Reportage

Hoe controleren postbedrijven op drugs? ‘Speurhond Bob ruikt alles’

Illegale pakketjes Met pakketjes worden in Nederland drugs en vuurwerk naar binnen- en buitenland verzonden. Hoe controleer je dat als bedrijf?

Het distributiecentrum van DPD in Oirschot. Het postbedrijf bezorgt dagelijks honderdduizenden pakketjes in Nederland. Sinds kort werkt het samen met de CIA en Europol bij de controle van die post.
Het distributiecentrum van DPD in Oirschot. Het postbedrijf bezorgt dagelijks honderdduizenden pakketjes in Nederland. Sinds kort werkt het samen met de CIA en Europol bij de controle van die post. Foto Rob Engelaar/ANP

Als Barbara (45) Bob loslaat, stuift het beest als een bezetene op de postpakketten af in het distributiecentrum van postbedrijf DPD in Oirschot. Grote en kleine dozen, plastic tasjes, Bobs neus glijdt langs een twintigtal door Barbara geselecteerde verzendingen. Maar zitten er ook drugs in?

Maandag sloot DPD een convenant met het RIEC Zeeland-West Brabant, een samenwerking van de politie, het Openbaar Ministerie, douane en gemeenten. Door meer met elkaar op te trekken, wil de pakketbranche „weerbaarder” worden tegen criminelen.

Afgelopen zomer trokken politie en justitie in NRC aan de bel. De reputatie van ons land staat op het spel omdat Nederlandse dealers maandelijks negenduizend pakketten met daarin coke, xtc, speed en crystal meth naar het buitenland versturen. In Australië werden in één maand vierhonderd drugspakjes uit Nederland onderschept.

Het gevolg is dat post uit Nederland extra kritisch wordt bekeken. In Australië en in de Verenigde Staten wordt zelfs elk pakketje uit Nederland gecontroleerd. En buitenlandseopsporingsambtenaren en ambassades hangen om de haverklap aan de lijn met Nederlandse collega’s: wanneer houdt het eindelijk op?

Door de coronacrisis bestellen Nederlanders nog meer op het internet. Distributiecentra en pakketbezorgers draaien overuren. En ook dealers sturen mogelijk nóg meer drugspakjes naar het buitenland, al zijn er geen concrete cijfers. Wat kun je daar tegen doen?

Niet alleen opsporingsdiensten maken zich zorgen, ook pakketbedrijven zitten met deze ontwikkeling in hun maag. NRC vroeg drie postbedrijven of het mocht meekijken met de beveiliging, twee keer bleef de deur dicht. „We laten geen externen binnen tijdens corona”, zei een woordvoerder van PostNL. Maar, gaf ze toe, er was nog een reden: „Daar wil ik heel eerlijk over zijn: een verhaal over drugs en pakketten straalt negatief op ons af.”

Criminelen

Het tweede bedrijf, DHL, leek aanvankelijk enthousiast. Gaan we proberen te regelen, zei de woordvoerder, maar de bazen besloten anders. DPD ging wel akkoord, op voorwaarde dat hun medewerkers anoniem zouden blijven, omdat die geen zin hebben in problemen met criminelen. Ook de veiligheidsprocedures mochten niet tot in detail beschreven worden, omdat je daarmee criminelen te veel informatie zou geven.

Om 13.30 uur laadt een vrachtwagen uit Zuid-Frankrijk bij dok 52 zijn waar uit. De lopende band vult zich met pakjes. Barbara werkt voor een beveiligingsbedrijf en komt één keer in de week naar het depot in Oirschot, gemiddeld drie uur. Ze controleert steekproefsgewijs onder meer op vuurwerk en drugs.

Een volledige controle is niet te doen: DPD bezorgt dagelijks in Europa ruim vijf miljoen pakketten, in Nederland een paar honderdduizend per dag. Met name verzendingen van particulieren zijn interessant, zegt Barbara. Bedrijfspakjes zijn vaak in orde. Met de punt van haar mes prikt ze kleine gaatjes in de verpakking van de pakketten.

Lees ook: Nederland internationaal onder vuur om drugshandel per post

Nu is Bob aan de beurt. Snuffelend rent hij langs de pakjes. Hij oogt onrustig. „Hij ruikt de geuren uit alle verschillende pakjes.” Na amper een minuut stopt Bob bij een onopvallende witte plastic verpakking. Hij snuffelt er wat langer aan. Kwispelt. Hij kijkt naar zijn baasje. En dan ploft hij pardoes bovenop het pakje. Barbara: „Volgens hem zit er drugs in.”

Maar Bobs neus is niet DPD’s enige troef om ‘foute’ pakjes op te sporen, zeggen de medewerkers. DPD experimenteerde afgelopen maanden met een scanner die een beetje op een iPad lijkt. Zodra je het apparaat langs de pakketten haalt, verschijnt op de monitor de inhoud van de pakjes. Het scannen, zegt een DPD’er, leent zich vooral voor kleine pakketten, omdat het bij grote pakketten lastiger is om te zien wat er in zit.

Sinds een jaar werkt DPD ook samen met Europol, een samenwerking tussen buitenlandse politieteams, en de CIA, de Amerikaanse inlichtingendienst. Beide organisaties leveren aan DPD opsporingslijsten met daarop de namen van gezochte „criminelen” die wereldwijd geregistreerd staan. Als een gezochte drugscrimineel of een vermeende terrorist een pakje stuurt of ontvangt via DPD komt er een waarschuwing binnen bij het pakketbedrijf. De bestelling of verzending wordt uit de pakkettenstroom gehaald en gecontroleerd.

DPD screende vorig jaar via deze methode 33,5 miljoen pakjes die binnen Nederland en naar adressen in het buitenland werden verstuurd. Vijftigduizend verzendingen werden eruit gepikt en handmatig gecontroleerd, volgens DPD. Bij „honderden” verzendingen bleek iets mis, met name drugs en vuurwerk werden erin gevonden.

Het succesnummer was, volgens de DPD, een pakje verstuurd naar een man die bekendstond als een mogelijke terrorist. Wat er precies in de verzending zat, weet DPD niet. „Het is door de overheden vernietigd, maar het was geen koffiezetapparaat.” Omdat deze personen op een internationale opsporingslijst staan, mogen hun gegevens gedeeld worden en is dit niet in strijd met privacywetgeving, volgens DPD.

Legitimatieplicht

Politie en justitie pleiten al langer voor een legitimatieplicht bij het versturen van pakketten naar het buitenland. Zo verhoog je, zeggen zij, de drempel om drugs te versturen. Maar volgens demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) is een legitimatieplicht een te grote inbreuk op de privacy.

Barbara loopt met het witte pakje naar de controleafdeling achterin het distributiecentrum. Een DPD-medewerkster snijdt de verpakking open. Er zit een apparaatje in waarmee je elektrische waarden kunt meten.

„Er zit niks in”, zegt een DPD’er.

Barbara: „Vaak zit drugs in het apparaat zelf verstopt.”

Voorzichtig pulkt de DPD-medewerkster het batterijklepje open.

Niks.

Het is goed dat we het apparaat gecontroleerd hebben, zegt Barbara. „Ik denk dat iemand lekker heeft geblowd en vervolgens het pakje heeft verstuurd. Bob ruikt alles.”