Recensie

Recensie Film

Archeologiefilm ‘The Dig’ graaft meer in de ziel dan in de grond

Film ’The Dig’ is een elegante film over opgravingen en archeologie, maar vooral over relaties en klassenverschil in vooroorlogs Groot-Brittannië in 1939.

Ralph Fiennes als boer/archeoloog Basil Brown die de oude grafheuvels onderzoekt op het landgoed van Edith Pretty, gespeeld door Carey Mulligan.
Ralph Fiennes als boer/archeoloog Basil Brown die de oude grafheuvels onderzoekt op het landgoed van Edith Pretty, gespeeld door Carey Mulligan. Foto Larry Horricks/ Netflix

Netflixfilm The Dig gaat over geschiedenis en archeologie, tijd en continuïteit. Decor is de fameuze vondst van een Angelsaksisch koningsgraf uit de zevende eeuw in Sutton Hoo, Suffolk, anno 1939. Niet de pompeuze Cambridge-archeoloog Charles Philips verdient daarvoor de eer, maar fabrikantendochter Edith Pretty (Carey Mulligan) en Basil Brown (Ralph Fiennes), de competente autodidact die zij inhuurde om de ronde heuvels op haar grond om te spitten. Toen Brown een grafschip blootlegde, nam Philips de opgraving over en streek met de eer.

The Dig is de tweede Britse film in korte tijd over een autodidact versus de wetenschap. Onlangs beleefde Kate Winslet als proletarische fossielenhandelaar Mary Anning (1799-1847), die talloze dinosauriërs opgroef, een romance met de chique Saoirse Ronan in Ammonite. Die film focuste zo strak op de damesliefde dat Annings historische belang erbij inschoot.

Lees ook: Hoe een grafheuvel zijn schatten prijsgaf

Uniek moment

Edith Pretty en Basil Brown komen beter uit de verf in The Dig, al graaft ook deze film meer in de ziel dan in de grond; het is geen documentaire. Pretty, een door hartfalen gedoemde jonge moeder, slaat als een trieste schim haar energieke, door sciencefiction bezeten zoontje Robert (Archie Barnes) gade. Brown werpt zich met zijn platte pet en trouwe pijp op als een kalm soort vaderfiguur. Terwijl musea gretig rond zijn opgraving cirkelen, biedt hij gepijnigd maar stoïcijns het hoofd aan elitair snobisme. Intussen valt Peggy (Lily James), echtgenote van een homoseksuele archeoloog, voor Pretty’s broer Rory (Johnny Flynn) die als RAF-rekruut eveneens gedoemd lijkt. De Tweede Wereldoorlog staat op punt van uitbreken, boven de velden grommen eskadrons Spitfires van de naburige vliegbasis.

Zo’n kluwen personages, intriges en incidenten zou niet moeten werken, maar The Dig is met zijn afgewogen tempo en elegante, ingetogen natuurbeelden een heel prettige en effectieve film. De topcast helpt: Carey Mulligan is exquise als wegkwijnende Pretty, Ralph Fiennes’ gekwetste waardigheid ontroert. En juist omdat The Dig niet krampachtig op één verhaallijn focust, komt de Britse klassenmaatschappij anno 1939 bijna terloops tot leven. Het is een uniek moment: terwijl een verrassend verleden zich in de grond openbaart, tekent een grimmige toekomst zich in de lucht af. Wat blijft, wat wordt vergeten? Die melancholieke onderstroom maakt The Dig tot een milde, overtuigende carpe diem.