Strijd in zorg over beste mondkapje nu Britse variant oprukt

Onrust in de zorg Het RIVM en de beroepsorganisatie van verpleegkundigen schrijven verschillende soorten mondkapjes voor. „Laten we met de mondkapjes het zekere voor het onzekere nemen.”

Een bewoner van Residentie Moermont van zorginstelling TanteLouise in Bergen op Zoom wordt gevaccineerd tegen het coronavirus.
Een bewoner van Residentie Moermont van zorginstelling TanteLouise in Bergen op Zoom wordt gevaccineerd tegen het coronavirus. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Stel, je bent een verzorgende in een verpleeghuis en gaat naar je werk voor een dienst op de Covid-19-afdeling. Welk mondkapje draag je dan? Zorgmedewerkers krijgen inmiddels van twee kanten verschillende adviezen. Het RIVM, verantwoordelijk voor de officiële richtlijn, zegt dat een ‘gewoon’ chirurgisch mondkapje voldoende is. Maar de vakbonden en de beroepsvereniging van verpleegkundigen (V&VN) publiceerden deze week een eigen ‘leidraad’ die zegt: draag een FFP2-masker, want dat beschermt beter. Donderdag gingen V&VN en de bonden in gesprek met het ministerie van Volksgezondheid: ze willen dat de RIVM-richtlijn wordt aangepast.

De mondkapjesdiscussie legt de grote spanningen in de zorgsector bloot. De Covid-19-pandemie, in Nederland al bijna een jaar aan de gang, eist z’n tol: donderdag werd bekend dat het ziekteverzuim in de zorg vorig jaar naar een recordhoogte steeg van 6,8 procent. De tweede golf woekert nog onverminderd door in honderden verpleeghuizen, waar onder zorgverleners twijfel is of ze wel veilig genoeg werken. Dat heeft te maken met het oprukken van de Britse variant, zegt voorzitter van V&VN Bianca Buurman. „Er is veel onzekerheid over de nieuwe varianten, die veel besmettelijker zijn. Laten we met de mondkapjes het zekere voor het onzekere nemen.”

Buurman pleit ervoor dat zorgverleners altijd preventief een FFP2-masker dragen als ze Covid-19-patiënten verzorgen. Dit masker heeft, mits het goed getest is en goed gebruikt wordt, een hogere beschermingsgraad dan het chirurgisch mondkapje. Het houdt meer virusdeeltjes tegen en beschermt zo de drager beter. In de VS en Duitsland werken zorgverleners standaard met FFP2, in veel andere landen nog niet. Maar net als in Nederland is deze discussie de afgelopen weken opgelaaid. De RIVM-richtlijnen schrijven deze maskers alleen nog voor bij medische handelingen waarbij aerosolen vrijkomen, zoals het uitzuigen van de longen. Dat komt vooral op de intensive care voor, waardoor de FFP2-maskers nu buiten de ziekenhuizen weinig worden gebruikt. Veel zorginstellingen volgen trouw de richtlijnen van het RIVM.

Onbeschermd werken

In het begin van de crisis was er een groot tekort aan beschermingsmiddelen, inclusief de FFP2-kapjes. Veel zorgverleners in de ouderenzorg moesten daardoor onbeschermd werken. Maar van schaarste is al lang geen sprake meer. Bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH), waar zorginstellingen bestellingen kunnen plaatsen, liggen op dit momenteel ruim 25 miljoen stuks in voorraad. Nog eens 46 miljoen FFP2-maskers staan in bestelling. De meeste blijven onaangeroerd: bij het LCH werden er de afgelopen tijd zo’n 55.000 per week door zorgorganisaties besteld.

Vanwege de onrust in de zorgsector over de Britse variant vroeg minister Tamara van Ark (Medische Zorg, VVD) het Outbreak Management Team opnieuw om advies over de mondkapjes. In dat nog geheime advies, dat in het bezit is van NRC, schrijft het OMT dat op basis van de wetenschappelijke literatuur dat het chirurgische mondkapje in de meeste situaties „volstaat” en de overdracht van het coronavirus van patiënt op medewerker „vergaand” voorkomt. Bij langdurig patiëntencontact „op zeer korte afstand” kan van de norm worden afgeweken en FFP2 worden gebruikt, vindt het OMT. Het benadrukt wel dat het mondkapje het „sluitstuk” van alle hygiënemaatregelen is en dat afstand houden en handen wassen minstens zo belangrijk zijn.

Verschillende adviezen creëren eerder meer onrust en gevoelens van onveiligheid

Andreas Voss hoogleraar en OMT-lid

Bianca Buurman verbaast zich over deze redenering en vindt dat het OMT te weinig naar de praktijk kijkt. „Bij het verzorgen van mensen kun je geen afstand houden, de kern van ons beroep is dat je dicht bij bent.” Ze noemt ook de mensen met dementie in de verpleeghuizen, die bijvoorbeeld de regel om in je elleboog te niezen niet kunnen opvolgen. „Mensen zijn soms onwijs aan het hoesten en dan moeten we ze toch helpen, daardoor kom je in situaties die gevaarlijker zijn.”

Buurman vindt dat bij het OMT en RIVM de balans tussen wetenschap en praktijk „onvoldoende” is. „Laten we meer uit het voorzorgsprincipe gaan handelen. Het ergste dat kan gebeuren is dat we achteraf zeggen: die FFP2-maskers waren toch niet nodig.”

Kritiek te makkelijk

Hoogleraar infectiepreventie en OMT-lid Andreas Voss (Radboud Universiteit) vindt de kritiek te makkelijk. Volgens hem zijn er qua bescherming „geen significante verschillen” tussen de chirurgische kapjes en de FFP2-maskers, ook niet als het om de Britse variant gaat. Hij benadrukt dat er veel verschil in kwaliteit is, ook tussen de verschillende FFP2-maskers. „Ook FFP2 beschermt niet 100 procent.”

Lees ook: Iedereen moet een mondkapje op

Omdat de FFP2-maskers meer weerstand bieden bij het ademen kunnen medewerkers bij langdurig gebruik meer klachten krijgen, denkt Voss, zoals hoofdpijn en duizeligheid. Hij is ook bang dat zorgverleners ze vaker af zullen doen. „We weten dat de meeste besmettingen onder personeel onderling plaatsvinden, op momenten dat ze geen masker dragen.” Voss betreurt het dat de leidraad van V&VN ingaat tegen de officiële RIVM-richtlijn. „Verschillende adviezen creëren eerder meer onrust en gevoelens van onveiligheid. We hadden beter naar elkaar moeten luisteren.”

Het ministerie van Volksgezondheid liet donderdag na het overleg weten dat het RIVM en de zorgpartijen over de richtlijn gaan. „VWS heeft geen rol in het opstellen of veranderen daarvan”, zegt een woordvoerder. Het ministerie vindt wel dat zorgverleners die zich onveilig voelen van de norm in de richtlijn mogen afwijken. Voor het gebruik van FFP2-maskers „mogen geen belemmeringen zijn”. Werkgevers kunnen voor het extra bestellen van deze mondkapjes financieel gecompenseerd worden. Maar of ze ook standaard voorgeschreven gaan worden? Over de richtlijn gaan de zorgpartijen opnieuw „in overleg”.