Opinie

Is de wetenschap terug?

Column Na het wanbeleid van Donald Trump heeft zijn opvolger weer aandacht voor de wetenschap. Hoe betrouwbaar zijn de VS nog, vraagt Robbert Dijkgraaf zich af.

Robbert Dijkgraaf

Science is back, zo klinkt het hier in de Verenigde Staten. President Joe Biden heeft zijn wetenschappelijke adviseurs benoemd, een dream team geleid door de bioloog Eric Lander, bekend van het humane genoomproject. Voor het eerst in de geschiedenis maakt de presidentiële adviseur ook deel uit van het kabinet. Amerika heeft nu dus een minister van wetenschap en technologie (hint). Zijn plaatsvervanger is mijn directe collega, de sociologe Alondra Nelson, die de relatie tussen medische technologie en maatschappelijke rechtvaardigheid bestudeert. De externe adviesraad wordt geleid door twee andere vrouwen, Nobelprijswinnaar voor scheikunde Frances Arnold en ruimteonderzoeker Maria Zuber.

Het is een opluchting om eindelijk weer bekwame experts aan het roer te zien staan binnen de regering en de ambtelijke top. Het Amerikaanse systeem kent zo’n vierduizend politieke benoemingen. Iedere presidentswisseling brengt een levendige uitwisseling tussen universiteiten en overheid. Maar voordat we ons verheugen op dit nieuwe elan, is het goed terug te kijken op de puinhopen van Trump. Wat is de schade van vier jaar verwaarlozing en misleiding?

Allereerst zagen we de totale ontmanteling van het wetenschappelijke advies in het Witte Huis. Het bureau werd meer dan gehalveerd. De positie van presidentieel adviseur werd in rang verlaagd en pas na anderhalf jaar gevuld door Kelvin Droegemeier, een gezeglijke meteoroloog uit de ‘rode’ staat Oklahoma. Hij werd persoonlijk vernederd toen Trump met een dikke viltstift zelf de koers van een orkaan bijstelde. Tijdens de pandemie was hij volledig onzichtbaar. Alleen viroloog Anthony Fauci wist met zijn persoonlijke inzet en moed, ondanks alle ruis en kabaal, de wetenschap een heldere stem te geven.

Desastreuze gevolgen

Ook de expertise in de vakdepartementen werd stelselmatig gesloopt. Het milieuministerie EPA raakte totaal gedemoraliseerd, wat leidde tot een leegloop van onderzoekers. Ook bij de CDC, het Amerikaanse RIVM, verdween veel kennis en zelfvertrouwen, met desastreuze gevolgen tijdens de coronacrisis. Er was ook ronduit censuur; in officiële communicatie was iedere verwijzing naar klimaat taboe.

De regering ontmoedigde actief de kennismigratie, toch de brandstof van de Amerikaanse economische motor, met de ‘moslimban’, het pauzeren van visa en het agressieve beleid gericht tegen Chinese studenten en gastonderzoekers. Trump wakkerde de Koude Oorlog met China aan rondom sleuteltechnologieën als genetische manipulatie, quantumcomputers en kunstmatige intelligentie. Amerika trok zich terug uit internationale samenwerkingsverbanden als het Parijse klimaatakkoord en de WHO. Het machtigste wetenschapsland verdween vier jaar lang van de kaart.

Opvallend genoeg stegen de onderzoeksgelden onder Trump sneller dan tijdens de tweede termijn van Obama. Het budget van de National Institutes of Health groeide met 33 procent tot bijna 43 miljard dollar. Het energieonderzoek steeg zo’n 30 procent, en ook NASA en NSF, het Amerikaanse NWO, zagen een behoorlijke toename van middelen. Deze groei was te danken aan het Congres, dat jaarlijks de budgetten bepaalt.

Speelbal van VS of China

Maar nu wordt dus alles anders. Veel maatregelen kunnen gelukkig onmiddellijk worden teruggedraaid via presidentiële besluiten, de zogeheten executive orders. Op zijn eerste dag sloot Biden zich weer aan bij het Parijs-akkoord en de WHO. Amerika is dus weer van de partij. Maar hoe betrouwbaar is deze partner? De wereld heeft gezien hoe gemakkelijk de wind kan draaien. De competitie met China wordt politiek breed gedragen en zal niet snel aan scherpte inboeten. Voor Amerika is dit een ware overlevingsstrijd. Wie de moderne technologie beheerst, beheerst de wereld. Als gevolg van dit conflict draait de discussie in Europa nu niet langer om nationale, maar om continentale soevereiniteit. Europa wil geen speelbal van de Verenigde Staten of China zijn, maar een ‘derde weg’ bieden.

In 1944, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, vroeg president Roosevelt zijn wetenschappelijk adviseur Vannevar Bush hoe wetenschap en technologie konden bijdragen aan de gezondheid, economie en veiligheid van de naoorlogse natie. Zijn rapport zette de koers uit voor de volgende 75 jaar.

President Biden heeft zijn adviseur Lander vijf vergelijkbare vragen gesteld. Wat kunnen we leren van de pandemie over de volksgezondheid? Welke doorbraken zijn nodig om klimaatverandering een halt toe te roepen? Hoe kan men koploper blijven in technologie, met name in competitie met China? Hoe kunnen de vruchten van de wetenschap eerlijk verdeeld worden? En hoe kan de gezondheid van de wetenschap zélf op lange termijn gegarandeerd blijven? Iedere weldenkende natie zou zich deze vragen moeten stellen. En belangrijker, luisteren naar de antwoorden.

Maar daar zit precies het venijn van het wanbeleid van Trump: het stelselmatig ondermijnen van wetenschap en expertise, het in twijfel trekken van de waarheid. Het nepnieuws heeft zich de afgelopen jaren sneller verspreid dan het coronavirus en bijna de helft van het land geïnfecteerd. Als de bevolking immuun is voor feiten en logica, dan kan zelfs het beste wetenschappelijke advies het land niet redden.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.