Recensie

Recensie Boeken

Aan hard werken en niet zeuren heb je geen fuck

Simone Atangana Bekono Het relaas van een opgroeiend zwart meisje in een Nederland vol vooroordelen krijgt diepgang in een opvallend doordacht, beloftevol debuut. Je kunt zien dat de schrijver ook dichter is. (●●●●)

‘Fuck Frits. Serieus. Het ding is, ik weet heus wel dat ik niet lekker ben. Ik ben de eerste die die shit zal toegeven. Maar dit is wel een heel bizarre straf.’ Bizar, dat kan de lezer van Confrontaties meevoelen: dat Salomé in een jeugdgevangenis zit vanwege iets dat met racisme te maken heeft, en uitgerekend therapie moet volgen bij de man die voor haar de prototypische naïef-racistische Nederlander is. Ze zag hem, hém, in Hello Jungle, een tv-programma met lollig bedoelde clashes tussen mensen in Afrika en de ‘beschaafde’ Nederlandse gasten. Verbijstering brandde zich in haar herinnering – over ‘Frits die probeert een kip te slachten, dan Frits die een van de vrouwen met een roodachtige klei insmeert’. Over zijn opmerking dat het ‘toch wel lieve mensen zijn’.

Dat toeval is misschien een lichtelijk ongeloofwaardig uitgangspunt, maar over zo’n aarzeling kan een schrijver je heen trekken. En dat doet Simone Atangana Bekono (1991), want haar prozadebuut bezingt de wrok van de 16-jarige Salomé geestdriftig, en gaandeweg steeds gelaagder. We leren haar kennen als een woeste puber, een slim meisje dat probeerde zich in te vechten op haar ‘kaaskoppenkutschool’. Dat heeft haar Kameroense vader haar geleerd, ‘dat hard werken en niet zeuren belangrijk zijn’. Of moet ze luisteren naar haar tante Céleste, ‘die alles racistisch vindt’? Salomé weet in de gevangenis: ‘Dat hard werken en niet zeuren niet genoeg is. Je wordt er niet onzichtbaar van. Je blijft alsnog een doelwit.’

Roes van geweld

Dat Nederland nog vol ingebakken vooroordelen zit, dat hoeft Atangana Bekono niet zo nodig aan te tonen. Confrontaties gaat om hoe dat gegeven inwerkt op een opgroeiend zwart meisje. Het furieuze hoofdstuk waarin Salomé fantaseert hoe Hello Jungle tot stand gekomen is, vol overdrijving, is dan ook sterk omdat haar boosheid voor het voetlicht komt, vurig en invoelbaar. Maar die boosheid verandert: tegen wil en dank gaat ze in de gevangenis toch contempleren, en lezen.

Daar wordt de roman gelaagd van. Ze denkt na, op eigen wijze, over archetypen uit Griekse mythen en literaire klassiekers: verhalen over straf en loutering. Als die verhalen toonden hoe de wereld werkt, waarom loutert haar straf haar dan niet? In die (bittere) overdenkingen excelleert Atangana Bekono: ze maken Salomé een hoofdpersoon met diepgang en haar relaas meer dan een getuigenis. Confrontaties is als verhaal over racisme opvallend doordacht, en dat in een debuut.

Geen perfect debuut – je kunt wel iets aanmerken op schetsmatige bijfiguren, op de wat stiefmoederlijk uitgewerkte lijn van de ziekte van Salomés vader, en nogmaals op dat uitgangspunt: hoe spannend had het de roman gemaakt als Salomé Frits alleen dácht te herkennen?

Maar: een zeer beloftevol debuut. Het overtuigt, omdat Atangana Bekono erg goed schrijft. Haar ervaring als dichter herken je in de zeer zorgvuldige taalbehandeling: er zijn scènes waarin ze feilloos verhaallijnen door elkaar monteert, en als Salomé de toedracht van haar gevangenschap beschrijft gonst de roes van geweld mee in de taal. En het slothoofdstuk, waarin alle lijnen samenkomen, is een krachttoer.