Opinie

Een avondklok, iedere burger moet het er maar mee doen

Coronarellen

Commentaar

Een Covid-teststraat in brand gestoken (Urk), het Medisch Spectrum Ziekenhuis (Enschede) belaagd, een stationsgebouw (Eindhoven) beschadigd, winkels geplunderd. Op vijftien plaatsen braken rellen uit: vernielingen, brandstichting en vechtpartijen. De politie kon de opruiers nog de baas, zij het hier en daar met moeite. ME, bereden politie, waterwerpers – het deed denken aan krakers en hooligans bij AZC’s of in stadions.

Het kabinet was er snel bij om dit gedrag, terecht, te veroordelen als ‘crimineel’. Het was dan ook een dramatische inbreuk op de rechtsorde. Met name de aanval op de GGD en het ziekenhuis geeft blijk van een ongehoord gebrek aan besef van de ernst van de pandemie, afwezig fatsoen en nul idee van sociaal gedrag. Ondernemers duperen, zorgpersoneel en patiënten belagen, testcapaciteit vernielen – armzalig degenen die van zulke gedrag kunnen worden beticht.

Tegelijk roept een dergelijke onverwachte uitbarsting van geweld ook vragen op. Gezien de omvang, de spreiding en de ernst verwacht de politie herhaling en dus vaker te moeten optreden – dit wordt gezien als een breder coronaprotest. Met de avondklok als katalysator van boze burgers die in het virus niet geloven.

Nu is er nog altijd ruimte voor demonstraties, dus onvrede kan en mag ook publiek worden geuit, mits vreedzaam. Maar kennelijk is de geest uit de fles. En de behoefte van burgemeesters om demonstraties te faciliteren is ook niet echt gegroeid. De verhoudingen verharden – de veiligheidsventielen raken verstopt. De burgemeester van Eindhoven vond na de geweldsgolf door z’n stad, dat „als we zo doorgaan, we op weg zijn naar een burgeroorlog”. Niet zo’n verstandige uitspraak, maar het tekent de polarisatie en de stemming bij het gezag.

Dit zijn dus gespannen tijden, waarin een gezondheidscrisis tot ongekende maatregelen noopt en burgers in de knel raken. Financieel, emotioneel, sociaal, persoonlijk, politiek – dat burgers vatbaar worden voor irrationele gedachten hoort er bij. Zo’n avondklok hakt er mentaal in, zeker voor wie dacht dat op dalende besmettingen meer vrijheid zou volgen.

Maar dan nog – ook wie wanhopig is gooit geen ruiten in, plundert winkels, valt agenten aan, belaagt zorgpersoneel en sticht brand. Een avondklok is inderdaad politiek omstreden, zo bleek vorige week. Het bereikte compromis in de Kamer – 21.00 uur in plaats van 20.30 uur – is weinig imposant. Maar de avondklok is daarmee wel gelegitimeerd. Iedere burger moet het er mee doen. Totdat er weer anders kan worden besloten – dat is democratie.

‘De politiek’ spant zich intussen niet voldoende in om de urgentie van deze pandemie over te brengen. Dat besmetting realiteit is, dat symptomen serieus zijn te nemen, dat veel testen zin heeft, dat iedereen risico’s loopt, niet alleen ouderen. Vertrouwen op angstige nieuwsbeelden uit Britse of Braziliaanse ziekenhuizen is niet genoeg. De burger mag verder geloven wat hij wil, maar als hij of zij wordt getroffen en het virus ‘wel heel dichtbij komt’ is het meteen te laat. Ook PVV-stemmende Urker brandstichters zullen de beademing dan niet weigeren. Tegelijk moeten ook zij nu al vooruit willen denken.

De weg terug naar de vrijheid verloopt via de beheersing van een besmettelijk virus – en dat betekent anticiperen en dus gedragsdiscipline. Ook voor dissidenten. Die weg is moeilijk, maar begaanbaar en biedt ook perspectief. Het draagvlak daarvoor is groot. En moet dat ook blijven.