Eerste Kamer stemt in met bindend correctief referendum

Senaat Het voorstel moet een referendum mogelijk maken over een wet die door het parlement is aangenomen, maar nog niet in werking is getreden.
De stemming over het bindend correctief referendum in de Eerste Kamer.
De stemming over het bindend correctief referendum in de Eerste Kamer. Foto Sem van der Wal/ANP

Een meerderheid van de Eerste Kamer heeft dinsdag voor de invoering van het zogenoemde bindend correctief referendum gestemd. Het voorstel kreeg 39 van de 75 stemmen. Forum voor Democratie, PVV, D66, ChristenUnie, SP, 50Plus, PvdD, één lid van GroenLinks en de fracties Otten en Van Pareren stemden voor het initiatiefvoorstel van de SP. De Tweede Kamer stemde in september al in met de wet. Omdat het hier een grondwetswijziging betreft, is de wetswijziging nog niet direct aangenomen; na de verkiezingen moeten beide kamers nogmaals stemmen. Dan is een twee derde meerderheid nodig.

Het voorstel moet het mogelijk maken dat Nederlanders een referendum kunnen afdwingen over een wet die door het parlement is aangenomen, maar nog niet in werking is getreden. Ronald van Raak, het SP-Kamerlid dat het voorstel indiende, noemde het eerder een „controle achteraf”. De Staatscommissie parlementair stelsel deed eind 2018 de aanbeveling om een dergelijk referendum in te voeren.

Bij de stemming in de Tweede Kamer werd het voorstel afgezwakt door de ChristenUnie, dat een zogenoemde uitkomstdrempel eiste. Dat middel legt vast dat een referendum pas geldig is wanneer het aantal ‘nee’-stemmers niet alleen een meerderheid vormt, maar ook aan een bepaald opkomstcijfer voldoet. De ChristenUnie dwong af dat de uitkomstdrempel op 50 procent van de laatste landelijke Kamerverkiezingen kwam te liggen. Meestal ligt het opkomstpercentage van landelijke verkiezingen rond 80 procent; als je uitgaat van 12 miljoen stemgerechtigden, zouden zeker 4,8 miljoen mensen ‘nee’ moeten stemmen bij een referendum. Bij het Oekraïnereferendum van vijf jaar geleden brachten ongeveer 4 miljoen mensen in totaal hun stem uit, waarvan 2,5 miljoen tegen.

De PvdA, GroenLinks en de fracties Van Pareren en Otten waren het, net als initiatiefnemer Van Raak, niet eens met deze wijziging. De partijen vrezen dat geen enkel referendum zo een geldige uitkomst zal krijgen, omdat de uitkomstdrempel moeilijk te halen is. GroenLinks-senator Ruard Ganzevoort noemde het bindend correctief referendum tegenover de Volkskrant „op deze manier een fopinstrument”. Henk Otten noemde het CU-voorstel een „killer amendement”. PvdA en GroenLinks stemden in de Eerste Kamer vanwege de toevoeging niet voor, op één lid van die tweede partij na.