‘In plaats van hé nieuws, eropaf, denk je nu ook hé nieuws, pas op’

Bedreigde pers Journalisten werden tijdens de rellen deze week doelwit van verbaal en fysiek geweld. Hoe verandert dat hun werk?

Foto Remco Koers

Het Almeerse model Ronald Laken deed het lijken alsof hij journalisten een gunst bewees in zijn video op Instagram vorige week, waarin hij schermde met een „zwarte lijst” waar journalisten en fotografen op zouden staan. „Ik zou vluchten uit Nederland, omdat ik weet dat jou iets wordt aangedaan”, richtte hij zich tot de journalisten die de zondag ervoor op het Amsterdamse Museumplein waren. En: „Je kunt ook ontslag nemen, dan halen we je van de zwarte lijst af.”

In de ogen van de NOS en het ANP was dit geen waarschuwing, maar een bedreiging. Beide partijen deden aangifte tegen Laken, die overigens ook drie jaar geleden al eens in opspraak kwam toen hij, op dat moment VVD-kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen, in een reactie op Facebook over geweld tegen Marokkaanse Nederlanders fantaseerde. Maandag werd de man aangehouden.

Lees ook: ‘Iedere week gaan er beveiligers mee

ANP-hoofdredacteur Freek Staps (44) levert aan de meeste nieuwsmedia non-stop nieuwsberichten en honderden foto’s per dag. Hij ziet de uitspraken van Laken als het begin van een escalatie, waarbij hij steeds verder gaande maatregelen heeft moeten treffen om zijn fotografen en journalisten te beschermen. „Ik was er de 86 jaar hiervoor natuurlijk niet de hele tijd bij, maar voor zover ik weet is deze situatie voor ons persbureau uniek.” Zo noemt hij het „ingrijpend, ongebruikelijk en eerlijk gezegd heel onfortuinlijk” dat ANP bij foto’s van rellen sinds deze dinsdag de naam van de fotograaf weglaat. „Zo voorkomen we dat de naam van de fotograaf gaat rondzingen, met alle mogelijke gevolgen van dien.”

Over andere maatregelen wil hij vanwege de veiligheid van zijn medewerkers weinig kwijt, „al kan ik zeggen dat onze mensen tegenwoordig niet alleen zijn als ze op reportage naar een mogelijk gevaarlijk nieuwsevenement zoals een demonstratie gaan. Sommige journalisten dragen tegenwoordig ook beschermende kleding als ze aan het werk zijn. ” Ook zet Staps tijdens rellen extra mensen in, om op afstand beelden te kunnen verwerken. „Voor het geval de laptop bij onze collega’s ter plaatse uit handen wordt geslagen.”

Politieperskaart

Het ingewikkelde, vertelt Staps, is dat zijn journalisten tijdens hun werk een grote blauwe politieperskaart om hun nek hebben hangen. „Zo weet de politie dat je daar mag zijn. Maar, als betogers dat ding zien ben je een doelwit. En zie dan je feiten maar eens te verzamelen.”

Het aantal incidenten waarbij daadwerkelijk geweld is gebruikt tegen journalisten volgde elkaar de afgelopen dagen in snel tempo op. De NOS moest deze zondag rechtsomkeert maken nadat de beveiliger die de cameraploeg op Urk vergezelde met een ‘bijtende vloeistof’ was aangevallen. Bij rellen in de Amsterdamse Molukkenstraat kreeg een fotografe maandagavond een steen tegen haar hoofd. In Tilburg werd een verslaggever met stenen bekogeld. Tijdens een poging om te vluchten dook hij een brandgang in, waar hij werd ingesloten door een groep van zo’n 15 man.

Volgens Staps bevinden we ons op een omslagpunt. „Journalisten worden door steeds meer mensen niet langer gezien als een onafhankelijke toeschouwer, wat ze for the record overigens wel zijn. Ze zijn een partij geworden, die je moet wegjagen. Terwijl ze iets heel basaals komen doen, de feiten en de beelden halen.”

De pers is onderdeel van het systeem dat op dit moment wordt bevochten, stelt Staps. „Het interessante is juist dat journalistiek tegelijk datzelfde systeem beschrijft. Niet als verlengstuk van de politie of de politiek. Integendeel, zelfs. Maar die boodschap dringt maar niet door. Soms vragen demonstranten die met borden en spandoeken op het Malieveld staan ons om de foto’s te wissen. Dan denk ik: maar waarom stá je daar dan? Je wílt toch juist in beeld komen?”

Geen live verslag meer

Staps’ collega Ib Haarsma (44), hoofdredacteur van regionale nieuwszender NH Media in Noord-Holland, herkent de spanningen die deze tijd met zich meebrengt maar al te goed. „Als een collega mij ’s nachts appt bij wie hij moet wezen als hij gevaar loopt, denk ik ‘kut!’ en slaap ik die nacht een stuk slechter.”

Haarsma baarde deze week opzien door aan te kondigen niet langer live verslag te willen doen van de rellen in zijn regio. Niet primair vanwege de veiligheid van zijn journalisten, maar omdat hij „gastjes die willen knokken geen podium wil bieden.”

Het besluit werd op zijn eigen redactie niet meteen omarmd. „Als wij live gaan met beelden van rellen in Amsterdam gaan onze kijkcijfers meteen door het dak. En het ís ook verleidelijk voor journalisten om erbij te willen zijn en meteen verslag te doen. We zijn er nog wel bij, maar nemen liever de tijd om die rellen in context te plaatsen. Wat betekent dit?”

Haarsma ziet het verder niet als de taak van zijn medewerkers om de politie te helpen bij de opsporing. „Die bekijken onze beelden natuurlijk óók, maar we zijn geen verlengstuk van deze instanties. Zo hadden we ook een goed bekeken opsporingsprogramma, Bureau NH. Daar ben ik ook mee gestopt. Daar wil ik geen publiek geld aan besteden.”

Freek Staps, bij het ANP, kiest er zelf voor geen inhoudelijke concessies te doen aan de berichtgeving van zijn persbureau. Toch erkent ook hij het spanningsveld waar de journalistiek tegen haar zin in terecht is gekomen. „Geen enkel verhaal en geen enkele foto is jouw gezondheid waard. ‘Ren weg! Draai om!’, zeg ik mijn mensen de hele dag door. En als er dan toch iets gebeurt, is dat echt het allerergste. Maar meteen daarna is het allerergste dat we niet gewoon de feiten kunnen verzamelen. Onze reflex is: ‘hé, er is nieuws, laten we de feiten verzamelen’, gaat nu vergezeld van de reflex ‘ho, pas op’. Dat wringt.”

Mediakritiek

Staps weigert te speculeren over wat een volgende stap in de oplopende escalatie van geweld tegen journalisten kan zijn. Maar dat we het nu hebben over omroepen die uit voorzorg hun personeel naar huis moeten sturen en logo’s van zenderbusjes moeten halen is „feitelijk al bij de beesten af”, zo stelt hij.

Deze nieuwe dilemma’s leidden bij zijn collega Haarsma deze week tot een onderbuikgevoel. Draagt hij door de veelbekeken liveverslagen van zijn omroep niet onbedoeld bij aan de negatieve geweldsspiraal waar de samenleving in beland raakte? „Dat gevoel heb ik voorgelegd aan de korpschef van de Amsterdamse politie, Frank Paauw. En hij bevestigde dat. Het is die relschoppers volgens hem júist om onze aandacht te doen. En dan helpt het als wij hun die niet geven. Dat zette me aan het denken. Als we met berichten over familiedrama’s en zelfdodingen terughoudend zijn vanwege het gevaar van copycat-gedrag, waarom dan nu niet?”

Geeft hij de relschoppers die fysiek en verbaal tegen de pers ageren niet impliciet gelijk in hun mediakritiek? „Als iemand ‘NOS Fake News’ roept is dat natuurlijk vervelend, maar we moeten niet in de slachtofferrol blijven hangen. Misschien hebben we ook wel te weinig aandacht voor de ontwrichtende maatregelen die nu worden getroffen. Wekenlang gesloten scholen, niet meer naar buiten kunnen na 21 uur, ondernemers die hun bedrijven zien instorten. Het is nogal wat. Ik geef liever dáár aandacht aan, dan aan die idioten die hun eigen stad willen vernielen.”