ze nog naar het ziekenhuis wilden. Dan moesten ze hun spullen pakken en alleen in de ambulance.”

Kristof: „Wat ik knap vind van Karlijn is dat ze naar allerlei patiënten met corona toerijdt en daar zorg verleent. Ik heb het idee dat je nu veel meer huisbezoeken aflegt.”

Karlijn: „Er is een toename in het aantal depressies. Er zijn wachtlijsten bij de psychiatrie en de reguliere zorg is opgeschort. Die mensen krijg ik nu ook op mijn spreekuur, net als eenzame mensen die niemand meer hebben. Ik ga dan zelf maar veel langs. Zo verschuift mijn rol als huisarts wel.”

Kristof: „Ik ben de hele dag aan het bellen. ‘Papa, zit je weer in een meeting’, zegt onze dochter dan. Dat is heel schattig, maar het drukt je ook wel met je neus op de feiten. Maar ja, ik heb een groot team waarmee ik de hele dag contact heb online en dan zijn er nog de Zoom-meetings met GGD’s, het ministerie of het RIVM. Als ik een belafspraak heb, ga ik soms wandelen, dan ben ik lekker een uur buiten.”

Karlijn: „Door corona ben ik meer gaan sporten om beter met de nare kanten van mijn werk om te gaan. Ik ga elke dag naar buiten, wandelen, dat helpt me heel goed.”

Kristof: „Tussen vijf en zeven probeer ik wat rust in te bouwen en even te koken. Daarna moet ik meestal toch wel weer aan het werk al probeer ik ook op tijd te gaan slapen en vooral te sporten, anders houd ik het niet vol.”

Karlijn: „Ik loop twee keer per week hard in het bos tijdens de atletiekles van mijn dochter.”

Kristof: „Ik bootcamp met een maatje buiten, op woensdagavond en zondagochtend. Als ik een uur heb gesport, dan is mijn hoofd weer leeg en kan ik weer door.”

Karlijn: „We liggen om tien uur in de mand, dat helpt ook.”

Kristof: „Wat ook echt therapeutisch is: we hebben een moestuin midden in de weilanden. Ik ga vaak op donderdag, op papier mijn vrije middag. Ik merk dat het voor mij een plek is waar ik echt tot rust kom. Het leuke is: er zitten allerlei oude bazen die al honderd jaar een moestuin hebben en je van advies willen voorzien. Die geven je allemaal plantjes. We hebben dit jaar boontjes geoogst.”

Karlijn: „Die waren echt lekker. En courgette. We eindigen de dag in de woonkamer. Ik lees de krant of doe yoga voor de open haard. Jij maakt altijd nog thee en yoghurt voor mij.”

Kristof: „Heel soms kijken we Netflix, maar we zijn geen bingewatchers.”