Opinie

We zijgen neer en doen een moord

Bij Joyce Roodnat thuis klinkt tegenwoordig bijna elke avond: „nog even een Beckje?”. Die term komt van de serie rond politierechercheur Martin Beck en staat inmiddels voor alle moordmysterie-series waarmee de streamingsdiensten ons overspoelen.

Joyce Roodnat

De jonge sopraan Yin Fang zingt Rossini, Petite messe solennelle, en dat doet ze paradijselijk prachtig. Alhoewel, in het paradijs hadden ze dit vast niet en De Nationale Opera biedt het zomaar online aan. Ook maak ik voor een bedragje van niks het successtuk Weg met Eddy Bellegueule mee via een livestream. Dat is geen toneel, geen film en ook geen tv, het is een nieuwe theatervorm die zo reëel voelt dat een collega me appte dat hij en zijn vriendin na afloop vanzelf begonnen te applaudisseren.

Het is genieten, maar het Covid-19-bestaan vul je er niet mee. Dus klinkt er bij mij thuis bijna elke avond: „nog even een Beckje?” – dan zijgen we neer en lossen we een moord op. De term ‘een Beckje’ hebben we van de serie rond de politierechercheur Martin Beck. Hij staat bij ons inmiddels voor alle moordmysterie-series waarmee de streamingsdiensten ons overspoelen. En wij maar lezen en wij maar kijken. Niet de komedies maar de moordmysteries zijn goed voor feel good, met het publiek als vampiers. De slachtoffers zuigen we uit en de detectives erbij.

Peter Haber als rechercheur Martin Beck. Videostill

Scandinavisch smaken die series het best, sinds halverwege de jaren zestig de Zweedse schrijvers Sjöwall en Wahlöö met hun rechercheur Martin Beck commissaris Maigret inhaalden. Maigret was de ouderwetse vaderlijke bovenmeester met talloze navolgens, van die schat van een Columbo tot en met Baantjers rechercheur De Cock. In het spoor van Beck werd menig detective een eenzame man die lijdt onder het kwaad dat mensen doen. Inmiddels is hij ook wel eens een vrouw. Die is dan contactgestoord – geboren of geworden, dat valt te bezien.

Maar sinds Sherlock Holmes kennen de moordverhalen één duidelijke constante: ze zijn een puzzel. Is die gelegd dan is duidelijk wat er is gebeurd en waarom en daarmee hoe bijzonder de mens is. Die is enerzijds ingenieus in het zich verrijken of wreken en anderzijds ingenieus in het ontmaskeren. Zo willen we het hebben. Blijkt de dader een redeloze buitenstaander, dan is dat irritant. En existentieel bedreigend: krijgt het sterven geen clou dan heeft het leven geen zin.

In de New York Review of Books lees ik de recensie van het non-fictie-boek waarmee Becky Cooper de onopgeloste moord op een Harvardstudente naloopt. Was de moordenaar de professor met wie deze Jane een verhouding had? Een medestudent? Haar fatsoensrakker van een broer dan? En welke rol speelde de universiteit?

De ontknoping is een anticlimax, ook voor de schrijfster: Jane stierf haar akelige dood door de hand van een vreemde. Dit boek wil ik lezen. Want terwijl de schrijfster dacht dat ze een moord onderzocht, speurde ze uiteindelijk naar hoe de wereld in elkaar steekt.