Abraham B. Yehoshua

Felix Clay / eyevine

Interview

‘Alles draait tegenwoordig alleen nog maar om identiteit. Daar moeten we vanaf’

A.B. Yehoshua De nieuwe roman van deze Israëlische schrijver gaat over dementie en de noodzaak van het vergeten. Daarnaast leest het boek als een metafoor voor een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict. „We moeten af van het identiteitsdenken.”

‘Joden zijn te veel met het verleden bezig, vooral met de Sjoa”, zegt A.B. Yehoshua halverwege ons gesprek over zijn nieuwe roman. Behalve over iemand met geheugenverlies, gaat die tussen de regels door ook over de toekomst van zijn land. Vandaar dat verleden, die eindeloze put vol herinneringen.

„Herinneringen vormen de basis van de Joodse identiteit”, vervolgt hij. „Dat komt doordat we lange tijd geen gemeenschappelijk land, gedeelde taal of gezamenlijke structuren hadden. Toch moeten we er een beetje vanaf, want die herinneringen zijn gevaarlijk geworden. We kunnen ons beter richten op de toekomst, die vol nieuwe uitdagingen zit. Zie alleen al de gemeenschappelijke bestrijding van de corona-pandemie.”

Sinds zijn vrienden Amos Oz en Aharon Appelfeld twee jaar geleden zijn overleden, is de 84-jarige A.B. Yehoshua de laatste grote Israëlische schrijver van zijn generatie. Al jaren is hij een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Ter gelegenheid van de vertaling van zijn twaalfde roman, De tunnel, spreek ik hem via Zoom in zijn appartement op de 31ste verdieping van een woontoren in het centrum van Tel Aviv.

De tunnel is het verhaal van een gepensioneerde ingenieur van het ministerie van Wegenbouw, Zvi Luria, die op een dag te horen krijgt dat hij beginnende dementie heeft. Zijn vrouw Dina, met wie hij al een halve eeuw gelukkig is, moedigt hem ondanks die diagnose aan zijn brein te blijven activeren. Ze koppelt hem daarom aan een jonge ingenieur van zijn vroegere afdeling, die in de Negev-woestijn een militaire weg ontwerpt. Het traject loopt dwars over een heuvel waar zich een van de Westelijke Jordaanoever gevluchte Palestijnse onderwijzer met zijn volwassen zoon en dochter schuilhoudt. Zvi raakt betrokken bij hun lot en komt met het idee om een tunnel onder die heuvel te bouwen, zodat de drie Palestijnen er kunnen blijven wonen. Terwijl hij zich vroeger nooit voor de levens van zijn ondergeschikten interesseerde, wordt hij ineens een empathisch mens.

Yehoshua is moe, niet van het leven, maar van de teruggekeerde kanker, die hij succesvol meende te hebben bestreden. En dan leeft ook zijn vrouw Rivka niet meer. „Ze overleed viereneenhalf jaar geleden, terwijl ik aan De tunnel schreef. Ze heeft er nog 70 bladzijden van gelezen, maar toen kon ze niet meer. We waren 56 jaar samen. Ze was mijn grote liefde.”

Uw personage Dina lijkt op haar. Ze is net zo’n sterke persoonlijkheid en heeft ook een goed huwelijk.

„Jaren geleden heb ik besloten om niet over slechte huwelijken te schrijven. De moderne literatuur zit er vol mee. Altijd gaat het over overspel, ruzies, echtscheiding. Ik geloof in vreedzame huwelijken, waarin na vele jaren van samenzijn hetzelfde niveau van liefde kan bestaan als in het begin. Ik wil het geloof in het huwelijk herstellen, ook omdat ik het beschouw als een belangrijk en solide element van het leven. Zo heb ik het althans zelf ervaren. In De tunnel heb ik veel over mijn eigen huwelijk verwerkt.”

Hoe kwam u op het idee om over dementie te schrijven?

„De vonk kwam van een vriend, ook een schrijver. In de eerste stadia van zijn ziekte was hij zich ervan bewust wat hem zou overkomen, maar hij accepteerde zijn lot met elegantie en humor, niet met hysterie.

„Het Hebreeuws kent twee woorden voor dementie. Het ene slaat op de duistere kant ervan, het andere op de speelsheid, het komische en bizarre. Ik heb voor de tweede betekenis gekozen. Zo kon ik die ziekte met humor neerzetten. En humor is belangrijk in mijn boeken.”

Nu Zvi ziek is, raakt hij ineens geïnteresseerd in het leed van anderen. Het zorgt er zelfs voor dat hij van zijn tegenstander wint. Is dat de kracht van zijn dementie?

„Aan het einde van de roman manipuleert Zvi de situatie. Zo herinnert hij zich tijdens de verdediging van het ontwerp van zijn tunnel op het ministerie iets dat nooit gebeurd is. Daarmee brengt hij zijn tegenstander tot andere inzichten. Met die overwinning wilde ik hem iets positiefs meegeven, voordat hij in de duisternis wegzakt.”

Uw roman lijkt ook een metafoor te zijn voor een staat waarin Joden en Palestijnen vreedzaam samenleven, met die tunnel als symbool van respect voor het gebied waar de Palestijnen wonen.

„Die Palestijnse onderwijzer heeft aan Joodse kolonisten een stuk grond verkocht dat niet van hem is, omdat hij geld nodig had voor de harttransplantatie van zijn vrouw. Uit angst voor represailles van zijn dorpsgenoten is hij naar Israëlisch grondgebied gevlucht. Hij is nu zijn Palestijnse identiteit kwijt, maar is ook geen Israëli.”

Wat wilt u daarmee zeggen?

„Alles draait tegenwoordig alleen nog maar om identiteit. Ook daar moeten we vanaf. Corona bewijst dat we niet in botsende identiteiten zoals homo’s, transgenders, zwarten en witten moeten denken, maar in grote verbanden. Daarom is het bouwen van tunnels tussen die identiteiten zo belangrijk.”

Staan die botsende identiteiten ook de vrede in het Midden-Oosten in de weg?

„Jazeker. Het gaat in Israël altijd over Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever, red.). Het is de gevaarlijke obsessie van een klein volk dat vasthoudt aan herinneringen van 2500 jaar geleden. Daarom is het zo belangrijk om het verleden te vergeten. Daarom ook speelt de woestijn zo’n grote rol in mijn roman.

Ben-Goerion zei dat in de woestijn het lot van Israël zou worden bepaald

„Voor de locatie van die tunnel koos ik voor de Negev-woestijn. Want daar ligt de uitdaging van Israël en niet in de heilige plaatsen in Judea, Samaria en Jeruzalem. In de Negev is ook het graf van David Ben-Goerion, de stichter en eerste premier van ons land. Hij zei altijd dat in de woestijn het lot van Israël zou worden bepaald. Het feit dat de helft van ons land uit woestijn bestaat, betekent dat daar een heleboel kan worden gedaan. Maar de woestijn is verwaarloosd. In plaats daarvan stoppen we Joden temidden van de Palestijnen in Judea en Samaria.”

Is die woestijn de enige plaats waar Joden en Palestijnen kunnen samenleven?

„Alleen daar kun je iets veranderen aan de Joodse mentaliteit en conceptie van Israël. In De tunnel staat een scène, waarin een Palestijn op het dak van een ziekenhuis tegen Zvi zegt dat er geen mogelijkheid bestaat om dit land in twee staten te verdelen. Daarvoor is het te laat. Dat was een belangrijke uitspraak voor mij.”

Waarom?

„Vanaf 1967 ben ik voor een tweestatenoplossing en de erkenning van het Palestijnse volk geweest. Ook was ik een uitgesproken voorstander van legitimering van de PLO als legitieme onderhandelingspartner en was ik tegen de Israëlische nederzettingspolitiek. Maar door de gebeurtenissen van de afgelopen jaren is zo’n tweestatenoplossing niet meer mogelijk.”

„Er wonen inmiddels een half miljoen Joden op de Westelijke Jordaanoever en die krijg je nooit meer weg. Je kunt in dat gebied dan ook geen integrale Palestijnse staat opbouwen. Daarom moet er één staat komen, die op de Westelijke Jordaanoever een einde maakt aan de machtsstrijd tussen de Joden en de rechteloze Palestijnen. We kunnen dan terugkeren naar de situatie van 1948, toen Ben-Goerion het staatsburgerschap verleende aan de 180.000 Arabieren die binnen grenzen van Israël woonden en sindsdien in de Knesset werden vertegenwoordigd.

„Vandaag de dag telt Israël twee miljoen van deze Israëlische Arabieren. Tussen hen en hun Joodse medeburgers bestaat een zekere mate van harmonie. Ze houden niet van elkaar en er zijn zeker problemen, maar die Israëlische Arabieren hebben wel gelijke burgerrechten. Je ziet het in de ziekenhuizen, waar Arabische dokters en verplegers Joden behandelen en omgekeerd. Zo telt Israël eveneens Arabische rechters. Zo’n situatie is ook mogelijk op de Westelijke Jordaanoever. Maar dan moet eerst het bestuur in dat gebied veranderen, zodat er een einde komt aan de huidige vorm van apartheid die daar bestaat.”

Behalve Ben-Goerion prijst Zvi in ‘De tunnel’ ook Jitschak Ben-Zvi, die in 1952 tot aan zijn dood in 1963 president van Israël was. Beide staatsmannen meenden dat Palestijnen en Joden een paar duizend jaar geleden één volk waren. Denken Joden die een vorm van samenleven met de Palestijnen nastreven ook zo?

„Na de Balfour-verklaring in 1917 kwamen er heel weinig Joden naar het Britse Mandaatgebied. Ik zeg dat enigszins boos. Want er had allang een Joodse staat kunnen bestaan voordat de Sjoa begon. Een hoop Joden zouden dan zijn gered van de nazi’s. Maar in de eerste decennia na 1917 kwamen er slechts 30.000 van de 16 miljoen Joden hierheen. Terwijl mijn eigen familie, die uit Thessaloniki komt, al naar Palestina emigreerde nog voordat Theodor Herzl was geboren.

„Toen Ben-Goerion en Ben-Zvi zagen hoe weinig Joden er hier rondliepen, besloten ze de Palestijnen Joden te noemen die weliswaar trouw aan hun land waren gebleven, maar zich tot het christendom hadden bekeerd en daarna tot de islam. Maar van origine waren ze volgens hen Joden, wat ook bleek uit bepaalde genetische overeenkomsten. Het idee dat sommige Palestijnen deel uitmaken van ons volk is dus niet zo vreemd. Ook daarom is een eenstaatoplossing mogelijk.

„Op de lange termijn, zeg over honderd jaar, moeten we religie van nationaliteit scheiden, zoals in de rest van de wereld het geval is. Met die geruststellende gedachte kan ik in de toekomst afscheid nemen van de wereld.”