Opinie

Geen werkomgeving onveiliger dan de politiek

Hard bedrijf Het liegen en bedriegen in de politiek stoot goede mensen af en leidt tot slechter bestuur, betoogt .

Foto Getty Images

‘De politiek is altijd bezig om overal veilige werkomgevingen te creëren, maar als er ergens een onveilige omgeving is, is het de Haagse. Moeten we het daar niet eens over hebben?” In een uitzending van talkshow Op1 over de val van PvdA-leider Lodewijk Asscher wierp presentator Jort Kelder deze vraag op. „De politiek is een hard bedrijf”, reageerde SGP-Kamerlid Kees van der Staaij. Maar dat was het punt niet. De vraag betrof de mores van het politieke bedrijf om altijd op zoek te zijn naar andermans fouten en falen, mensen verantwoordelijk te houden voor zaken waar ze helemaal niet over gaan noch invloed op hebben en de akelige gewoonte om in eigen kring permanent aan stoelpoten te zagen en messen in ruggen te steken.

Begin december lekten anonieme CDA’ers naar De Telegraaf dat er intern veel weerstand was tegen de nog maar net gekozen lijsttrekker Hugo de Jonge. Een paar dagen later was hij weg. Formeel vanwege de onmogelijke combinatie van partijleider en ‘coronaminister’. De echte reden was het verraad in eigen kring. Hetzelfde overkwam PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher. Niet zijn loepzuiver afgestelde morele kompas leidde tot het vertrek, maar de messen in zijn rug. Zo kun je geen partij leiden.

Ondraaglijke onbeschoftheid

De volgende is Liane den Haan van 50Plus, slechts enkele maanden geleden met veel aplomb door partijvoorzitter Jan Nagel binnengehaald als redder in nood. Nu het haar niet lukt om na het vertrek van Henk Krol de val in de peilingen van tien zetels naar één om te buigen in een opwaartse trend, zegde het partijbestuur haar de wacht aan. Ook de provinciale afdelingsvoorzitters lieten Den Haan vallen als een baksteen. Bang geworden voor een publicitair debacle dat ook hem zou raken liet Nagel de nieuwe lijsttrekker bungelen en werd dit stuitende gebrek aan loyaliteit snel onder het tapijt geveegd. Met een mes in de rug strompelt de lijsttrekker richting de verkiezingsdag.

Sigrid Kaag van D66 zal de eindstreep wel halen, maar haar uitspraken in de documentaire Van Beiroet tot Binnenhof logen er niet om. Ze sprak over de „ondraaglijke onbeschoftheid” via de sociale media en het „ongekende niveau van gemeenheid en laagte” van de Nederlandse politiek, die zij kwalificeert als „een totaal onbeschermde tak van sport”. Het is „allemaal veel vuiler en vunziger dan mensen denken”, oordeelde haar voorganger Alexander Pechtold al in 2006. Deze eerlijkheid kostte de toenmalige minister bijna de kop.

„Het politieke milieu vertoont bijzondere kenmerken. Wonderlijke omgangsvormen, een bovengemiddeld aantal rare snuiters, monoloog boven dialoog, poseergedrag, bovenmatig opportunisme, veel hypocrisie, onveilige werkomgevingen en een opvallend losse omgang met de waarheid en de beginselen van moraliteit en integriteit”, betoogde ik zelf in mijn boek Tien Zetels (2020).

Dagelijks zien we de bewijzen dat dit universum in alles afwijkt van welke andere werkomgeving dan ook. Sociale onveiligheid en een cultuur van draaien, liegen en bedriegen zijn de meest kenmerkende verschillen. Het ergste is dat het geaccepteerd wordt en er nog niet het begin is van een serieuze en openlijke zelfreflectie.

Suboptimaal bestuur

Het belang is groot. Welk verstandig mens met talent en moreel besef begeeft zich in dit domein? Een onveilige werkomgeving stoot kwaliteit af, trekt lager allooi aan en ondermijnt de morele standaard. Het gevolg is suboptimaal bestuur, een ondermaats beheer van maatschappelijke belangen en aanzienlijke materiële en immateriële schade. Dit is niet een onvermijdelijke uitwas van het democratisch systeem dat nu eenmaal de poort openzet voor wie wil, maar een negatieve cultuur die tot wasdom kon komen omdat niemand met gezag er ooit een punt van maakte. Alsof het normaal is dat je meteen vogelvrij bent zodra je politicus wordt. Prooi voor de ratten. Nergens wordt zoiets geaccepteerd, alleen in het politieke bedrijf.

Een eenvoudige oplossing is er niet. Misschien is het zelfs onoplosbaar. Het politieke proces leunt op het stelsel van politieke partijen die een volledige organisatievrijheid hebben. De praktijk is dat iedereen, geschikt of ongeschikt, kan binnenlopen. Anders dan overal elders ontbreekt in het politieke bedrijf een regulerende bovenbaas. Gangbare correctiemechanismen als professionele selectie en arbeidsrechtelijke sancties bij wangedrag bestaan niet.

Dit normatieve vacuüm is een rijke voedingsbodem voor immoreel gedrag en sociale onveiligheid. Het zou mooi zijn als de onafhankelijke toezichthouder die is voorzien in de nieuwe Wet op de politieke partijen straks niet alleen oog heeft voor zaken als partijfinanciering, de zuiverheid van digitale campagnevoering, het weren van giften van buiten de EU en de toepassing van een eventueel partijverbod, maar ook voor aspecten van cultuur en integriteit. Het recent ingestelde College van Onderzoek Integriteit Tweede Kamer kan hierin ook een rol spelen. Periodieke reflectie op onderlinge omgangsvormen, gedrag en integer handelen kenmerkt een lerende organisatie. Onze volksvertegenwoordigende organen moeten daarin het goede voorbeeld geven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.