Soja-plantage nabij Santarem in Noord-Brazilië. In dit soort gebieden wil Rabobank via herbebossing zijn ‘carbon credits’-project opstarten.

Foto Ricardo Beliel/Getty Images

Interview

Elke bank moet een ‘carbon bank’ worden – en Rabo wil de eerste zijn

CO2-credits Rabobank en Microsoft komen met grote plannen voor carbon banking: via massale boomaanplant CO2 uit de lucht halen en die financieren via ‘carbon credits’. „Bijna iedereen moet dit gaan doen om de vraag te kunnen bijbenen”, stelt Rabobank-topman Wiebe Draijer.

Een bank voor financiële transacties én voor het kopen en verkopen van CO2-credits. Dat is, als het aan topman Wiebe Draijer ligt, de groene toekomst van de Rabobank. Maar ook die van andere banken. Deze vrijdag presenteert de coöperatieve bank samen met de Amerikaanse technologiereus Microsoft een eerste project om ‘carbon banking’ van de grond te krijgen.

Samen met projectleider Jelmer van de Mortel lichtte Draijer eerder deze week het plan toe. Zij legden uit dat het project tweeledig is: aan de ene kant is het een groot project met miljoenen kleine boeren in Afrika die zij gaan helpen hun manier van landbouw, en ook hun inkomsten, te verduurzamen.

Daarvoor moet door de boeren per saldo CO2 worden opgeslagen in vele miljoenen bomen die ze gaan planten. Ook moet er een transactiesysteem komen waarmee de boer die CO2-opslag te gelde kan maken. Klanten hiervoor zijn bedrijven, zoals ook Microsoft, die zoeken naar manieren om hun CO2-uitstoot te compenseren.

De getallen die worden genoemd zijn ambitieus. Doel van het carbon banking-project is om in 2025 jaarlijks 0,5 procent van de CO2-uitstoot wereldwijd uit de lucht te halen. Hoe: door vier miljard bomen te planten die vruchten dragen, zoals mango’s en cashewnoten. Als de bomen volgroeid zijn, en geen extra CO2 meer opslaan, moeten zij een duurzame inkomstenbron zijn voor de boeren. Dit moet 15 miljoen kleine boeren aan meer inkomsten helpen.

Maar zover is het nog lang niet. Wel is er al een succesvol project gedraaid in Colombia en Brazilië, waar de eerste ‘carbon credits’ van zijn gekocht door Microsoft. Het Amerikaanse techbedrijf, dat in 2030 CO2-negatief wil zijn, is ook betrokken bij het project via de techniek. Om te certificeren hoeveel CO2 is ‘ingestoten’ door groei van de bomen is een slimme analyse van satellietbeelden nodig. Alleen op die manier werkt het om boeren met slechts één hectare grond mee te laten doen. Microsoft levert de kunstmatige intelligentie voor het Rabo-project.

Hoe kwamen jullie op dit idee?

Draijer: „Het is terug te voeren op mijn bezoek aan [het World Economic Forum in] Davos vorig jaar. Daar raakte ik geïnspireerd door een verhaal van de minister van milieu van Costa Rica. Die vertelde dat zij 50.000 hectare aan opgebruikt akkerland hadden ‘terugontwikkeld’ naar natuur. En dat het gek was dat het land hiervoor geen vergoeding kreeg, terwijl het enorm bijdraagt aan CO2-reductie en biodiversiteit.

„Ik vroeg me toen af: waarom creëren we dan niet een transfersysteem vanuit de landen waar die rijke natuur niet voorhanden is naar de landen waar dat wél zo is? Dat idee heb ik in Davos besproken met de topman van Microsoft, Satya Nadella. Die was enthousiast.

„Toen zijn we gaan nadenken: wat mist er in het systeem op aarde om die transfer wél mogelijk te maken? Daar hebben we vervolgens een team van 25 mensen op gezet en daar is dit project uitgekomen.”

Het idee om CO2-opvang te financieren is niet nieuw: de Wereldbank had het er tien jaar geleden al over. Waarom zou het nu wél lukken?

Draijer: „Er zijn inmiddels een paar dingen veranderd. Bedrijven hebben zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord van Parijs: zoveel minder CO2-uitstoot dat we de opwarming van de aarde beperken tot 1,5 graad. En dan draaien ze zich om en denken, waar moet ik dat vandaan halen in mijn keten? Die bedrijven zijn actief op zoek naar projecten als deze.

„Ook zijn steeds meer consumenten hier bewust mee bezig: kijk naar de compensatie die je kan kopen als je gaat vliegen. Tot nu toe is het aanbod schaars, dus ik denk dat het hard kan gaan als dit lukt.”

Van de Mortel: „Daarnaast gaat het om daadwerkelijke ‘instoot’. We hebben sinds de industrialisering begon enorm veel extra CO2 uitgestoten. Als nu alles CO2-neutraal zou worden, zou alle CO2 die de afgelopen 200 jaar is uitgestoten nog steeds niet verdwijnen. Daarom heb je een systeem nodig waarbij je de instoot een prijs kan geven. Met het huidige CO2-rechtensysteem kan dat niet.

„Waarom dat niet eerder gebeurd is? Techniek. Het meten van CO2-opslag, dat we nu mogelijk maken met satellietbeelden, is schaalbaar en kan de standaard worden – en niet alleen voor het planten van bomen.”

Draijer: „Tot nu toe was voor zulke kleine boeren financiering van verduurzaming ook niet mogelijk. Doordat we nu de potentiële instoot van een hectare grond kunnen bepalen, kunnen we op basis daarvan ook het aanplanten van bomen financieren. Nu is de bekostiging daarvan te duur, en is het voor boeren aantrekkelijker om je op één soort beplanting te richten. Alleen verarmt dat de grond enorm, en werkt het erosie in de hand.”

Is het uiteindelijke idee dat de consument kan gaan kiezen uit verschillende carbon banks? Dat ik bij de Rabobank terecht kan, en ook bij Crédit Agricole?

Draijer: „Ja. Het probleem van de te hoge CO2-uitstoot is eenvoudigweg te groot; bijna iedereen moet dit gaan doen om de vraag te kunnen bijbenen. Al hopen wij natuurlijk wel onze voorsprong te kunnen vasthouden.”

In de presentatie over het project is de Rabobank open over de voordelen voor de bank zelf: carbon banking moet de bank nog meer positioneren als een duurzame bank, die actief vecht tegen klimaatverandering en armoede. Maar het gaat niet alleen om imago: dit moet uiteindelijk een nieuw verdienmodel worden voor de bank. Van der Mortel: „Wij faciliteren de verkoop van de rechten en de certificering van de instoot. Bij de credits die nu verkocht zijn, slokte dat 40 procent van de prijs op. We willen dat naar 5 tot 10 procent krijgen. En wij leveren de satellietmonitoring, de certificering en de ondersteuning om aan het project te beginnen.”

Lees ook: De tuinder wil duurzamer, maar het gas is te goedkoop

Daar zit wel een kleine marge op?

Draijer: „We kunnen veilig zeggen dat op dit moment op dit project nog weinig winst wordt gemaakt. Het is uiteindelijk wel een verdienmodel, maar nu nog een venture. Als we uiteindelijk deze methode kunnen versnellen is dat op de lange termijn heel veel waard. Het is nu nog onmogelijk om geld te verdienen aan die eerste fase. Maar dat is uiteindelijk wel de bedoeling.”

Een paar jaar geleden was er veel ophef over jullie slogan: ‘growing a better world together’. Jullie kregen een Liegebeest van Wakker Dier en moesten de reclamespot aanpassen van de Reclame Code Commissie. Jullie mochten niet zeggen dat jullie gehouden mogen worden aan de belofte het wereldvoedselprobleem op te lossen.

Draijer: „Die belofte in de reclame had van mij sowieso niet gehoeven. Ik heb liever in de long run gelijk dan bij de aankondiging van een reclamecampagne.”

„Buiten Nederland kregen we toen vooral complimenten van klanten voor onze slogan. Zij kenden ons al zo, het verschil was dat we het nu zeiden. In Nederland is het cynisme traditioneel wat groter. Daarom: we moeten uiteindelijk gaan leveren. Dit soort projecten zijn wat mij betreft daar een voorbeeld van.”